tijdvak 1
Kenmerkend aspect 1: Levenswijze
van jagers en verzamelaars.
In de tijd van jagers en boeren leefden de jagers
en verzamelaars. De jagers jaagden vooral op
vis en wilde dieren die in hun omgeving
rondliepen. De verzamelaars verzamelden voedsel
zoals bessen, paddenstoelen en noten. Ze trokken
rond in groepen van maximaal 25 personen van gebied naar gebied. Ze konden
per persoon voedsel halen uit een gebied van wel 10 vierkante kilometer. Als het
voedsel op was gingen ze weer op zoek naar een ander gebied. Het leven van de
jagers en verzamelaar bestond bijna alleen maar uit overleven. De jagers en
verzamelaars hadden weinig bezittingen omdat ze een nomadisch bestaan
leidden. Het was natuurlijk niet handig om veel bezittingen te hebben als je elke
keer van gebied moet veranderen. Wat ze wel hadden als bezittingen waren
vuurstenen werktuigen. Die vuurstenen werktuigen hadden de mensen 20.000
jaar geleden zelf gemaakt en gebruikten ze bij de jacht of om het voedsel klaar te
maken, dus dat was wel nodig. Een van de oudste sporen komen uit Swartkrans
in Zuid- Afrika. De cultuur die de jagers en boeren hadden noemden ze de Ohalo-
Cultuur.
, Kenmerkend aspect 2: Ontstaan van landbouw en
landbouwsamenlevingen.
Rond 10.000 voor Christus ontstond de landbouw. De landbouw is op zijn minst
ontstaan in 3 gebieden: in de Vruchtbare Sikkel in het Midden- Oosten, in Midden-
Amerika en in Oost- Azië. De ontdekking van de landbouw had veel gevolgen
voor de samenleving. De mensen hoefden niet meer rond te trekken maar
konden op één vaste plek blijven wonen, omdat ze er zeker van waren dat er
voedsel was. De eerste mensen die dat deden leefden in China en in het Midden-
Oosten. De boeren verbouwden voedsel en fokten vee. Het vee en de
landbouwproducten werden niet alleen gebruikt voor hun zelf, maar vooral voor
handel. Zo ontstond een agrarische cultuur. Voor het bewerken van de grond
gebruikten de boeren werktuigen uit geweien en beenderen van dieren, en met
primitieve sikkels met een handvat van hout en een blad van vuursteen (zie de
afbeelding).Later werd de hak uitgevonden, een soort van schoffel en dat
gebruiken we nu nog steeds. De huizen waarin ze woonden waren stevig en
gemaakt van kleitichels (een mengsel van klei, water en fijngehakt stro
opgedroogd in de zon). De gebeurtenis van de ontdekking van de landbouw
noemen we ook wel de Neolithische Revolutie, en tijd dat de mensen als gevolg
van de Neolithische revolutie op een vaste plek moesten gaan wonen heet de
Sedentaire Revolutie.
Kenmerkend aspect 3: Ontstaan van de eerste stedelijke
gemeenschappen.
Door de Neolithische Revolutie konden mensen permanent
ergens gaan wonen. Het aantal inwoners groeide snel en
vaak ontstonden er dan ook stedelijke gemeenschappen.
Er werden regels, wetten en afspraken gemaakt.
Er zijn verschillende dingen veranderd door de landbouw.
De Groepsgrootte
De manier van wonen
De sociale verschillen
En er zijn beroepen ontstaan
Doordat er zoveel mensen in een stedelijke gemeenschap zich bezig hielden met
het verbouwen van voedsel kregen ze een overschot. Daardoor hoefde niet
iedereen zich meer bezig te houden met de landbouw en ontstonden er beroepen
zoals ambachtslieden. De eerste stedelijke gemeenschappen ontstonden
langs de Eufraat en de Tigris. Een paar van de eerste stedelijke gemeenschappen
zijn ontstaan in Jericho, Ur, en Uruk. Je kan het ook Mesopotamië noemen. Er
waren rond 4000 voor Christus ‘Godsdienstige centrums’. Een voorbeeld daarvan
was de Ziggurat. Daarin werden niet alleen maar godsdienstige zaken gedaan,
maar ook dingen met belastingen en economische dingen. Ook kwam er rond