NATUURKUNDE HOOFDSTUK 12 EIGENSCHAPPEN VAN STOFFEN EN MATERIALEN
§12.1 HET DEELTJESMODEL
- Fasen toestanden van vloeistoffen (vast, vloeibaar, gas)
- Vast: stof bij lage temperatuur
- Smeltpunt: temperatuur waarbij vaste stof over gaat in
een vloeistof
- Kookpunt: temperatuur waarbij verdamping van een stof
plaatsvindt
- Deeltjesmodel: eigenschappen van de fasen zijn te
verklaren door de bewegingen van moleculen
- Rooster: een regelmatig patroon waarin de moleculen
van een vaste stof zitten. Vaak strak tegen elkaar aan en
ze kunnen niet door de stof bewegen
- Absolute nulpunt: -273 °C / 0 K bij deze temperatuur
staat alles stil
- Smelten: moleculen krijgen zoveel bewegingsenergie dat
ze zich losmaken uit het rooster
- Temperatuur (T): gemiddelde bewegingsenergie van de moleculen
➢ Tkelvin = 273 + Tcelcius
- Dichtheid (ρ): massa van een kubieke meter van een bepaalde stof
𝑚
➢ 𝜌= 𝑉
▪ 𝜌: dichtheid (in kilogram per kubieke meter, kg/m3)
▪ m: massa (in kilogram, kg)
▪ V: volume (in kubieke meter, m)
§12.2 WARMTETRANSPORT
- Warmte: energie die van een plek met een hoge temperatuur naar een plek met een lage
temperatuur stroomt (joule)
- Stroming: moleculen bewegen en nemen de warmte mee, beweegt van de plek met de
hoogste temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur
- Geleiding: de warmte verplaatst van molecuul naar molecuul door het sneller trillen van
moleculen in de stof
- Straling: een voorwerp zendt stralingen uit
- Isolatie: manier om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk transport van warmte plaatsvindt.
- Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ): geeft aan in welke mate een stof de warmte geleidt
- Warmtestroom (P): de hoeveelheid warmte die per seconde door een muur stroomt
∆𝑇
➢ 𝑃 = λA 𝑑
▪ P: warmtestroom (in joule per seconde, J/s)
▪ λ: warmtegeleidingscoëfficiënt (in watt per meter per kelvin, W/mK)
▪ A: oppervlakte (in vierkante meter, m2)
▪ ΔT: temperatuurverschil (in kelvin, K)
▪ d: dikte (in meter, m)
§12.1 HET DEELTJESMODEL
- Fasen toestanden van vloeistoffen (vast, vloeibaar, gas)
- Vast: stof bij lage temperatuur
- Smeltpunt: temperatuur waarbij vaste stof over gaat in
een vloeistof
- Kookpunt: temperatuur waarbij verdamping van een stof
plaatsvindt
- Deeltjesmodel: eigenschappen van de fasen zijn te
verklaren door de bewegingen van moleculen
- Rooster: een regelmatig patroon waarin de moleculen
van een vaste stof zitten. Vaak strak tegen elkaar aan en
ze kunnen niet door de stof bewegen
- Absolute nulpunt: -273 °C / 0 K bij deze temperatuur
staat alles stil
- Smelten: moleculen krijgen zoveel bewegingsenergie dat
ze zich losmaken uit het rooster
- Temperatuur (T): gemiddelde bewegingsenergie van de moleculen
➢ Tkelvin = 273 + Tcelcius
- Dichtheid (ρ): massa van een kubieke meter van een bepaalde stof
𝑚
➢ 𝜌= 𝑉
▪ 𝜌: dichtheid (in kilogram per kubieke meter, kg/m3)
▪ m: massa (in kilogram, kg)
▪ V: volume (in kubieke meter, m)
§12.2 WARMTETRANSPORT
- Warmte: energie die van een plek met een hoge temperatuur naar een plek met een lage
temperatuur stroomt (joule)
- Stroming: moleculen bewegen en nemen de warmte mee, beweegt van de plek met de
hoogste temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur
- Geleiding: de warmte verplaatst van molecuul naar molecuul door het sneller trillen van
moleculen in de stof
- Straling: een voorwerp zendt stralingen uit
- Isolatie: manier om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk transport van warmte plaatsvindt.
- Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ): geeft aan in welke mate een stof de warmte geleidt
- Warmtestroom (P): de hoeveelheid warmte die per seconde door een muur stroomt
∆𝑇
➢ 𝑃 = λA 𝑑
▪ P: warmtestroom (in joule per seconde, J/s)
▪ λ: warmtegeleidingscoëfficiënt (in watt per meter per kelvin, W/mK)
▪ A: oppervlakte (in vierkante meter, m2)
▪ ΔT: temperatuurverschil (in kelvin, K)
▪ d: dikte (in meter, m)