13.1 Transportsystemen
Begrippen:
Enkelvoudige bloedsomloop: het bloed stroomt slechts eenmaal door het hart (bij vissen)
Gemengd bloed: zuurstofrijk en zuurstofarm bloed samen gemengd
Bouw van transportsystemen:
- Eencelligen en dieren met enkele cellagen
● Transport door diffusie
- Grotere dieren
● Open of gesloten circulatiesysteem
2 soorten circulatiesystemen:
- Open circulatiesysteem
● Bloed en vloeistoffen mengen met elkaar
● Transport vindt plaats op kleinere afstanden door de lagere druk
- Gesloten circulatiesysteem
● Bloed en andere vloeistoffen vermengen zich nooit met elkaar
● Transport kan op grotere afstanden efficiënter plaatsnemen door de hogere
druk
Bloedsomloop kunnen we onderverdelen in:
- Kleine bloedsomloop: rechterkamer - longslagaders - longhaarvaten - longaders -
linkerboezem
- Grote bloedsomloop: linkerkamer - aorta - slagaders - haarvaten in organen - aders -
onderste of bovenste holle ader - rechterboezem
↓
Dubbele bloedsomloop: kleine + grote bloedsomloop
➢ Per omloop stroomt het bloed tweemaal door het hart
➢ Gesloten circulatiesystemen kunnen een hogere druk bereiken en zijn daardoor
geschikt voor een effectief transport van voedingsstoffen en zuurstof bij grotere
dieren
Bloedsomloop bij homeostase:
- Handhaving van temperatuur, vochtgehalte, osmostische waarde en zuurstof en
koolstofdioxidegehalte
- Transport van afvalstoffen
- Transport van hormonen
Foetale bloedsomloop:
- Bevat 2 navelstrengslagaders en 1 navelstrengader
● Navelstrengslagader: zuurstofarm en voedselarm + veel CO2 naar placenta
● Navelstrengader: zuurstofrijk en voedselrijk bloed vanuit de placenta
○ Gaat daarna vermengen met zuurstofarm bloed dat naar het hart
stroomt in de onderste holle ader
- Grote en kleine bloedsomloop niet helemaal gescheiden. Aanpassingen:
, ● Ductus Botalli: bloedvat dat de longslagader verbindt met de aorta
● Ovale venster: verbinding tussen rechterboezem en linkerboezem
➔ Ander klein deel van het gemengde bloed naar de longen
Na de geboorte
- Verschrompeling en verdwijning van navelstreng bloedvaten
- Verschrompeling en verdwijning van ductus botalli
- Sluiting van ovale venster
● Doordat longen met lucht vervullen en de weerstand in longhaarvaten
afnemen
→ longslagaders en longaders krijgen dan evenveel bloed als holle aders en aorta
13.2 Het hart
Begrippen:
Boezem (atrium): afdeling van het hart, die het bloed in een hartkamer stuwt
Kamer (ventrikel): afdeling van het hart, die het bloed in een slagader stuwt
Sinusknoop: groep gespecialiseerde hartspiercellen in de wand van de rechterboezem, van
waaruit impulsen naar de wand van de boezem geleid wordt met als gevolg dat de systole
van de boezems optreedt
AV-knoop: zenuwknoop in het hart rechts tegen de wand. Prikkeling van deze zenuwknoop
leidt tot contractie van de kamers
Bundel van His: bundel geleidingsvezels van de AV-knoop naar de hartpunt
Bouw van het hart:
- Rechterboezem
● Ontvangt zuurstofarm bloed uit de onderste en bovenste holle ader en voert
dit bloed door naar de rechterkamer
● Weinig gespierde wand
- Rechterkamer
● Pompt zuurstofarm bloed in de longslagaders
● Gespierde wand
- Linkerboezem