15.1 Bescherming
Begrippen:
Infectie (besmetting): ziekteverwekker/pathogenen in je lichaam binnengedrongen
Je lichaam kan ingedeeld worden in verschillende milieus:
- Inwendig milieu: deel van het lichaam dat alleen kan worden bereikt door een of
meerdere celmembranen te passeren
- Uitwendig milieu: omgeving die zich buiten het lichaam bevindt
Je lichaam kent ook het verschil tussen deeltjes en cellen:
- Lichaamsvreemd: stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren
- Lichaamseigen: stoffen of cellen die door je lichaam worden gemaakt
De huid beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden uit het uitwendig milieu:
- Door slijmvliezen
● Zorgen bij openingen in lichaam ervoor dat ziekteverwekkers moeilijk kunnen
binnendringen
- Door melanocyten
● Produceren melanine dat bescherming geeft tegen UV
Werking van een virus:
- Virussen bevatten RNA of DNA die terechtkomen
in cytoplasma van de gastheercel, waardoor de
virus wordt vermenigvuldigd
● Door middel van ribosomen en translatie
worden dus nieuwe virussen gemaakt!
Andere bescherming die geen huid hebben:
- Ogen: traanvocht met enzymen
- Luchtwegen: slijmvlies en trilhaarcellen
- Mond: slijmvlies met antibacteriële stoffen
- Maag: zuur sap
- Vaginale flora: dit zijn micro-organismen die een zuur afscheiden en de PH van de
vagina op 4 houden.
Voorbij de beschermende barrières worden bacteriën en virussen opgewacht door
macrofagen. Macrofagen zijn niet-specifiek en pakken elke lichaamsvreemde stof door.
fagocytose.
Linies immuunstelsel:
- 1e linie: externe, aangeboren immuniteit
● Huid, slijmvliezen
○ = mechanische afweer!
● Chemische afweer: gebruik van stoffen om ziekteverwekkers buiten te
houden
○ Bijv. zoutzuur in maagsap, zweet op huid
- 2e linie: interne, aangeboren immuniteit
● Fagocyten (marcofagen en granulocyten)
- 3e linie: verworven immuniteit
, ● T-lymfocyten (cellulaire immuniteit) en B-lymfocyten (humorale immuniteit)
15.2 Afweer
Begrippen:
Antistoffen: stoffen die ziekteverwekkers onschadelijk maken door aan antigenen te binden
Antibiotica: antibiotica maakt de deling en groei van bacteriën onmogelijk →
lichaam meer tijd om antistoffen te maken
● Niet bij virussen!
● Belangrijk! Bacteriën kunnen resistent worden of goede bacteriën gaan ook dood
Auto-immuunziekten: lymfocyten vernietigen eigen lichaamscellen
● Bij orgaantransplantaties speelt dit een grote rol!
Fagocytose: insluiten en verteren van ziekteverwekkers door fagocyten (macrofagen en
granulocyten)
Mediatoren: eiwitten met een regulerende functie
● Vb. Cytokinen (regelen normwaarde lichaamstemperatuur)
Cellulaire afweer: deel van de specifieke afweer bedoeld om ziekteverwekkers te vernietigen
in besmette lichaamscellen
● Door middel van T-lymfocyten
Humorale afweer: deel van de specifieke afweer bedoeld om de ziekteverwekkers met
antistoffen te vernietigen in de lichaamsvloeistoffen = humoren (o.a. Bloed, lymfe etc)
MHC: deel van genoom dat codeert voor eiwitten die een rol spelen bij de herkenning van
lichaamseigen en lichaamsvreemde cellen en stoffen
Koppelingseiwit: zorgen voor een sterkere binding tussen lymfocyt en ziekteverwekker, of
tussen twee lymfocyten
Lymfoïde organen van het immuunsysteem:
- Lymfeknopen
- Beenmerg
- Thymus
- Milt
Alle 4 de functie: opslag en transport van witte bloedcellen
Twee soorten afweer:
- Aangeboren/aspecifieke afweer: gericht tegen verschillende typen ziekteverwekkers
om die buiten het lichaam te houden
● Bij alle dieren & planten
● Bij infectie snel geactiveerd
● Geen onderscheid tussen soorten ziekteverwekkers