Paragraaf 1.5: Weer samen naar school (WSNS)
Over twee doelen was men binnen het WSNS-beleid eens:
1. Het moet voorkomen worden dat kinderen door verwijzing naar het speciaal onderwijs een negatief
etiket opgeplakt krijgen;
2. Economisch gezien moet een verdere groei van het leerlingaantal binnen het speciaal onderwijs
stoppen.
De beleidsmakers zochten het nu vooral in een algemeen voorwaardenscheppend beleid. Dit hield in dat de
verdere ontwikkeling van de zorgbreedte op de basisscholen en de samenwerking met de scholen voor speciaal
onderwijs structureel gestalte kregen door middel van school overstijgende en regionale regelingen. Men
noemde als belangrijkste doelen:
het inrichten van samenwerkingsverbanden tussen het regulier en het speciaal basisonderwijs
het aanstellen van interne begeleiders en het invoeren van een nieuwe bekostigingssystematiek.
Samenwerkingsverbanden
Een samenwerkingsverband (SWV) bestaat uit een vaste groep van ongeveer twintig tot vijfentwintig
basisscholen en één of enkele scholen voor speciaal onderwijs. Een samenwerkingsverband heeft een
zorgbudget, een gezamenlijke beheer van financiële middelen, dat ervoor zorg moet dragen dat de hulp aan
kinderen die het nodig hebben zo dicht mogelijk bij de kinderen blijft.
Wet op het Primair Onderwijs (WPO)
Deze wet voegt het basisonderwijs en een deel van het speciaal onderwijs samen tot een speciale school voor
basisonderwijs of: speciaal basisonderwijs (SBO). Hieronder vallen het speciaal onderwijs voor kinderen met
leer- en opvoedingsmogelijkheden (LOM), moeilijk lerende kinderen (MLK) en in hun ontwikkeling bedreigde
kleuters (IOBK).
Moet een leerling van een basisschool toch verwezen worden naar het speciaal basisonderwijs, dan beoordeelt
een onafhankelijk lichaam, de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), de aanvraag voor plaatsing van
een leerling binnen het speciaal onderwijs en kan deze al dan niet honoreren met een positieve of negatieve
‘beschikking’.
Paragraaf 1.6: Gevolgen WSNS-beleid
In deze paragraaf zien we dat het ingevoerde beleid gevolgen heeft gekregen in de zin van organisatorische
maatregelen, maar nauwelijks inhoudelijke vernieuwingen tot stand heeft gebracht. Om die reden is Weer
Samen Naar School Plus ingevoerd.
Organisatorische vernieuwingen
Een interne begeleider (IB’er) is meestal een geheel of gedeeltelijk van lesgeven vrijgestelde leerkracht, die de
zorgverbredingsactiviteiten coördineert. Deze IB’er kan zowel op schoolniveau als op klassenniveau werkzaam
zijn.
Vanuit de school voor speciaal onderwijs verrichten leerkrachten als ambulant begeleider (AB’er)
werkzaamheden op de basisscholen ten behoeve van de zorgleerlingen.
Weer Samen Naar School Plus
In 1996 werd het Procesmanagement Primair Onderwijs (PMPO) ingesteld om samenhang te brengen en te
houden in de groeiende hoeveelheid onderwijsvernieuwingsactiviteiten als: WSNS, het project
Onderwijskansen, en later het Gemeentelijke Onderwijs Achterstandenbeleid (GOA-beleid). Hoewel het PMPO
in 2002 ophield te bestaan, ging het WSNS-proces verder onder de naam WSNS Plus of WSNS+. De basis
hiervoor was een convenant dat gesloten is tussen het ministerie en de schoolbesturen-, schoolleiders- en
onderwijsvakorganisaties.
Het project 1-zorgroute zorgt voor meer samenhang en aansluiting tussen schoolinterne en externe
leerlingenzorg. Sinds 2006 zijn alle SBO-scholen verplicht te werken met een Ontwikkelingsperspectiefplan
(OPP) voor iedere leerling. Het project 1-zorgroute biedt hiervoor een kader.
Over twee doelen was men binnen het WSNS-beleid eens:
1. Het moet voorkomen worden dat kinderen door verwijzing naar het speciaal onderwijs een negatief
etiket opgeplakt krijgen;
2. Economisch gezien moet een verdere groei van het leerlingaantal binnen het speciaal onderwijs
stoppen.
De beleidsmakers zochten het nu vooral in een algemeen voorwaardenscheppend beleid. Dit hield in dat de
verdere ontwikkeling van de zorgbreedte op de basisscholen en de samenwerking met de scholen voor speciaal
onderwijs structureel gestalte kregen door middel van school overstijgende en regionale regelingen. Men
noemde als belangrijkste doelen:
het inrichten van samenwerkingsverbanden tussen het regulier en het speciaal basisonderwijs
het aanstellen van interne begeleiders en het invoeren van een nieuwe bekostigingssystematiek.
Samenwerkingsverbanden
Een samenwerkingsverband (SWV) bestaat uit een vaste groep van ongeveer twintig tot vijfentwintig
basisscholen en één of enkele scholen voor speciaal onderwijs. Een samenwerkingsverband heeft een
zorgbudget, een gezamenlijke beheer van financiële middelen, dat ervoor zorg moet dragen dat de hulp aan
kinderen die het nodig hebben zo dicht mogelijk bij de kinderen blijft.
Wet op het Primair Onderwijs (WPO)
Deze wet voegt het basisonderwijs en een deel van het speciaal onderwijs samen tot een speciale school voor
basisonderwijs of: speciaal basisonderwijs (SBO). Hieronder vallen het speciaal onderwijs voor kinderen met
leer- en opvoedingsmogelijkheden (LOM), moeilijk lerende kinderen (MLK) en in hun ontwikkeling bedreigde
kleuters (IOBK).
Moet een leerling van een basisschool toch verwezen worden naar het speciaal basisonderwijs, dan beoordeelt
een onafhankelijk lichaam, de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), de aanvraag voor plaatsing van
een leerling binnen het speciaal onderwijs en kan deze al dan niet honoreren met een positieve of negatieve
‘beschikking’.
Paragraaf 1.6: Gevolgen WSNS-beleid
In deze paragraaf zien we dat het ingevoerde beleid gevolgen heeft gekregen in de zin van organisatorische
maatregelen, maar nauwelijks inhoudelijke vernieuwingen tot stand heeft gebracht. Om die reden is Weer
Samen Naar School Plus ingevoerd.
Organisatorische vernieuwingen
Een interne begeleider (IB’er) is meestal een geheel of gedeeltelijk van lesgeven vrijgestelde leerkracht, die de
zorgverbredingsactiviteiten coördineert. Deze IB’er kan zowel op schoolniveau als op klassenniveau werkzaam
zijn.
Vanuit de school voor speciaal onderwijs verrichten leerkrachten als ambulant begeleider (AB’er)
werkzaamheden op de basisscholen ten behoeve van de zorgleerlingen.
Weer Samen Naar School Plus
In 1996 werd het Procesmanagement Primair Onderwijs (PMPO) ingesteld om samenhang te brengen en te
houden in de groeiende hoeveelheid onderwijsvernieuwingsactiviteiten als: WSNS, het project
Onderwijskansen, en later het Gemeentelijke Onderwijs Achterstandenbeleid (GOA-beleid). Hoewel het PMPO
in 2002 ophield te bestaan, ging het WSNS-proces verder onder de naam WSNS Plus of WSNS+. De basis
hiervoor was een convenant dat gesloten is tussen het ministerie en de schoolbesturen-, schoolleiders- en
onderwijsvakorganisaties.
Het project 1-zorgroute zorgt voor meer samenhang en aansluiting tussen schoolinterne en externe
leerlingenzorg. Sinds 2006 zijn alle SBO-scholen verplicht te werken met een Ontwikkelingsperspectiefplan
(OPP) voor iedere leerling. Het project 1-zorgroute biedt hiervoor een kader.