H10 - Veranderingen in het vormingsvraagstuk
Vormingvraagstuk: Vraagstuk over het proces van verwerving van een
bepaalde identiteit
10.1 Protestgeneratie
In de loop van de 20e eeuw ontstond er steeds meer gelijkheid. Na de WOII
kwam er meer welvaart in de Nederland en daardoor ontstonden in de jaren 60
en 70 steeds meer jongeren culturen. Deze groepen zetten zich af tegen de
dominante cultuur.
10.2 Politieke socialisatie
Politieke socialisatie: Het proces van overdracht en verwerving van de
politieke cultuur van de groepen en samenleving waar mensen toe behoren. Het
proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met
anderen.
Voor de jaren 60 was er in Nederland sprake van verzuiling, hierdoor bleef de
politieke socialisatie binnen je eigen geloofsovertuiging. Na de jaren 60 kwam er
ontzuiling. Hierdoor gingen jongeren buiten hun eigen zuil. Hierdoor veranderde
de socialisatie.
Identiteit: Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen
voorhoudt en dat hij als kenmerkend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is
afgeleid van zijn perceptie over de groepen waar hij wel of juist ook niet deel van
uitmaakt.
De nieuwe jongerenculturen speelden ook een belangrijke rol in de ontwikkeling
van de identiteit van de jongeren. Ze keerde zich tegen de burgerij en sloten zich
aan bij groepen waar zij zich tot aangetrokken voelen.
10.3 Theorie en Ideologie
De media heeft sinds de ontzuiling enorme invloed op de samenleving gekregen.
Framing: De manier waarop een onderwerp wordt gebracht, ingekleed en
uitgelegd.
Er zijn verschillende theorieën over de invloed van de media. Deze theorieën
worden hier hypotheses genoemd:
Cultivatiehypothese : het beeld van de werkelijkheid van mensen die
veel naar bepaalde soorten programma’s kijken wordt meer beïnvloed dan
het beeld van de werkelijkheid van mensen die niet naar die programma’s
kijken
Opinieleiders Hypothese : idolen en opinieleiders hebben direct of
indirect invloed op mediagebruikers
Media Framing hypothese : Het frame van het onderwerp heeft invloed
op de manier waarop mensen over dat onderwerp denken of praten
Selectiviteit Hypothese : Door selectieve blootstelling, selectieve
perceptie en selectief onthouden hebben de media een beperkte invloed
als socialisator
De visies van de ideologie op socialisatie:
Vormingvraagstuk: Vraagstuk over het proces van verwerving van een
bepaalde identiteit
10.1 Protestgeneratie
In de loop van de 20e eeuw ontstond er steeds meer gelijkheid. Na de WOII
kwam er meer welvaart in de Nederland en daardoor ontstonden in de jaren 60
en 70 steeds meer jongeren culturen. Deze groepen zetten zich af tegen de
dominante cultuur.
10.2 Politieke socialisatie
Politieke socialisatie: Het proces van overdracht en verwerving van de
politieke cultuur van de groepen en samenleving waar mensen toe behoren. Het
proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met
anderen.
Voor de jaren 60 was er in Nederland sprake van verzuiling, hierdoor bleef de
politieke socialisatie binnen je eigen geloofsovertuiging. Na de jaren 60 kwam er
ontzuiling. Hierdoor gingen jongeren buiten hun eigen zuil. Hierdoor veranderde
de socialisatie.
Identiteit: Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen
voorhoudt en dat hij als kenmerkend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is
afgeleid van zijn perceptie over de groepen waar hij wel of juist ook niet deel van
uitmaakt.
De nieuwe jongerenculturen speelden ook een belangrijke rol in de ontwikkeling
van de identiteit van de jongeren. Ze keerde zich tegen de burgerij en sloten zich
aan bij groepen waar zij zich tot aangetrokken voelen.
10.3 Theorie en Ideologie
De media heeft sinds de ontzuiling enorme invloed op de samenleving gekregen.
Framing: De manier waarop een onderwerp wordt gebracht, ingekleed en
uitgelegd.
Er zijn verschillende theorieën over de invloed van de media. Deze theorieën
worden hier hypotheses genoemd:
Cultivatiehypothese : het beeld van de werkelijkheid van mensen die
veel naar bepaalde soorten programma’s kijken wordt meer beïnvloed dan
het beeld van de werkelijkheid van mensen die niet naar die programma’s
kijken
Opinieleiders Hypothese : idolen en opinieleiders hebben direct of
indirect invloed op mediagebruikers
Media Framing hypothese : Het frame van het onderwerp heeft invloed
op de manier waarop mensen over dat onderwerp denken of praten
Selectiviteit Hypothese : Door selectieve blootstelling, selectieve
perceptie en selectief onthouden hebben de media een beperkte invloed
als socialisator
De visies van de ideologie op socialisatie: