Inhoudsopgave 1
Anatomie & fysiologie 2 t/m 10
Maagdarmstelsel & spijsverteringsstelsel 2 t/m 10
Inleiding stoma 11
Plaatsbepaling 11
Indicaties 12
Soorten darmstoma’s 13
Colostoma 14
Ileostoma 14,15
Urostoma 16
Stomaverzorging 17
Protocollen 18 t/m 23
Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een eendelig opvangsysteem
Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een tweedelig opvangsysteem, inclusief basisplak of
huidplaat
Irrigeren van een stoma
Oefenvragen 24 t/m 28
1
,Anatomie & fysiologie
Maagdarmstelsel & spijsverteringsstelsel
2
, Mondholte
De mondholte maakt deel uit van het spijsverteringskanaal en van de luchtwegen. In de mond wordt
voedsel fijngekauwd en vermengd met speeksel, de amylase-enzymen in het speeksel beginnen met het
verteren van het voedsel/zetmeel en maken dit glad en smeuïg. De tong duwt het voedsel naar de
slokdarm/oesofagus.
De mondholte is bekleed met slijmvlies en bestaat uit meerlagig niet-verhoornend plaveiselepitheel. Het
dak van de mondholte wordt gevormd door het gehemelte/palatum in het centrum en de benige richels
van de bovenkaak aan de zijkanten. Het voorste deel van het gehemelte is van bot en wordt harde
gehemelte/palatum durum genoemd. Meer naar achteren zit het zachte gehemelte/palatum molle. Met
je tong kun je goed voelen waar de overgang zit. Het zachte gehemelte bestaat voornamelijk uit
spierweefsel.
Aan de achterkant loop het zachte gehemelte uit in twee plooien die langs de zijkanten van de mondholte
omlaag lopen. Dat zijn de gehemeltebogen/farynxbogen. De keelamandelen liggen tussen de voorste en
de achterste gehemelteboog. In het midden achterin loopt het zachte gehemelte, deze eindigt in een
aanhangsel: de huig/uvula. De zijkanten van de mondholte worden gevormd door de wangen, die naar
voren toe uitlopen in de lippen/labiae. De wangen en de lippen bestaan uit dwarsgestreepte spieren. Elke
lip heeft aan de binnenkant in het midden een lipteugel. Het is een vlies dat de lip met het tandvlees
verbindt. De bodem van de mondholte wordt gevormd door de onderkaak, de tong en daaronder een
aantal spieren.
Verschillende organen spelen een rol bij de voedselbewerking in de mondholte, denk hierbij aan de
kauwspieren, het gebit, speekselklieren en de tong. De kauwspieren trekken de onderkaak tegen de
bovenkaak aan. Wanneer je je mond opent zullen de kauwspieren ontspannen. Kauwen is een ritmische
beweging waarbij de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak verschillende bewegingen maakt.
Keelholte/farynx
De keelholte/farynx is de buisvormige ruimte vanaf de neusholte tot aan het strottenhoofd en de
slokdarm. De keelholte/farynx is de doorgang voor zowel het voedsel als in- en uitgeademde lucht. Er zijn
5 delen die met de keelholte in verbinding staan, dit zijn de neusholte, mondholte, strottenhoofd,
slokdarm/oesofagus en de buis van Eustachius. De enige functie van de keelholte voor de spijsvertering is
het laten passeren van de voedselbrok naar de slokdarm/oesofagus.
Slokdarm/oesofagus
De slokdarm/oesofagus is een gespierde buis die de keelholte/farynx met de maag/ventriculus verbindt,
de lengte van de slokdarm is ongeveer 30 centimeter. De slokdarm heeft 3 vernauwingen, deze kunnen
voor problemen zorgen bij grote happen slecht gekauwd eten wat ervoor zorg dat de brok voedsel kan
blijven steken.
De enige functie van de slokdarm/oesofagus is het transport van het voedsel van de keelholte/farynx naar
de maag/ventriculus, n dit proces is er nauwelijks tijd voor vertering. Spieren in de slokdarmwand trekken
samen en duwen het voedsel langzaam naar de maag/ventriculus, dit transport gaat door middel van
peristaltiek.
Maag/ventriculus
3