BOKS anatomie
Gewrichten
Skills:
Testen op AROM/PROM in relatie tot eindgevoel, normaalwaarde en links/rechts vergelijking. Palpatie of exacte projectie van het gewricht.
Kennis:
Naam, plaats, soort gewricht en alle bewegingen die mogelijk zijn.
Algemeen
Type verbinding en de relatie met de stabiliteit:
• Junctura ossea = botverbinding. ‘Verbeend’, geen beweeglijkheid, uitsluitend voor stevigheid.
• Junctura fibrosa = bindweefselverbinding, verbindt 2 botstukken dmv bindweefsel.
- Syndesmosis. Band-verbinding tussen botten, geringe beweeglijkheid, elastische aanpassing aan belasting (vb. schot tussen tibia + fibula)
- Sutura. Zeer smalle spleten met bindweefsel gevuld. (vb. schedelnaden van een volwassenen)
• Junctura cartilaginea = kraakbeenverbinding, verbindt 2 botstukken dmw kraakbeenweefsel. Dit is meestal vergroeid met de botstukken.
- Synchondrosis. Hyalien kraakbeen. (vb: verbindingen tussen bovenste ribben en borstbeen)
- Symphysis. Vezelig kraakbeen
• Junctura synoviale = vloeistof. Kenmerken: kraakbeen op gewrichtsuiteinden, gewrichtskapsel, gewrichtsspleet, kop/kom, gewrichtsvocht. (vb. kniegewricht)
___________________________________________________________________________________________________________________________
• Art. cylindrica = cylinder gewricht
- Art ginglymus = scharniergewricht. Heeft 1 as van bewegen, het strekken/buigen. As loodrecht op lengte-as beide
botstukken. (knie en elleboog)
- Art. trochoidea = draai- of rolgewricht. As in de lengterichting van bewegende botstuk
• Art. sphaeroidea = kogelgewricht/bolvormig gewricht. Kan alle kanten op roteren, 3-assig, assen loodrecht op elkaar
• Art. ellipsoidea = ellipsvormig gewricht. 2-assig; zowel rotatie als translatie.
• Art. sellaris = zadelgewricht. 2-assig; botuiteinden zijn zowel kop als kom (convex + concaaf)
• Art. plana = vlak gewricht. Translaties in alle richtingen; rotatie om eigen as
• Functie CPP (close packed position). Betekent dat het bot een maximaal contactoppervlak heeft met het andere bot in
het desbetreffende gewricht. De gewrichten maken het meeste contact met elkaar. Zeer stabiel, matige beweeglijkheid.
Alle posities van een gewricht die niet close-packed zijn kunnen loose-packed genoemd worden.
• Functie MLPP (maximal loose packed position). Betekent dat het bot een minimaal contactoppervlak heeft met het andere bot in het desbetreffende gewricht. In een ontspannen
houding, weinig kracht. Veel beweging mogelijk, instabiel, veel speling in het gewricht.
Gewrichten
Skills:
Testen op AROM/PROM in relatie tot eindgevoel, normaalwaarde en links/rechts vergelijking. Palpatie of exacte projectie van het gewricht.
Kennis:
Naam, plaats, soort gewricht en alle bewegingen die mogelijk zijn.
Algemeen
Type verbinding en de relatie met de stabiliteit:
• Junctura ossea = botverbinding. ‘Verbeend’, geen beweeglijkheid, uitsluitend voor stevigheid.
• Junctura fibrosa = bindweefselverbinding, verbindt 2 botstukken dmv bindweefsel.
- Syndesmosis. Band-verbinding tussen botten, geringe beweeglijkheid, elastische aanpassing aan belasting (vb. schot tussen tibia + fibula)
- Sutura. Zeer smalle spleten met bindweefsel gevuld. (vb. schedelnaden van een volwassenen)
• Junctura cartilaginea = kraakbeenverbinding, verbindt 2 botstukken dmw kraakbeenweefsel. Dit is meestal vergroeid met de botstukken.
- Synchondrosis. Hyalien kraakbeen. (vb: verbindingen tussen bovenste ribben en borstbeen)
- Symphysis. Vezelig kraakbeen
• Junctura synoviale = vloeistof. Kenmerken: kraakbeen op gewrichtsuiteinden, gewrichtskapsel, gewrichtsspleet, kop/kom, gewrichtsvocht. (vb. kniegewricht)
___________________________________________________________________________________________________________________________
• Art. cylindrica = cylinder gewricht
- Art ginglymus = scharniergewricht. Heeft 1 as van bewegen, het strekken/buigen. As loodrecht op lengte-as beide
botstukken. (knie en elleboog)
- Art. trochoidea = draai- of rolgewricht. As in de lengterichting van bewegende botstuk
• Art. sphaeroidea = kogelgewricht/bolvormig gewricht. Kan alle kanten op roteren, 3-assig, assen loodrecht op elkaar
• Art. ellipsoidea = ellipsvormig gewricht. 2-assig; zowel rotatie als translatie.
• Art. sellaris = zadelgewricht. 2-assig; botuiteinden zijn zowel kop als kom (convex + concaaf)
• Art. plana = vlak gewricht. Translaties in alle richtingen; rotatie om eigen as
• Functie CPP (close packed position). Betekent dat het bot een maximaal contactoppervlak heeft met het andere bot in
het desbetreffende gewricht. De gewrichten maken het meeste contact met elkaar. Zeer stabiel, matige beweeglijkheid.
Alle posities van een gewricht die niet close-packed zijn kunnen loose-packed genoemd worden.
• Functie MLPP (maximal loose packed position). Betekent dat het bot een minimaal contactoppervlak heeft met het andere bot in het desbetreffende gewricht. In een ontspannen
houding, weinig kracht. Veel beweging mogelijk, instabiel, veel speling in het gewricht.