100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting bestuursrecht 1e jaar

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
20
Geüpload op
18-09-2022
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting bestuursrecht 1e jaar











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
18 september 2022
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Bestuursrecht
Inleiding
Het bestuursrecht is het recht voor, van en tegen het overheidsbestuur.
Het bevat de regels die de overheid nodig heeft om te kunnen en mogen
besturen en de regels die de burger nodig heeft om tegen dit besturen te
kunnen optreden. Het overheidsbestuur heeft betrekking op de actieve
bemoeienis van de overheid met de samenleving. De bronnen van het
bestuursrecht zijn te vinden in het internationale recht, de nationale
wetgeving, jurisprudentie en het ongeschreven bestuursrecht.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen het algemeen en bijzonder
bestuursrecht. Het algemeen bestuursrecht wordt in de Awb behandeld. In
deze wet worden algemene regels gegeven over de rechtsbescherming,
handhaving, bestuursorgaan etc. Het doel van de Awb is om meer eenheid
te brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving, om de bestuursrechtelijke
wetgeving te systematiseren en vereenvoudigen en om normen die in de
rechtspraak zijn ontwikkeld op te nemen in de wet (codificeren). Het
bijzonder bestuursrecht richt zich op een bepaald onderdeel van het
bestuursrecht, zoals het vreemdelingenrecht, belastingrecht, milieurecht
etc.

Het bestuursrecht is ook onder te verdelen in het materieel en formeel
bestuursrecht. Het materieel bestuursrecht bevat rechtsnormen waarin
voor burgers en bestuursorganen aanspraken/verplichtingen zijn
opgenomen. Het formeel bestuursrecht gaat over de procesrechtelijke
regels die de burger nodig heeft om tegen het optreden van de overheid
iets te ondernemen.

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De overheidsmacht is
verspreid over verschillende niveaus (openbare lichamen): de Staat, de
provincies, de waterschappen, de gemeenten en de lichamen waaraan
krachtens de Grondwet bevoegdheid is verleend (art. 2:1 BW). Deze
openbare lichamen bestaan uit bestuursorganen. Bij de Staat is het
bestuursorgaan de ministers en de regering, bij de provincies is dat de
provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning,
bij de gemeenten is dat de gemeenteraad, de burgemeester en het
college van burgemeester en wethouders. De openbare lichamen bezitten
rechtspersoonlijkheid.

De overheid heeft als rechtspersoon privaatrechtelijke bevoegdheden en
rechten (tweewegenleer), er moet namelijk altijd rekening worden
gehouden met het behartigen van het algemeen belang. De overheid staat
gelijk met een natuurlijk persoon (art. 2:5 BW), het kan allerlei
overeenkomsten aangaan en eigenaar zijn van roerende een onroerende
zaken. De overheid die als burger optreedt, moet rekening houden met de
abbb’s.

,Bestuursorganen
Bestuursorganen zijn organen van een organisatie van het Openbaar
Bestuur met bestuursbevoegdheid. Bestuursorganen kunnen een a-orgaan
zijn en een b-orgaan. A-organen zijn rechtspersonen die
krachtens het publiekrecht zijn ingesteld (art. 1:1 lid 1 sub a Awb). B-
organen zijn andere personen of college die met enig openbaar gezag
bekleed zijn (art. 1:1 lid 1 sub b Awb).

De toetsing van een a- bestuursorgaan (art. 1:1 lid 1 sub a Awb):
1. Rechtspersoon: Er moet sprake zijn van een publiekrechtelijk
rechtspersoon (art. 2:1 BW).
2. Publiekrechtelijk: Er moet sprake zijn van een rechtspersoonlijkheid
op grond van de publiekrechtelijke wet (art. 123 GW, art. 133 GW,
art. 134 GW).
3. Orgaan: Er moet sprake zijn van een orgaan (art. 125 lid 1 GW jo. art
125 lid 2 GW)

Een b- bestuursorgaan wordt niet getoetst. Zij behoren niet tot de
overheid maar verrichten als bestuursorgaan wel bestuurstaken. Ze
beschikken over enig openbaar gezag (art. 1:3 Awb) en hebben een
bepaalde bestuurstaak (wettelijk voorschrift) en een publieke taak (geen
wettelijk voorschrift).
Er moet altijd eerst getoetst worden of er sprake is van een a-
bestuursorgaan en als dat niet zo is, moet er gekeken worden of het een
b- bestuursorgaan is.




Alleen bestuursorganen bezitten bestuursbevoegdheden. Voor het
handelen van bestuursorganen gelden speciale regels van de Awb:
- A- organen voor het gehele functioneren (fulltime bestuursorgaan),
- B- organen voor zover zij een bestuurstaak uitoefenen (parttime
bestuursorgaan).
Als burger kan je in bezwaar/beroep tegen besluiten van bestuursorganen
(uitzonderingen in art. 8:3 Awb).

, ‘’Publiekrechtelijk’’ houdt in dat het bestuursorgaan een exclusieve
bevoegdheid heeft om te beslissen. Deze bevoegdheid is aan het
bestuursorgaan toegekend door een publiekrechtelijke wettelijke regeling.
het bestuursorgaan heeft deze speciale bevoegdheid gekregen om te
beslissen, dit maakt het bestuursorgaan machtig.


Een bestuursorgaan kan op drie verschillende manieren bevoegdheid
verkrijgen, namelijk door attributie, delegatie en mandaat.

Attributie is het toekennen (het scheppen) van een nieuwe bevoegdheid
(de wetgever kent een nieuwe wetgevende bevoegdheid toe aan een
bestuursorgaan (art. 10:22 Awb)). Bevoegdheden kunnen aan
(zelfstandige) bestuursorganen en aan ambtenaren worden geattribueerd.

Delegatie is het overdragen van een bevoegdheid aan een ander (art.
10:13 Awb). Dit is slechts toegestaan indien dit bij wettelijk voorschrift
(bijv. provinciale of gemeentelijke verordening) mogelijk is gemaakt.
Degene die de bevoegdheid overdraagt wordt de delegans genoemd en
degene die de bevoegdheid verkrijgt wordt delegataris genoemd. De
delegataris oefent de bevoegdheid op eigen naam en onder eigen
verantwoordelijkheid uit, het bestuursorgaan dat delegeert raakt zijn
bevoegdheid kwijt. Een delegataris kan ook zijn bevoegdheid weer
overdragen aan een ander (subdelegatie).

Mandaat is de bevoegdheid krijgen om in naam van een bestuursorgaan
besluiten te nemen (art. 10:1 Awb). Er worden hierbij geen bevoegdheden
overgedragen, de verantwoordelijkheden blijven bij het bestuursorgaan
dat de ander gemachtigd heeft. De mandaatgever blijft bevoegd om de
gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. Degene die mandaat geeft
wordt mandans genoemd en degene die namens de mandans de
bevoegdheid uitoefent wordt mandataris genoemd. Een mandataris kan de
‘’verantwoordelijkheid’’ ook weer aan een ander overdragen, mits de
mandans hiervoor de bevoegdheid geeft (submandaat).

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
sirienmehanna Hanzehogeschool Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
13
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
9
Documenten
0
Laatst verkocht
6 maanden geleden

3,7

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen