100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

60 oefen tentamenvragen met antwoorden! Inleiding tot het recht UvA

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
20
Cijfer
9-10
Geüpload op
14-09-2022
Geschreven in
2021/2022

60 oefenvragen, gebaseerd of afkomstig van oude tentamens van het eerstejaars vak Inleiding tot het recht aan de UvA. Met antwoorden aan het eind van de vragen.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
14 september 2022
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2021/2022
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Voorbeeld van de inhoud

Oefententamen 1: Inleiding tot het recht
Vraag 1
Welke stelling is juist?
a. In het privaatrecht behartigt de overheid het algemeen belang, en dit recht regelt de
verhouding tussen burgers onderling.
b. In het publiekrecht behartigt de overheid het algemeen belang, en dit recht regelt de
verhouding tussen overheid en burger.
c. In het privaatrecht behartigt de burger zijn eigenbelang, en dit recht regelt de verhouding
tussen overheid en burger.
d. In het publiekrecht behartigt de burger zijn eigenbelang, en dit recht regelt de verhouding
tussen burgers onderling.

Vraag 2
De Algemene Wet Bestuursrecht bevat:
a. alleen materieel recht.
b. zowel formeel als materieel recht.
c. alleen formeel recht.
d. noch formeel, noch materieel recht.

Vraag 3
Artikel 1038a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering luidt: ‘Tenzij de partijen
anders zijn overeengekomen, worden de eiser en de verweerder door het scheidsgerecht in
de gelegenheid gesteld een memorie van eis respectievelijk een memorie van antwoord in te
dienen. Dit is een voorbeeld van:
a. de devolutieve werking van het hoger beroep.
b. een klassiek grondrecht.
c. aanvullend recht.
d. materieel recht.

Vraag 4
Een wet in materiële zin:
a. komt alleen tot stand door de regering en volksvertegenwoordiging gezamenlijk.
b. behoort niet tot de formele rechtsbronnen.
c. bevat nooit formeel recht.
d. wordt altijd gemaakt door een bevoegd overheidsorgaan.

Vraag 5
Artikel 7:751 Burgerlijk Wetboek: ‘De aannemer is bevoegd het werk onder zijn leiding door
anderen te doen uitvoeren, en ten aanzien van onderdelen ook de leiding aan anderen over
te laten, zulks onverminderd zijn aansprakelijkheid voor de deugdelijke nakoming van de
overeenkomst. Dit artikel houdt in:
a. een bevoegdheidsverlenende norm.
b. een verbodsnorm.
c. een sanctienorm.
d. een verbodsnorm met sanctienorm.

, Vraag 6
Welke van de volgende uitspraken over de wet en de jurisprudentie als rechtsbronnen is
onjuist?
a. De wet is een formele rechtsbron, jurisprudentie niet.
b. Wetten moeten officieel worden bekendgemaakt, jurisprudentie niet.
c. De rechter is niet grondwettelijk bevoegd rechtsregels vast te stellen, de wetgever wel.
d. Rechterlijke uitspraken zijn alleen bindend voor de partijen in het individuele geval,
wetgeving is algemeen bindend.

Vraag 7
Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening van Amsterdam is het verboden om foto's te
maken van raamprostituees. Welke stelling is juist?
a. Dit is niet een wet in materiële zin maar wel een wet in formele zin.
b. Dit is een wet in materiële zin die niet een wet in formele zin is.
c. Dit is een wet in materiële zin die ook een wet in formele zin is.
d. Dit is niet een wet in materiële zin en ook niet een wet in formele zin.

Vraag 8
In art. 7:9 lid 1 BW staat dat de verkoper verplicht is de verkochte zaak met toebehoren in
eigendom over te dragen en af te leveren.
Welke stelling is juist?
a. Dit is formeel privaatrecht.
b. Dit is materieel privaatrecht.
c. Dit is materieel publiekrecht.
d. Dit is formeel publiekrecht.

Vraag 9
Aan artikel 38 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof ontlenen we:
a.de formele rechtsbronnen van het internationale recht die ook in Nederland gelden.
b.de Nederlandse nationale formele rechtsbronnen.
c.de rechtsbeginselen die de rechtsbronnen van het internationale recht vormen.
d.de rechtsbronnen die een rechtstreekse werking in het Nederlandse recht hebben.

Vraag 10
Welke stelling is juist?
A. Gewoonterecht betreft ook in onbruik geraakte gewoonten.
B. Gewoonterecht is in Nederland een zelfstandige bron van recht.
C. Gewoonterecht is in Nederland alleen recht als de rechter het als zodanig aanmerkt.
D. Gewoonterecht wordt in Nederland gedoogd.

Vraag 11
Welke van de onderstaande uitspraken is juist?
a. De procureur-generaal bij de Hoge Raad behoort niet tot de rechterlijke macht.
b. Het openbaar ministerie behoort niet tot de rechterlijke macht.
c. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behoort tot de gewone
rechterlijke macht.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
soofssamenvattingen Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
250
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
99
Documenten
53
Laatst verkocht
5 dagen geleden

4,2

27 beoordelingen

5
16
4
4
3
5
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen