Wat zijn de voorspellers van welbevinden in het levensloopverhaal van deze respondent?
Naam: Lisa Beer
Studentnummer: 1817394
E-mail:
Opleiding: Master Innovatie in Zorg en Welzijn
Module: Vraagsturing
Toetscode: GVE-1.M-BV-16
Versie: 2 (Summatief)
Datum: 14-03-2022
Aantal woorden: 2978
,Inhoudsopgave
Samenvatting..........................................................................................................................................2
1. Inleiding..............................................................................................................................................4
2. Methode.............................................................................................................................................6
2.1 Proces...........................................................................................................................................6
2.2 Respondent..................................................................................................................................6
2.3 Analyse.........................................................................................................................................7
3. Bevindingen......................................................................................................................................10
3.1 Groepeerschema thema’s van welbevinden...............................................................................10
3.2 Toelichting voorspellers van welbevinden..................................................................................11
3.2.1 Angst soorten.......................................................................................................................11
3.2.2 Copingstijlen........................................................................................................................11
3.2.3 Drijfveer...............................................................................................................................11
3.2.4 Emotionele weerspiegeling..................................................................................................12
3.2.5 Gezinssituatie......................................................................................................................12
3.2.6 Woonomgeving....................................................................................................................13
3.3 Samenhang van de thema’s........................................................................................................13
4. Discussie...........................................................................................................................................14
5. Conclusie..........................................................................................................................................17
Literatuurlijst........................................................................................................................................18
Bijlage 1: Informed consent formulier..................................................................................................24
Bijlage 2: Verbatim Transcript..............................................................................................................25
Bijlage 3: SNA analyse...........................................................................................................................40
Bijlage 4: Peer-feedback twee medestudenten....................................................................................41
Bijlage 5: Verslag leerrendement.........................................................................................................46
Samenvatting
2
,Inleiding Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met een chronische stoornis of aandoening
vaker aanpassingsproblemen vertonen dan gezonde kinderen. 1 op de 10 kinderen in
Nederland heeft gedurende de jeugd last van één of meer angststoornissen. Middels
kwalitatief onderzoek is een levensloopinterview gehouden. Het doel van het onderzoek is
het zoeken naar aanwijzingen in het levensloop interview om inzicht te krijgen in narratieve
identiteit en daarmee de voorspellers van welbevinden van de respondent. De
onderzoeksvraag luidt als volgt: wat zijn de voorspellers van welbevinden in het
levensloopverhaal van deze respondent?
Methode Om de onderzoeksvraag te beantwoorden is gekozen voor een kwalitatief
onderzoek middels één respondent. Het onderzoeksproces is uitgevoerd middels de
Levenslijn Interview Methode (de LIM). Hierbij wordt de respondent uitgenodigd om op een
vel papier waar een lijn staat getekend, met als beginpunt de geboortedatum en op driekwart
afstand de huidige datum, belangrijke gebeurtenissen met hoogte- en dieptepunten uit zijn of
haar leven in te tekenen en deze toe te lichten. Het analyseren van de data zal worden
uitgevoerd middels de stappen van Cresswel & Creswell.
Bevindingen Welbevinden is de mate waarin iemand zich tevreden voelt met zijn of haar
leven. De eigen lichamelijke en psychosociale gezondheid en de omstandigheden waarin
iemand leeft, zijn bepalend voor de mate van welbevinden. Factoren die invloed hebben op
welbevinden zijn voorspellers. Middels synoniemen uit de citaten van het levensloop
interview zijn zes voorspellers van welbevinden gevormd: angst soorten, copingstijlen,
drijfveer, emotionele weerspiegeling, gezinssituatie en woonomgeving.
Discussie Uit de bevindingen van het onderzoek zijn zes voorspellers van welbevinden
gevormd, die aansluiten bij het theoretisch raamwerk van Adler. Vanuit deze voorspellers
van welbevinden wordt het volgende aanbevolen aan ouders met kinderen: een vroegtijdige
en adequate herkenning van de angststoornis en cognitieve gedragstherapie.
Conclusie Het vertellen van een levensverhaal helpt om weg gestopte gevoelens zichtbaar
te maken, waardoor verwarring wordt omgezet in verduidelijking en narratieve identiteit aan
het licht wordt gebracht. Het antwoord op de vraag: wat zijn de voorspellers van welbevinden
in het levensloopverhaal van deze respondent? is angst soorten, copingstijlen, drijfveer,
emotionele weerspiegeling, gezinssituatie en woonomgeving.
3
, 1. Inleiding
Door vorderingen in de kindergeneeskunde is het aantal kinderen dat opgroeit met een
chronische stoornis de afgelopen decennia sterk toegenomen (Eurlings et al., 2022). Uit
onderzoek van Boer et., al (2017) is gebleken dat kinderen met een chronische stoornis
vaker aanpassingsproblemen vertonen dan gezonde kinderen. Vooral internaliserende
gedragsproblemen, zoals angst en sociale teruggetrokkenheid, komen onder hen meer dan
gemiddeld voor. 1 op de 10 kinderen in Nederland heeft gedurende de jeugd last van één of
meer angststoornissen (Starmans, 2016). Bij een angststoornis belemmert de angst het kind
in de omgang met andere kinderen en volwassenen, waardoor prestaties op school en
andere levensdomeinen verslechteren (Muris, 2022).
Er is nog weinig bekend welke invloed een angststoornis kan hebben op de levensloop van
kinderen ontwikkelend naar volwassenen; de adolescentie: de fase van ongeveer het 10e tot
het 22e levensjaar (Stark, 2021). Onder de levensloop wordt verstaan het vervullen van
ontwikkelingstaken en het bereiken mijlpalen, zoals het leggen van sociale contacten buiten
de familie en verwerven van zelfstandigheid (Eling & P.A.T.M., 2014). Voor optimale
adolescentie is kennis wenselijk over de psychosociale voorgeschiedenis van mensen die
opgroeien met een angststoornis (Maurice-Stam et al., 2006). Het vertellen van een
levensverhaal kan een helpen om weg gestopte gevoelens zichtbaar te maken (Adler et al.,
2016). Het uitspreken van deze gevoelens zorgt dat verwarring van die gevoelens wordt
omgezet in verduidelijking (Artioli et al., 2019). Deze manier van vertellen staat verbonden
met de narratieve psychologie, die bouwt op de veronderstelling dat mensen hun identiteit
construeren door het vertellen van verhalen over zichzelf en over wat hen overkomt (Maurer,
2014). Narratieve identiteit is een uniek aspect binnen de persoonlijkheid van het individu en
draagt bij aan het verklaren van welbevinden (Adler et. Al., 2016). Welbevinden is de mate
waarin iemand zich tevreden voelt met zijn of haar leven. De eigen lichamelijke en
psychosociale gezondheid en de omstandigheden waarin iemand leeft, zijn bepalend voor de
mate van welbevinden (Inze, 2021).
In het verpleegkundig werkveld komt uitspreken van gevoelens en ervaringen door patiënten
veel voor (Petersen, 2018). Verpleegkundigen verkeren in de positie om de patiënt te helpen
hun ervaring van ziekte tot expressie te brengen. Het stimuleren van onder woorden kunnen
brengen van opgeslagen boodschappen werkt voor de patiënt helend (Sools et al., 2014a).
4