Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Macronutriënten: Inleiding energie & koolhydraten: ............................................................... 2
Hoorcollege 2: Het maagdarm kanaal: De anatomie ...................................................................................... 11
Hoorcollege 3: Macronutriënten: Eiwitten ..................................................................................................... 22
Hoorcollege 4: Klinische voeding .................................................................................................................... 32
Hoorcollege 5: Klinimetrie .............................................................................................................................. 44
Hoorcollege 6: Vetten .................................................................................................................................... 49
Hoorcollege 7: Energiebalans en overgewicht ................................................................................................ 58
Hoorcollege 8: Het meten van de lichaamssamenstelling: .............................................................................. 65
Hoorcollege 9: Micronutriënten ..................................................................................................................... 70
Hoorcollege 10: The role of sugars in overweight ........................................................................................... 77
Hoorcollege 11: Voedselverdeling wereldwijd ............................................................................................... 80
Hoorcollege 12: Voedselconsumptie meten ................................................................................................... 84
Hoorcollege 13: Voedingsbeleid ..................................................................................................................... 89
,Hoorcollege 1: Macronutriënten: Inleiding energie & koolhydraten:
Energie: mogelijkheid om arbeid te verrichten. Onze voeding is een vorm van chemische
energie
Metabolisme, stofwisseling: het omzetten van de stoffen levert energie of zorgt voor
opslag.
Anabolisme: energie opslaan door stoffen aan elkaar te koppelen. Een voorbeeld is
fotosynthese die monosacharide vormt.
Katabolisme: energie komt vrij door de afbraak van stoffen. Door middel van celademhaling
worden monosacharide weer afgebroken.
Na katabolisme kunnen er bijvoorbeeld spieren opgebouwd worden
Verhouding macronutriënten:
De verhouding verschilt per voedingsmiddel.
Absoluut: in grammen. Gram KH/100 gram product
Relatief: in E%: kcal KH/kcal product
Welke voedingsmiddelen leveren in NL het meeste bij aan de energieconsumptie?
Granen en graanproducten
Kilocalorie: eenheid om energie te meten, energie nodig om de temperatuur van 1 kg water
1 graden celcius te doen stijgen. 1 kcal = 4,118 Kj
Energie uit macronutrienten: celademhaling: voeding + O2 -> CO2 + H2O + energie
Atwater factoren:
Eiwitten: 4 kcal
Koolhydraten: 4 kcal
Vetten: 9 kcal
Alcohol: 7 kcal
Energieprocent:
Aandeel (%) energie dat een macronutrient levert aan totale energie inname. Bijv de
voedingsnorm van 20-40 energieprocent (E%) vet. Er is een verschil te zien per populatie.
Energiedichtheid:
Energie per gram product.
Nutriënt dichtheid:
De hoeveelheid “belangrijke” nutriënten / energie. Hoeveelheid eiwit, vezel, vitaminen,
mineralen / 100 kcal. Veel verschillende definities mogelijk.
Energie-% uit koolhydraten wereldwijd:
- Wereldwijd: 63%
- Developed countries: 53%
- Developing countries: 67%
- Nederland 46% (vetten 34% en eiwit 16%)
,ADH koolhydraten: 40-70 energie%
Ondergrens omdat de hersenen glucose nodig hebben. Minimaal 130 gram nodig voor de
hersenen.
Bovengrens omdat je ook van de andere stoffen nodig hebt.
Koolhydraten:
- Koolstof (C) antomen
- Water (H20): waterstof (H) en zuurstof (O) atomen
- 1 suikermolecuul = monosacharide: C6H12O6
Indeling KH obv chemische structuur:
- Monosacchariden: glucose, fructose, galactose
- Disacchariden: twee monosachariden
- Polysacchariden: ketens van monsacchariden
Hydrolyse en condensatie KH:
Condensatie: anabool, energie voor nodig
Hydrolyse: katabool, energie komt vrij
, Koolhydraat metabolisme:
Opslag glucose als glycogeen:
- In de lever voor 1/3
- In de spieren 2/3. Is voor eigen gebruik
- Hersenen
- De glycogeen voorraad is in rust voldoende voor ongeveer 1 dag. Of voldoende voor 1-3
uur fysieke activiteit.
Regulatie bloedsuiker: insuline/glucagon:
Hoorcollege 1: Macronutriënten: Inleiding energie & koolhydraten: ............................................................... 2
Hoorcollege 2: Het maagdarm kanaal: De anatomie ...................................................................................... 11
Hoorcollege 3: Macronutriënten: Eiwitten ..................................................................................................... 22
Hoorcollege 4: Klinische voeding .................................................................................................................... 32
Hoorcollege 5: Klinimetrie .............................................................................................................................. 44
Hoorcollege 6: Vetten .................................................................................................................................... 49
Hoorcollege 7: Energiebalans en overgewicht ................................................................................................ 58
Hoorcollege 8: Het meten van de lichaamssamenstelling: .............................................................................. 65
Hoorcollege 9: Micronutriënten ..................................................................................................................... 70
Hoorcollege 10: The role of sugars in overweight ........................................................................................... 77
Hoorcollege 11: Voedselverdeling wereldwijd ............................................................................................... 80
Hoorcollege 12: Voedselconsumptie meten ................................................................................................... 84
Hoorcollege 13: Voedingsbeleid ..................................................................................................................... 89
,Hoorcollege 1: Macronutriënten: Inleiding energie & koolhydraten:
Energie: mogelijkheid om arbeid te verrichten. Onze voeding is een vorm van chemische
energie
Metabolisme, stofwisseling: het omzetten van de stoffen levert energie of zorgt voor
opslag.
Anabolisme: energie opslaan door stoffen aan elkaar te koppelen. Een voorbeeld is
fotosynthese die monosacharide vormt.
Katabolisme: energie komt vrij door de afbraak van stoffen. Door middel van celademhaling
worden monosacharide weer afgebroken.
Na katabolisme kunnen er bijvoorbeeld spieren opgebouwd worden
Verhouding macronutriënten:
De verhouding verschilt per voedingsmiddel.
Absoluut: in grammen. Gram KH/100 gram product
Relatief: in E%: kcal KH/kcal product
Welke voedingsmiddelen leveren in NL het meeste bij aan de energieconsumptie?
Granen en graanproducten
Kilocalorie: eenheid om energie te meten, energie nodig om de temperatuur van 1 kg water
1 graden celcius te doen stijgen. 1 kcal = 4,118 Kj
Energie uit macronutrienten: celademhaling: voeding + O2 -> CO2 + H2O + energie
Atwater factoren:
Eiwitten: 4 kcal
Koolhydraten: 4 kcal
Vetten: 9 kcal
Alcohol: 7 kcal
Energieprocent:
Aandeel (%) energie dat een macronutrient levert aan totale energie inname. Bijv de
voedingsnorm van 20-40 energieprocent (E%) vet. Er is een verschil te zien per populatie.
Energiedichtheid:
Energie per gram product.
Nutriënt dichtheid:
De hoeveelheid “belangrijke” nutriënten / energie. Hoeveelheid eiwit, vezel, vitaminen,
mineralen / 100 kcal. Veel verschillende definities mogelijk.
Energie-% uit koolhydraten wereldwijd:
- Wereldwijd: 63%
- Developed countries: 53%
- Developing countries: 67%
- Nederland 46% (vetten 34% en eiwit 16%)
,ADH koolhydraten: 40-70 energie%
Ondergrens omdat de hersenen glucose nodig hebben. Minimaal 130 gram nodig voor de
hersenen.
Bovengrens omdat je ook van de andere stoffen nodig hebt.
Koolhydraten:
- Koolstof (C) antomen
- Water (H20): waterstof (H) en zuurstof (O) atomen
- 1 suikermolecuul = monosacharide: C6H12O6
Indeling KH obv chemische structuur:
- Monosacchariden: glucose, fructose, galactose
- Disacchariden: twee monosachariden
- Polysacchariden: ketens van monsacchariden
Hydrolyse en condensatie KH:
Condensatie: anabool, energie voor nodig
Hydrolyse: katabool, energie komt vrij
, Koolhydraat metabolisme:
Opslag glucose als glycogeen:
- In de lever voor 1/3
- In de spieren 2/3. Is voor eigen gebruik
- Hersenen
- De glycogeen voorraad is in rust voldoende voor ongeveer 1 dag. Of voldoende voor 1-3
uur fysieke activiteit.
Regulatie bloedsuiker: insuline/glucagon: