De diverse samenleving
Nederlandse is superdiverse samenleving, waarin verschillen mens groter wordt.
Kwantitatieve transitie (interculturele verschillen); verschillen tussen groepen
Kwalitatieve transitie (intraculturele verschillen); verschillen binnen een groep
In het kruispuntdenken bestaat er niet één aspect, meerdere identiteiten kruizen.
Onze waarneming wordt gekleurd door ons referentiekader beïnvloed door sociale
context.
Sociale context: omstandigheden waarin wij leven/geleefd hebben,
groeperingen/netwerken waartoe wij behoren en wat we vanuit onze achtergrond
hebben meegekregen.
Pedagoog moet meervoudig kijken: kijken naar het unieke individu
Verschillende diversiteitsbenaderingen:
Deficietbenadering: inhalen of wegwerken van achterstanden
Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen
Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluitingen paternalisme
Doelgroepenbenadering: 3-in-1 gecombineerd (vorige punten)
Diversiteitsbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen
onderkennen
Migratiegezinnen
1945 - 1959 1960 - 1979 1980 - 1999 2000 - 2019
Structuur verzuiling ontzuiling Pluraliteit en
superdiversiteit
Emancipatie- Dekolonisatie Vrouwen Emancipatie LHBTI+, Black
bewegingen emancipatie, homo’s en Lives matters,
seksuele lesbiennes, Anti-‘woke’
emancipatie Pedo-
emancipatie
(’70 en ’80)
migratiecontex (voormalige) Arbeidsmigratie EU, arbeidsmigratie en
t koloniën (Turkije, Marokko, vluchtelingen
(Suriname, China, etc.) (Iran, Polen, Afghanistan, Syrië, Somalië,
Nederlandse etc.)
Antillen,
Indonesië, etc.)
Twee groepen migratie:
Vluchtelingen
- vrees voor vervolging
- Stress; voor, tijdens en na de vlucht
- Stroperige procedures
Migranten
- vrijwillig verlaten veilig land
- Ruimte om plannen te maken
- Soms ook: stroperige procedure en stress
Vier acculturatiestrategieën: