Hoorcollege 2
Kinderen en media
Sensomotorische fase
0 tot 2 jaar ongeveer
- Ontwikkeling motoriek
- Ontwikkeling zintuigen
- Ontwikkeling geheugen
Objectpermanent = Je ziet een object niet meer maar het is er nog weg. (Denk aan
kiekeboe)
Kinderen van deze leeftijd hebben geen besef van objectpermanentie.
Dieren weten dat het er nog is. Ze gaan op zoek.
https://www.youtube.com/watch?v=C0hETFY67F0 : Voorbeeld.
Pre-operationele Fase
Van 2 tot 7 jaar ongeveer
- Taalontwikkeling
- Verdere ontwikkeling motoriek (fijne) bijv. kleuren
- Egocentrisme en centratie (denkwijze)
- Ontwikkeling ‘’ik’’ ego
(Besef eigen identiteit) bijv. je vraagt waar de neus zit bij een pop.
Vervolgens vraag je ‘’Waar zit jouw neus?’’ als dit besef er is heeft het
kind een ‘’ik’’ ego ontwikkelt.
Animisme Kinderen denken dat levenloze objecten een geest hebben.
Egocentrisme Kinderen denken vanuit hunzelf.
Bijv.; wat zouden we papa geven voor zijn verjaardag?
‘’Een tas van Olaf!’’
Centratie Kinderen zin 1 gedeelte van het hele geheel
Dingen gemakkelijk linken aan elkaar. Bijv. iemand in een pretpark bij zijn hand
pakken omdat het kind denk dat het zijn moeder is door dat de vrouwen
dezelfde haarkleur hebben.
Conservatie Kinderen gaan op hun visuele instinct af.
Bijv. Een €5 euro briefje is minder waard dan 5 euro in muntgeld.
Kinderen en media
Sensomotorische fase
0 tot 2 jaar ongeveer
- Ontwikkeling motoriek
- Ontwikkeling zintuigen
- Ontwikkeling geheugen
Objectpermanent = Je ziet een object niet meer maar het is er nog weg. (Denk aan
kiekeboe)
Kinderen van deze leeftijd hebben geen besef van objectpermanentie.
Dieren weten dat het er nog is. Ze gaan op zoek.
https://www.youtube.com/watch?v=C0hETFY67F0 : Voorbeeld.
Pre-operationele Fase
Van 2 tot 7 jaar ongeveer
- Taalontwikkeling
- Verdere ontwikkeling motoriek (fijne) bijv. kleuren
- Egocentrisme en centratie (denkwijze)
- Ontwikkeling ‘’ik’’ ego
(Besef eigen identiteit) bijv. je vraagt waar de neus zit bij een pop.
Vervolgens vraag je ‘’Waar zit jouw neus?’’ als dit besef er is heeft het
kind een ‘’ik’’ ego ontwikkelt.
Animisme Kinderen denken dat levenloze objecten een geest hebben.
Egocentrisme Kinderen denken vanuit hunzelf.
Bijv.; wat zouden we papa geven voor zijn verjaardag?
‘’Een tas van Olaf!’’
Centratie Kinderen zin 1 gedeelte van het hele geheel
Dingen gemakkelijk linken aan elkaar. Bijv. iemand in een pretpark bij zijn hand
pakken omdat het kind denk dat het zijn moeder is door dat de vrouwen
dezelfde haarkleur hebben.
Conservatie Kinderen gaan op hun visuele instinct af.
Bijv. Een €5 euro briefje is minder waard dan 5 euro in muntgeld.