Strafrecht week 9
Voorbereiding:
E-module:
Vereisten voorbereiding:
- Voorbereidingsmiddelen
- Voorbereidingshandelingen
- Opzet
- Misdrijf
- Een bepaalde minimale maximumstraf op het voltooide delict
Hoe wordt bestemming van een voorbereidingsmiddel beoordeeld? De rechter mag de criminele
intentie van de verdachte meewegen in zijn oordeel, maar slechts in aanvulling op de objectieve
beoordeling aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm.
Vereisten poging:
- Misdrijf
- Opzet (art. 45 lid 1 Sr: ‘voornemen van de dader’ dit is opzet)
- Er is een begin van uitvoering dat geopenbaard is.
Het gaat erom of de gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd
als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.
Wat weegt mee voor het begin van uitvoering
- Meerdere gedragingen die ieder op zichzelf onvoldoende zijn om van een begin van
uitvoering te spreken. Gekeken naar omstandigheden van het geval daaronder vallen alle
‘losse’ gedragingen, ook wanneer zij op zichzelf onvoldoende zijn om van een begin van
uitvoering te spreken: mogelijk zijn zij in samenhang wel voldoende.
- Achteraf vast te stellen gegevens of feiten, die op het moment zelf niet zichtbaar of kenbaar
zijn. In geval van delicten die naar hun aard of opzet een ‘verhullend’ of ‘heimelijk’ karakter
hebben, kunnen ook op het moment zelf niet zichtbare, maar achteraf objectief vast te
stellen gegevens worden meegewogen (dit is ook te herkennen in HR Fake-postbode).
- Gedragingen die door verschillende personen zijn verricht
Als iemand wel klaar is voor bijv. een ramkraak, maar hij zit alleen nog in zijn auto dan is dit geen
begin van uitvoering. Naar uiterlijke verschijningsvorm is die handeling (nog) niet gericht op
voltooiing van de ramkraak (Zie ook HR Grenswisselkantoor).
Op grond van art. 46b Sr is het mogelijk vrijwillig terug te treden van een voorbereiding en poging. Bij
een onvoltooide poging is passief blijven voldoende te voorkomen dat het misdrijf plaats zal vinden.
Passief blijven volstaat dan voor terugtred.
Hoorcollege:
Strafuitsluitingsgronden:
- Rechtvaardigingsgronden:
rechtvaardigen de daad
werken door naar anderen (deelnemers, zoals medeplichtige of medepleger etc.
anderen profiteren hiervan)
, precedentwerking
- Schulduitsluitingsgronden:
nemen de verwijtbaarheid weg
zijn persoonlijk (anderen kunnen hier niks mee)
geen precedentwerking
Eerste groep (algemene geschreven rechtvaardigingsgronden):
- overmacht in de zin van noodtoestand (art. 40 Sr)
- noodweer (art. 41 lid 1 Sr)
- wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
- bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 Sr)
Tweede groep (algemene geschreven schulduitsluitingsgronden):
- ontoerekeningsvatbaarheid (art. 39 Sr)
- psychische overmacht (art. 40 Sr)
- noodweer-exces (art. 41 lid 2 Sr)
- onbevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 2 Sr)
Derde groep (bijzondere geschreven strafuitsluitingsgronden)
Vierde groep (algemene ongeschreven rechtvaardigingsgronden = in rechtspraak ontwikkelt)
- het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Vijfde groep (algemene ongeschreven schulduitsluitingsgrond)
- afwezigheid van alle schuld (avas)
Zesde groep (restcategorie)
- bijv. medische exceptie (dokter die prik geeft) of toestemming
Overmacht (art. 40 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen):
1. Overmacht in de zin van noodtoestand (=rechtvaardigingsgrond) objectieve overmacht
2. Psychische overmacht (=schulduitsluitingsgrond) subjectieve overmacht
Opticien-arrest (vereisten overmacht in de zin van noodtoestand):
- Noodsituatie, klem tussen 2 plichten
- Geen eigen schuld (geen ‘culpa in causa’)
- Proportionaliteit (geredde belang moet altijd zwaarder wegen)
- Subsidiariteit (is goede middel gekozen? beperkt belangrijk)
Psychische overmacht:
- Een van buiten komende druk (gewetens komen niet van buitenaf)
- Waaraan in redelijkheid geen weerstand kon worden geboden
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke
verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding):
Voorbereiding:
E-module:
Vereisten voorbereiding:
- Voorbereidingsmiddelen
- Voorbereidingshandelingen
- Opzet
- Misdrijf
- Een bepaalde minimale maximumstraf op het voltooide delict
Hoe wordt bestemming van een voorbereidingsmiddel beoordeeld? De rechter mag de criminele
intentie van de verdachte meewegen in zijn oordeel, maar slechts in aanvulling op de objectieve
beoordeling aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm.
Vereisten poging:
- Misdrijf
- Opzet (art. 45 lid 1 Sr: ‘voornemen van de dader’ dit is opzet)
- Er is een begin van uitvoering dat geopenbaard is.
Het gaat erom of de gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd
als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.
Wat weegt mee voor het begin van uitvoering
- Meerdere gedragingen die ieder op zichzelf onvoldoende zijn om van een begin van
uitvoering te spreken. Gekeken naar omstandigheden van het geval daaronder vallen alle
‘losse’ gedragingen, ook wanneer zij op zichzelf onvoldoende zijn om van een begin van
uitvoering te spreken: mogelijk zijn zij in samenhang wel voldoende.
- Achteraf vast te stellen gegevens of feiten, die op het moment zelf niet zichtbaar of kenbaar
zijn. In geval van delicten die naar hun aard of opzet een ‘verhullend’ of ‘heimelijk’ karakter
hebben, kunnen ook op het moment zelf niet zichtbare, maar achteraf objectief vast te
stellen gegevens worden meegewogen (dit is ook te herkennen in HR Fake-postbode).
- Gedragingen die door verschillende personen zijn verricht
Als iemand wel klaar is voor bijv. een ramkraak, maar hij zit alleen nog in zijn auto dan is dit geen
begin van uitvoering. Naar uiterlijke verschijningsvorm is die handeling (nog) niet gericht op
voltooiing van de ramkraak (Zie ook HR Grenswisselkantoor).
Op grond van art. 46b Sr is het mogelijk vrijwillig terug te treden van een voorbereiding en poging. Bij
een onvoltooide poging is passief blijven voldoende te voorkomen dat het misdrijf plaats zal vinden.
Passief blijven volstaat dan voor terugtred.
Hoorcollege:
Strafuitsluitingsgronden:
- Rechtvaardigingsgronden:
rechtvaardigen de daad
werken door naar anderen (deelnemers, zoals medeplichtige of medepleger etc.
anderen profiteren hiervan)
, precedentwerking
- Schulduitsluitingsgronden:
nemen de verwijtbaarheid weg
zijn persoonlijk (anderen kunnen hier niks mee)
geen precedentwerking
Eerste groep (algemene geschreven rechtvaardigingsgronden):
- overmacht in de zin van noodtoestand (art. 40 Sr)
- noodweer (art. 41 lid 1 Sr)
- wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
- bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 Sr)
Tweede groep (algemene geschreven schulduitsluitingsgronden):
- ontoerekeningsvatbaarheid (art. 39 Sr)
- psychische overmacht (art. 40 Sr)
- noodweer-exces (art. 41 lid 2 Sr)
- onbevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 2 Sr)
Derde groep (bijzondere geschreven strafuitsluitingsgronden)
Vierde groep (algemene ongeschreven rechtvaardigingsgronden = in rechtspraak ontwikkelt)
- het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Vijfde groep (algemene ongeschreven schulduitsluitingsgrond)
- afwezigheid van alle schuld (avas)
Zesde groep (restcategorie)
- bijv. medische exceptie (dokter die prik geeft) of toestemming
Overmacht (art. 40 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen):
1. Overmacht in de zin van noodtoestand (=rechtvaardigingsgrond) objectieve overmacht
2. Psychische overmacht (=schulduitsluitingsgrond) subjectieve overmacht
Opticien-arrest (vereisten overmacht in de zin van noodtoestand):
- Noodsituatie, klem tussen 2 plichten
- Geen eigen schuld (geen ‘culpa in causa’)
- Proportionaliteit (geredde belang moet altijd zwaarder wegen)
- Subsidiariteit (is goede middel gekozen? beperkt belangrijk)
Psychische overmacht:
- Een van buiten komende druk (gewetens komen niet van buitenaf)
- Waaraan in redelijkheid geen weerstand kon worden geboden
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke
verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding):