HOORCOLLEGES AARD, OMVANG, SCHADE
COLLEGE 1
WEEK 1
Opzet en inhoud
Eclectisch vak telkens aard, omvang, schade van een bepaalde vorm
van criminaliteit
Problemen
- Concept: x = ?
- Wat is de aard van x?
Altijd eerst x afbakenen conceptualiseren
- Wat is het? Wat valt er wel/niet onder?
Data:
- Welke databronnen? Hoe?
Datapresentatie
- Statistieken, figuren, infographics, installaties, etc.
Spreiding: temporeel en ruimtelijk
Hart & Lersch
Wat is criminaliteit?
- Aard & spreiding: criminalisering van gedrag is afhankelijk van
tijd, plaats en sociale normen
Wat is de omvang van criminaliteit? Wat is de schade?
Een manier van beschrijven: spreiding van criminaliteit
- Ruimtelijke spreiding
- Temporele spreiding (tijd)
- Sociale spreiding
Waarom? Omdat het niet random verdeeld is, er zit een patroon in
Drie soorten spreiding (van aard, omvang en schade):
- Ruimtelijk
- Temporeel
- Sociaal
Wat is ruimte?
Wat is tijd?
Verschillende operationaliseringen
Ruimte (concept)
Heel specifiek zijn in spreiding: wat is de buurt, wat is de wijk? Alleen wijk
is te breed
Onderscheid tussen:
- Space: ruimte, omgeving
- Place: plekken (bepaalde plek op de campus)
- Place < space
- Grenzen en betekenis zijn variabel
Geografisch: bijv. postcodegebied
Functioneel: bijv. middelbare scholen, zwembaden, flat vs villa
1
,Verschillende definities (conceptualisering)
Officiële grenzen
- Census blocks
- Postcodegebieden (4/6-cijfers)
- CBS-buurten
- Politieregio’s
Informele grenzen (in je hoofd)
- Wat is ‘jouw buurt’
- Subjectief
- Gemeenschappelijk
Persoonlijke grenzen
- Cognitieve, mentale kaarten
- Awareness space (alles waar je je van aware bent)
Reizende delicten: hier of daar?
- Waar is het incident?
- Waar is het delict gepleegd?
o Illegale houtkap: waar het gekapt wordt of waar het
binnengebracht wordt? moet je beschrijven en verklaren
o Cyberspace: waar de hackers zich bevinden of waar het
sms’je binnenkomt?
Ruimtelijke spreiding: aggregatieniveau
- Inzoomen: meer variatie
- Hoger niveau: variatie verdwijnt
Temporele spreiding
- Over de dag
- Schooldag/niet-schooldag
- Excat time crimes (precies weten wanneer het gebeurde)
- Time span crimes (binnen een bepaalde periode)
- Duration (duur)
Tijd=afstand/snelheid (strand is 10 min lopen)
-
- Journey to crime: welke afstand kun je afleggen in bepaalde
periode?
o Mobilie telefoon - GPS
Concept & operationalisering)
- Eeuwen
Kortom:
Wat we kunnen zeggen over criminaliteit is afhankelijk van
- Definitie en operationalisering (hoe meet je het) van de aard,
omvang en/of schade
- Kijk je naar…
o Incidenten, daders en/of slachtoffers/schade?
2
, o Ruimtelijke, temporele en/of sociale spreiding
- Gaat nooit over 1 ding, gaat over een periode en patroon
Datavisualisatie
Belangrijkste elementen om figuur/grafiek te bevragen
1. Titel, introducite
2. Visual encoding (bijv. rood is alarm)
Goee figuren/grafieken
- Zijn goed leesbaar en duidelijk
7 vragen over de data
1. Hoe verzameld
2. Welke beperkingen (dark number, registratieeffecten,
moord/doodslag is niet 100% zekerheid door vermissingen of
onterechte aanduidingen)
3. Welke statistische bewerkingen?
4. Wie verzamelde? (lobbygroep met bepaalde agenda of CBS)
Aard & spreiding
Hoe is de aard van criminaliteit gerelateerd aan
- Ruimtelijke spreiding?
o In bepaalde landen zijn sommige soorten van criminaliteit
wel gecriminaliseerd en andere landen niet: bijv.
homoseksualiteit, cannabis
- Temporele spreiding?
o In een bepaalde tijd zijn sommige gedragingen wel
strafbaar en later niet meer: bijv. vroeger was verkrachting
binnen huwelijk niet strafbaar
- Sociale spreiding?
o Sommige gedrag bij sommige groepen is wel criminaliseert
en bij andere niet: bijv. leeftijd maakt iets strafbaar of niet
Criminaliteit als sociale constructie
- Wanneer is iets criminaliteit?
o Temporeel (tijdsgeest)
o Ruimtelijk (gemeenten, landen)
o Sociaal (acceptatie, waarden/normen)
-
In bepaalde landen alcohol vanaf 21 of geen verbod, in nederland vanaf 18
Voor de gezondheidsschade of criminaliteitsperspectief (vanuit de
overheid)
Wanneer is iets criminaliteit? Als iets erg is?
- De aard?
- De schade?
3
COLLEGE 1
WEEK 1
Opzet en inhoud
Eclectisch vak telkens aard, omvang, schade van een bepaalde vorm
van criminaliteit
Problemen
- Concept: x = ?
- Wat is de aard van x?
Altijd eerst x afbakenen conceptualiseren
- Wat is het? Wat valt er wel/niet onder?
Data:
- Welke databronnen? Hoe?
Datapresentatie
- Statistieken, figuren, infographics, installaties, etc.
Spreiding: temporeel en ruimtelijk
Hart & Lersch
Wat is criminaliteit?
- Aard & spreiding: criminalisering van gedrag is afhankelijk van
tijd, plaats en sociale normen
Wat is de omvang van criminaliteit? Wat is de schade?
Een manier van beschrijven: spreiding van criminaliteit
- Ruimtelijke spreiding
- Temporele spreiding (tijd)
- Sociale spreiding
Waarom? Omdat het niet random verdeeld is, er zit een patroon in
Drie soorten spreiding (van aard, omvang en schade):
- Ruimtelijk
- Temporeel
- Sociaal
Wat is ruimte?
Wat is tijd?
Verschillende operationaliseringen
Ruimte (concept)
Heel specifiek zijn in spreiding: wat is de buurt, wat is de wijk? Alleen wijk
is te breed
Onderscheid tussen:
- Space: ruimte, omgeving
- Place: plekken (bepaalde plek op de campus)
- Place < space
- Grenzen en betekenis zijn variabel
Geografisch: bijv. postcodegebied
Functioneel: bijv. middelbare scholen, zwembaden, flat vs villa
1
,Verschillende definities (conceptualisering)
Officiële grenzen
- Census blocks
- Postcodegebieden (4/6-cijfers)
- CBS-buurten
- Politieregio’s
Informele grenzen (in je hoofd)
- Wat is ‘jouw buurt’
- Subjectief
- Gemeenschappelijk
Persoonlijke grenzen
- Cognitieve, mentale kaarten
- Awareness space (alles waar je je van aware bent)
Reizende delicten: hier of daar?
- Waar is het incident?
- Waar is het delict gepleegd?
o Illegale houtkap: waar het gekapt wordt of waar het
binnengebracht wordt? moet je beschrijven en verklaren
o Cyberspace: waar de hackers zich bevinden of waar het
sms’je binnenkomt?
Ruimtelijke spreiding: aggregatieniveau
- Inzoomen: meer variatie
- Hoger niveau: variatie verdwijnt
Temporele spreiding
- Over de dag
- Schooldag/niet-schooldag
- Excat time crimes (precies weten wanneer het gebeurde)
- Time span crimes (binnen een bepaalde periode)
- Duration (duur)
Tijd=afstand/snelheid (strand is 10 min lopen)
-
- Journey to crime: welke afstand kun je afleggen in bepaalde
periode?
o Mobilie telefoon - GPS
Concept & operationalisering)
- Eeuwen
Kortom:
Wat we kunnen zeggen over criminaliteit is afhankelijk van
- Definitie en operationalisering (hoe meet je het) van de aard,
omvang en/of schade
- Kijk je naar…
o Incidenten, daders en/of slachtoffers/schade?
2
, o Ruimtelijke, temporele en/of sociale spreiding
- Gaat nooit over 1 ding, gaat over een periode en patroon
Datavisualisatie
Belangrijkste elementen om figuur/grafiek te bevragen
1. Titel, introducite
2. Visual encoding (bijv. rood is alarm)
Goee figuren/grafieken
- Zijn goed leesbaar en duidelijk
7 vragen over de data
1. Hoe verzameld
2. Welke beperkingen (dark number, registratieeffecten,
moord/doodslag is niet 100% zekerheid door vermissingen of
onterechte aanduidingen)
3. Welke statistische bewerkingen?
4. Wie verzamelde? (lobbygroep met bepaalde agenda of CBS)
Aard & spreiding
Hoe is de aard van criminaliteit gerelateerd aan
- Ruimtelijke spreiding?
o In bepaalde landen zijn sommige soorten van criminaliteit
wel gecriminaliseerd en andere landen niet: bijv.
homoseksualiteit, cannabis
- Temporele spreiding?
o In een bepaalde tijd zijn sommige gedragingen wel
strafbaar en later niet meer: bijv. vroeger was verkrachting
binnen huwelijk niet strafbaar
- Sociale spreiding?
o Sommige gedrag bij sommige groepen is wel criminaliseert
en bij andere niet: bijv. leeftijd maakt iets strafbaar of niet
Criminaliteit als sociale constructie
- Wanneer is iets criminaliteit?
o Temporeel (tijdsgeest)
o Ruimtelijk (gemeenten, landen)
o Sociaal (acceptatie, waarden/normen)
-
In bepaalde landen alcohol vanaf 21 of geen verbod, in nederland vanaf 18
Voor de gezondheidsschade of criminaliteitsperspectief (vanuit de
overheid)
Wanneer is iets criminaliteit? Als iets erg is?
- De aard?
- De schade?
3