Leerdoelen Verslaglegging en beloning Tessa Sipkema
347623
1) Welke ‘organen’ zijn betrokken bij het opmaken, ondertekenen
en vaststellen van een jaarrekening bij zorgverzekering,
zorginstelling en (patiënten)vereniging?
Volgens art. 2:10 BW is het bestuur verplicht te zorgen voor een goede
boekhouding.
Zorgverzekeraar
OWM: De OWM is onderworpen aan de regeling van Titel 9 Boek 2 BW. Op
grond van artikel 2:393 lid 1 BW is de OWM in het algemeen gehouden is
de jaarrekening aan een accountantsonderzoek te onderwerpen. De door
het bestuur opgemaakte jaarrekening (art. 2:58 lid 1 BW) wordt door
bestuurders en commissarissen (als die er zijn) ondertekend en wordt, bij
ontbreken van de handtekening van een van hen, de reden daarvan
meegedeeld (lid 2) . De jaarrekening wordt ter inzage aan de leden gelegd.
De vaststelling van de jaarrekening vindt plaats door de algemene
vergadering (lid 3).
NV: De NV is ook onderworpen aan de regeling van Titel 9 Boek 2 BW: art.
2:360 lid 1 BW.
- Het bestuur maakt de jaarrekening op > art. 2:101 lid 1 BW
- De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen, ontbreekt de ondertekening van een van hen, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt (lid 2)
- De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering (lid 3).
Zorginstelling
Stichting: Voor stichtingen volgt de verplichting tot het opstellen van een
jaarrekening uit de summiere regeling in art. 2:10 BW.
- De jaarrekening wordt opgesteld door het bestuur en
- De jaarrekening wordt vastgesteld door het orgaan dat daartoe volgens
de statuten bevoegd is. Indien de statuten deze bevoegdheid niet aan enig
orgaan verlenen, komt deze bevoegdheid toe aan het toezichthoudende
orgaan. Heeft de stichting geen toezichthoudend orgaan dan is het
bestuur bevoegd de jaarrekening vast te stellen art. 2:300 lid 3 BW.
BV:
- Het bestuur maakt de jaarrekening op : art. 210 lid 1 BW
- De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen lid 2
- De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering (lid 3)
347623
1) Welke ‘organen’ zijn betrokken bij het opmaken, ondertekenen
en vaststellen van een jaarrekening bij zorgverzekering,
zorginstelling en (patiënten)vereniging?
Volgens art. 2:10 BW is het bestuur verplicht te zorgen voor een goede
boekhouding.
Zorgverzekeraar
OWM: De OWM is onderworpen aan de regeling van Titel 9 Boek 2 BW. Op
grond van artikel 2:393 lid 1 BW is de OWM in het algemeen gehouden is
de jaarrekening aan een accountantsonderzoek te onderwerpen. De door
het bestuur opgemaakte jaarrekening (art. 2:58 lid 1 BW) wordt door
bestuurders en commissarissen (als die er zijn) ondertekend en wordt, bij
ontbreken van de handtekening van een van hen, de reden daarvan
meegedeeld (lid 2) . De jaarrekening wordt ter inzage aan de leden gelegd.
De vaststelling van de jaarrekening vindt plaats door de algemene
vergadering (lid 3).
NV: De NV is ook onderworpen aan de regeling van Titel 9 Boek 2 BW: art.
2:360 lid 1 BW.
- Het bestuur maakt de jaarrekening op > art. 2:101 lid 1 BW
- De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen, ontbreekt de ondertekening van een van hen, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt (lid 2)
- De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering (lid 3).
Zorginstelling
Stichting: Voor stichtingen volgt de verplichting tot het opstellen van een
jaarrekening uit de summiere regeling in art. 2:10 BW.
- De jaarrekening wordt opgesteld door het bestuur en
- De jaarrekening wordt vastgesteld door het orgaan dat daartoe volgens
de statuten bevoegd is. Indien de statuten deze bevoegdheid niet aan enig
orgaan verlenen, komt deze bevoegdheid toe aan het toezichthoudende
orgaan. Heeft de stichting geen toezichthoudend orgaan dan is het
bestuur bevoegd de jaarrekening vast te stellen art. 2:300 lid 3 BW.
BV:
- Het bestuur maakt de jaarrekening op : art. 210 lid 1 BW
- De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen lid 2
- De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering (lid 3)