Vragen week 2 door: 347623
1. Waarom is toezicht een probleem bij stichtingen?
Op grond van Boek 2 BW hoeft de stichting alleen een bestuurder aan te
stellen (art. 2:291 BW). Stichtingen hebben geen leden (2:285 BW) of
aandeelhouders die het bestuur en de toezichthouders in de gaten kunnen
houden. Het bestuur is dus het enige verplichte orgaan. Toezicht op het
bestuur vindt dus niet plaats door een orgaan binnen de stichting. Boek 2 BW
is over de interne structuur van deze rechtspersoon summier. De wet laat
vrijheid om de interne structuur naar eigen wens en inzicht te regelen als de
verplichte organen maar aanwezig zijn1.
Extra informatie:
Bij statuten kan een raad van toezicht of een raad van commissarissen
worden ingesteld. In stichtingsverband komt de organisatorische opbouw met
een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur voor. Het algemeen bestuur
heeft dan mede tot taak toezicht uit te oefenen op het dagelijks bestuur. Ook
kiezen stichtingen in toenemende mate voor een raad van toezichtmodel.
Kent de stichting wel een toezichthoudend orgaan dan dienen de leden
hiervan de jaarrekening mede te ondertekenen (2:300 lid 2 BW). Zo niet, dan
komt de bevoegdheid toe aan het bestuur. Als de statuten aangeven dat deze
bevoegdheid aan een ander orgaan toekomt dan dient dat ook zo te
geschieden (2:300 lid 3 BW).
2. Hoe is dit probleem opgelost voor zorginstellingen?
Stichtingen algemeen :
Nu de wet niet uitgaat van een stichtingsorganisatie met een controlerend
orgaan zijn in de wet aan het Openbaar Ministerie en de rechtbank
bevoegdheden gegeven ter controle van stichtingsbesturen en tot ontslag van
stichtingsbestuurders. De wetgever achtte volkomen onaantastbaarheid van
stichtingbestuurders (afgezien van mogelijke vorderingen wegen
onrechtmatige daad tegen bestuurders) maatschappelijk ongewenst.
De volgende regelingen zijn hiervoor opgenomen:
- art. 2:297 BW > bij ernstige twijfel of de wet of de statuten ter goede trouw
worden nageleefd dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd, heeft het
OM de bevoegdheid bij de rechtbank om inlichtingen bij het bestuur te
verzoeken.
1 Kroeze, Timmerman & Wezeman, De kern van het
ondernemingsrecht, Deventer: Kluwer 2013, p. 128.
1. Waarom is toezicht een probleem bij stichtingen?
Op grond van Boek 2 BW hoeft de stichting alleen een bestuurder aan te
stellen (art. 2:291 BW). Stichtingen hebben geen leden (2:285 BW) of
aandeelhouders die het bestuur en de toezichthouders in de gaten kunnen
houden. Het bestuur is dus het enige verplichte orgaan. Toezicht op het
bestuur vindt dus niet plaats door een orgaan binnen de stichting. Boek 2 BW
is over de interne structuur van deze rechtspersoon summier. De wet laat
vrijheid om de interne structuur naar eigen wens en inzicht te regelen als de
verplichte organen maar aanwezig zijn1.
Extra informatie:
Bij statuten kan een raad van toezicht of een raad van commissarissen
worden ingesteld. In stichtingsverband komt de organisatorische opbouw met
een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur voor. Het algemeen bestuur
heeft dan mede tot taak toezicht uit te oefenen op het dagelijks bestuur. Ook
kiezen stichtingen in toenemende mate voor een raad van toezichtmodel.
Kent de stichting wel een toezichthoudend orgaan dan dienen de leden
hiervan de jaarrekening mede te ondertekenen (2:300 lid 2 BW). Zo niet, dan
komt de bevoegdheid toe aan het bestuur. Als de statuten aangeven dat deze
bevoegdheid aan een ander orgaan toekomt dan dient dat ook zo te
geschieden (2:300 lid 3 BW).
2. Hoe is dit probleem opgelost voor zorginstellingen?
Stichtingen algemeen :
Nu de wet niet uitgaat van een stichtingsorganisatie met een controlerend
orgaan zijn in de wet aan het Openbaar Ministerie en de rechtbank
bevoegdheden gegeven ter controle van stichtingsbesturen en tot ontslag van
stichtingsbestuurders. De wetgever achtte volkomen onaantastbaarheid van
stichtingbestuurders (afgezien van mogelijke vorderingen wegen
onrechtmatige daad tegen bestuurders) maatschappelijk ongewenst.
De volgende regelingen zijn hiervoor opgenomen:
- art. 2:297 BW > bij ernstige twijfel of de wet of de statuten ter goede trouw
worden nageleefd dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd, heeft het
OM de bevoegdheid bij de rechtbank om inlichtingen bij het bestuur te
verzoeken.
1 Kroeze, Timmerman & Wezeman, De kern van het
ondernemingsrecht, Deventer: Kluwer 2013, p. 128.