Leerdoelen de onderlinge waarborgmaatschappij en
de Naamloze Vennootschap
Er geld een gelaagde structuur voor de OWM
1. OWM bepalingen
2. coöperatie bepalingen
3. verenigingsbepalingen
> 2:53a BW
1) Wat zijn de kenmerken van een OWM (en een NV?)
art. 2:53 lid 2 + 2:64 BW
De onderlinge waarborgmaatschappij (zie boek D/vdP 2.5 blz.
33,35,39)
De onderlinge waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als
onderlinge waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Zij moet
zich statutair ten doel stellen met haar leden
verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden
uitoefent (art. 2:53 lid 1 en 2 BW).
Overeenkomsten die met de leden worden gesloten mogen ook met
derden worden gesloten wanneer iedere verplichting voor leden of
oud-leden om in een tekort bij te dragen is uitgesloten. Het sluiten
van overeenkomsten met derden mag niet in een zodanige mate
geschieden dat de overeenkomsten met de leden slechts van
ondergeschikte betekenis zijn (art. 2:53 lid 4 BW).
Sinds 1 januari 1989 is de onderlinge waarborgmaatschappij een
eigen rechtspersoon. Ten opzichte van de vereniging verschilt zij
niet alleen materieel maar ook formeel.
Qua organisatorische opzet zijn zij globaal hetzelfde als een gewone
vereniging:
1) er is een algemene vergadering van leden
2) er is een bestuur
Volgens art. 2:53a BW is Titel 2 van Boek 2 op deze rechtspersoon
van toepassing.
Maar:
3) het gaat niet om het behalen van winst ten behoeve van de
leden, maar om een zo gunstig mogelijke risicospreiding.
Alleen leden van de onderlinge en niet de andere verzekerden
hebben recht op winst, zo deze in enig jaar behaald mocht worden.
de Naamloze Vennootschap
Er geld een gelaagde structuur voor de OWM
1. OWM bepalingen
2. coöperatie bepalingen
3. verenigingsbepalingen
> 2:53a BW
1) Wat zijn de kenmerken van een OWM (en een NV?)
art. 2:53 lid 2 + 2:64 BW
De onderlinge waarborgmaatschappij (zie boek D/vdP 2.5 blz.
33,35,39)
De onderlinge waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als
onderlinge waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Zij moet
zich statutair ten doel stellen met haar leden
verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden
uitoefent (art. 2:53 lid 1 en 2 BW).
Overeenkomsten die met de leden worden gesloten mogen ook met
derden worden gesloten wanneer iedere verplichting voor leden of
oud-leden om in een tekort bij te dragen is uitgesloten. Het sluiten
van overeenkomsten met derden mag niet in een zodanige mate
geschieden dat de overeenkomsten met de leden slechts van
ondergeschikte betekenis zijn (art. 2:53 lid 4 BW).
Sinds 1 januari 1989 is de onderlinge waarborgmaatschappij een
eigen rechtspersoon. Ten opzichte van de vereniging verschilt zij
niet alleen materieel maar ook formeel.
Qua organisatorische opzet zijn zij globaal hetzelfde als een gewone
vereniging:
1) er is een algemene vergadering van leden
2) er is een bestuur
Volgens art. 2:53a BW is Titel 2 van Boek 2 op deze rechtspersoon
van toepassing.
Maar:
3) het gaat niet om het behalen van winst ten behoeve van de
leden, maar om een zo gunstig mogelijke risicospreiding.
Alleen leden van de onderlinge en niet de andere verzekerden
hebben recht op winst, zo deze in enig jaar behaald mocht worden.