Hoorcollege 2 - Atheoretische persoonlijkheidsstructuren en assessment
Lexicaal onderzoek
- Meer recente modellen m.b.t. De meest relevante
persoonlijkheidseigenschappen (grotendeels) a-theoretisch
- Meest bekend: (psycho)lexicaal onderzoek
Lexicale hypothese
- Als een eigenschap echt belangrijk en/of opvallend is:
● Meerdere woorden
● Woorden in verschillende talen/culturen → crossculturele
Lexicaal onderzoek
1. Een lange lijst met persoonlijkheids beschrijvende termen verzamelen
2. Een grote groep proefpersonen zichzelf of iemand anders daarop laten
beoordelen
3. M.b.v. factoranalyse bepalen wat de belangrijkste factoren van persoonlijkheid
zijn
Stap 1 van lexicaal onderzoek:
- Gebruik het lexicon → zoek alle woorden in het woordenboek op die
persoonlijkheid beschrijven en een selectie proberen te maken
- Allport & Odbert (1936) → selecteerden ~4500 woorden die in verband
stonden met persoonlijkheid en verdeelden deze onder in vier categorieën
Er zijn allerlei woordklassen die je kan gebruiken om eigenschappen van mense te
beshrijven. Veruit het meest gebruikt in lexicaal onderzoek:
persoonlijkheidsbeschrijvende adjectieven.
Psycholexicaal onderzoek
- Lange lijst met adjectieven op basis van diverse criteria ingekort
● Synonimiteit → betekenen verschillende woorden hetzelfde?
● Familiariteit
● Relevantie
Stap 2 van lexicaal onderzoek:
- De lange lijsten met persoonlijkheidsbeschrijvende termen worden
afgenomen bij honderden proefpersonen
Stap 3 van lexicaal onderzoek:
- Na selectie en reductie doorgaans veel termen over: wat zijn de
belangrijkste eigenschappen?
- Belangrijke (veelomvattende) eigenschappen gekenmerkt door relatief grote
verzameling gerelateerde termen
● Vb. extraversie: spontaan, gezellig, spraakzaam, open…
- Factoranalyse → statistische techniek die wordt gebruikt om groepjes
variabelen te vinden die iets gemeenschappelijks hebben (correleren)
● Variabelen die (redelijk) sterk met elkaar correleren: factor
,● (gewogen) somvariabele: b1x1 + b2x2 + b3x3
, Factoranalyse - psychologische interpretatie
- Factor is een variabele. Correlaties tussen variabelen en factoren heten
factorladingen
- Interpretatie van betekenis van een factor o.b.v. variabelen die sterk
correleren met die factor
- Betekenis van de eerste factor, dan tweede, etc.
Nieuwe onderzoeken
- Later nieuwe lexicalen onderzoeken in Amerika, Nederland, Duitsland. De big
five:
● Extraversion-introversion
● Agreeableness
● Conscientiousness
● Emotional stability - neuroticism
● Intellect, autonomy, intelligence, culture
Big five model
- Ongeveer 30 lijsten met termen, ongeveer 20 gepubliceerd
- Steun voor het model in verschillende talen en
culturen Kritiek op het model:
1. De betekenis van de vijfde factor
2. Niet allesomvattend
3. Niet universeel
4. Gebrek aan theorie/structuur
5. Praktisch niet relevant
1: De betekenis van de vijfde factor
- Inhoud van factoren verschilt tussen culturen/talen
- Openness-to-experience (in het boek, maar het is geen big five factor)
● Het is geen lexicale persoonlijkheidsfactor.
● Het is wel een factor uit het five-factor model
Five factor model
Het FFM van Costa en McCrae bevat de volgende factoren:
- Neuroticism
- Extraversion
- Conscientiousness
- Agreeableness
- Openness-to-experience
Het is deels ontstaan uit vragenlijstonderzoek; geen lexicaal onderzoek. Twee
factoren, plus nog één gevonden in drie proefgroepen → NEO-PI: neuroticisme (N),
extraversie (E), en openness-to-experience (O). Later kwamen agreeableness (A) en
conscientiousness (C). Toen het NEO-PI-R.
2: Het niet allesomvattend zijn