2015-2016 Recht voor de
Zorg- en Welzijns-
professional
Samenvatting
Annelies Keizer
MINOR WERKEN IN HET GEDWONGEN KADER
,INHOUD
Deel 1. Inleiding in het recht en het oplossen van een casus ................................................................................. 3
Hoofdstuk 1. Basisstructuur van het recht. ......................................................................................................... 3
1.1 De basisstructuur van het recht. ............................................................................................................... 3
1.2 Objectief en Subjectief recht..................................................................................................................... 3
1.3 Doel van objectief recht. ........................................................................................................................... 3
1.4 Ordening van rechtsregels. ....................................................................................................................... 3
1.5 Aard van de rechtsregel. ........................................................................................................................... 4
1.6 Rechtsbronnen. ......................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2. Staats- en bestuursrecht................................................................................................................ 5
2.1 Hoofdthema’s staatsrecht ......................................................................................................................... 5
2.2 Kenmerken avn de Nederlandse staat ...................................................................................................... 6
2.8 Mensen en grondrechten .......................................................................................................................... 6
2.9 Privacybescherming .................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 3. Civiele thema’s. ............................................................................................................................. 8
3.1 De rechtshandeling ................................................................................................................................... 8
3.2 Verbintenis uit (obligatoire) overeenkomst ............................................................................................ 10
Hoofdstuk 4. Strafrechtelijke thema’s .............................................................................................................. 10
4.1 Het eigene van strafrecht ........................................................................................................................ 10
4.2 Algemene regels van materieel strafrecht .............................................................................................. 10
Hoofdstuk 5. Rechtspraak ................................................................................................................................. 13
5.1 Definiëring ............................................................................................................................................... 13
5.2 Kenmerken van de Nederlandse rechtspraak ......................................................................................... 13
5.3 Soorten rechtspraak ................................................................................................................................ 14
5.4 Rechterlijke macht .................................................................................................................................. 14
5.5 Kosten van rechtspraak ........................................................................................................................... 14
Deel 2. Rechten en plichten in verschillende levensfasen. ................................................................................... 15
Hoofdstuk 3. De volwassene ............................................................................................................................. 15
3.3 Volwassene en gezondheid ..................................................................................................................... 15
3.7 Volwassene in de hulpverlening.............................................................................................................. 21
Deel 3. Rechten en plichten van verschillende doelgroepen. ............................................................................... 21
Hoofdstuk 2. De gehandicapte .......................................................................................................................... 21
2.1 Gehandicapte: Zorg- en dienstverlening ................................................................................................. 21
2.2 Gehandicapte en vertegenwoordiging .................................................................................................... 22
Hoofdstuk 3. De omgeving van de zorg- en welzijnsinstelling .......................................................................... 25
3.1. De minderjarige wetsovertreder ............................................................................................................ 25
, 3.2. De meerderjarige wetsovertreder. ........................................................................................................ 27
3.3. Het slachtoffer van criminaliteit. ............................................................................................................ 33
Hoofdstuk 5. De niet-vrijwillig opgenomen patiënt .......................................................................................... 34
5.1. De onvrijwillig openomen patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis. ...................................................... 34
5.2. De niet-vrijwiliig opgenomen bewoner in een instelling voor verstandelijk
gehandicapten/psychogeriatrisch verpleeghuis. .......................................................................................... 35
, DEEL 1. INLEIDING IN HET RECHT EN HET OPLOSSEN VAN EEN CASUS
HOOFDSTUK 1. BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT.
1.1 DE BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT.
Recht is het totaal aan rechtsregels. Ze zijn te herkennen aan het feit dat ze:
Normen stellen, met vaak een gebod of verbod
Uitsluitend menselijk en uitwendig gedrag regelen
Algemeen en onpersoonlijk zijn: algemeen omdat een rechtsregel in verschillende situaties gebruikt
moet kunnen worden. Een rechtsregel is onpersoonlijk omdat zij de burger beschermd tegen willekeur.
1.2 OBJECTIEF EN SUBJECTIEF RECHT.
Het objectieve recht is het totaal van alle rechtsregels. Het recht dient door alle burgers gekend te worden.
Omdat dit niet zo is, gaan burgers pas zoeken bij een probleem: aan de hand van objectief recht (rechtsregels)
wil de burger zijn subjectief recht (de rechten en/of plichten) vaststellen
1.3 DOEL VAN OBJECTIEF RECHT.
Een belangrijk doel van rechtsregels is om de samenleving te ordenen en richting te geven aan het handelen (de
functies) van de overheid, de wetgeving, bestuur en rechtspraak. Wanneer rechtsregels ruimte geven aan
bepaald menselijk gedrag, of juist gedrag afdwingen heeft dit als doel een vreedzame en rechtvaardige
samenleving te bereiken. Deze moraal, heeft een visie op de mens en samenleving, maar kan over tijd
veranderen.
Doordat de samenleving aan de hand van rechtsregels geordend wordt:
Kunnen belangentegenstellingen overbrugd worden.
Kan ‘eigen richting’ van bijvoorbeeld het slachtoffer voorkomen worden. Als de rechtsnorm aangeeft
dat bij overtreding van deze rechtsregels de staat de dader mag straffen, hoeft het slachtoffer niet voor
zichzelf op te komen.
Kan bepaald gewenst gedrag afgedwongen worden. Dit gewenste gedrag kan bijvoorbeeld een
gewenste maatschappelijke verandering bewerkstelligen.
1.4 ORDENING VAN RECHTSREGELS.
Om bepaalde rechtsregels voor een bepaalde situatie (terug) te kunnen vinden, is het belangrijk dat ze volgens
een bepaalde structuur geordend worden.
ORDENING NAARRECHTSGEBIEDEN.
1. Burgerlijk recht (civiel recht/ privaatrecht)
a. Relatie tussen burgers onderling staat centraal.
b. Afhankelijk van het onderwerp wordt het burgerlijk recht opgesplitst in:
i. Natuurlijk personenrecht (persoons- en familierecht)
1. In het natuurlijk personen recht gaat het om de rechtsregel die de positie van de
persoon zelf; de persoon in relatie tot zijn familie of; de persoon in relatie tot zijn
levenspartner bepaalt
2. Dit gaat uit van het principe dat alle mensen in Nederland rechtssubject zijn. Het
rechtsbevoegd zijn, maakt mensen niet handelingsbekwaam
Zorg- en Welzijns-
professional
Samenvatting
Annelies Keizer
MINOR WERKEN IN HET GEDWONGEN KADER
,INHOUD
Deel 1. Inleiding in het recht en het oplossen van een casus ................................................................................. 3
Hoofdstuk 1. Basisstructuur van het recht. ......................................................................................................... 3
1.1 De basisstructuur van het recht. ............................................................................................................... 3
1.2 Objectief en Subjectief recht..................................................................................................................... 3
1.3 Doel van objectief recht. ........................................................................................................................... 3
1.4 Ordening van rechtsregels. ....................................................................................................................... 3
1.5 Aard van de rechtsregel. ........................................................................................................................... 4
1.6 Rechtsbronnen. ......................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2. Staats- en bestuursrecht................................................................................................................ 5
2.1 Hoofdthema’s staatsrecht ......................................................................................................................... 5
2.2 Kenmerken avn de Nederlandse staat ...................................................................................................... 6
2.8 Mensen en grondrechten .......................................................................................................................... 6
2.9 Privacybescherming .................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 3. Civiele thema’s. ............................................................................................................................. 8
3.1 De rechtshandeling ................................................................................................................................... 8
3.2 Verbintenis uit (obligatoire) overeenkomst ............................................................................................ 10
Hoofdstuk 4. Strafrechtelijke thema’s .............................................................................................................. 10
4.1 Het eigene van strafrecht ........................................................................................................................ 10
4.2 Algemene regels van materieel strafrecht .............................................................................................. 10
Hoofdstuk 5. Rechtspraak ................................................................................................................................. 13
5.1 Definiëring ............................................................................................................................................... 13
5.2 Kenmerken van de Nederlandse rechtspraak ......................................................................................... 13
5.3 Soorten rechtspraak ................................................................................................................................ 14
5.4 Rechterlijke macht .................................................................................................................................. 14
5.5 Kosten van rechtspraak ........................................................................................................................... 14
Deel 2. Rechten en plichten in verschillende levensfasen. ................................................................................... 15
Hoofdstuk 3. De volwassene ............................................................................................................................. 15
3.3 Volwassene en gezondheid ..................................................................................................................... 15
3.7 Volwassene in de hulpverlening.............................................................................................................. 21
Deel 3. Rechten en plichten van verschillende doelgroepen. ............................................................................... 21
Hoofdstuk 2. De gehandicapte .......................................................................................................................... 21
2.1 Gehandicapte: Zorg- en dienstverlening ................................................................................................. 21
2.2 Gehandicapte en vertegenwoordiging .................................................................................................... 22
Hoofdstuk 3. De omgeving van de zorg- en welzijnsinstelling .......................................................................... 25
3.1. De minderjarige wetsovertreder ............................................................................................................ 25
, 3.2. De meerderjarige wetsovertreder. ........................................................................................................ 27
3.3. Het slachtoffer van criminaliteit. ............................................................................................................ 33
Hoofdstuk 5. De niet-vrijwillig opgenomen patiënt .......................................................................................... 34
5.1. De onvrijwillig openomen patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis. ...................................................... 34
5.2. De niet-vrijwiliig opgenomen bewoner in een instelling voor verstandelijk
gehandicapten/psychogeriatrisch verpleeghuis. .......................................................................................... 35
, DEEL 1. INLEIDING IN HET RECHT EN HET OPLOSSEN VAN EEN CASUS
HOOFDSTUK 1. BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT.
1.1 DE BASISSTRUCTUUR VAN HET RECHT.
Recht is het totaal aan rechtsregels. Ze zijn te herkennen aan het feit dat ze:
Normen stellen, met vaak een gebod of verbod
Uitsluitend menselijk en uitwendig gedrag regelen
Algemeen en onpersoonlijk zijn: algemeen omdat een rechtsregel in verschillende situaties gebruikt
moet kunnen worden. Een rechtsregel is onpersoonlijk omdat zij de burger beschermd tegen willekeur.
1.2 OBJECTIEF EN SUBJECTIEF RECHT.
Het objectieve recht is het totaal van alle rechtsregels. Het recht dient door alle burgers gekend te worden.
Omdat dit niet zo is, gaan burgers pas zoeken bij een probleem: aan de hand van objectief recht (rechtsregels)
wil de burger zijn subjectief recht (de rechten en/of plichten) vaststellen
1.3 DOEL VAN OBJECTIEF RECHT.
Een belangrijk doel van rechtsregels is om de samenleving te ordenen en richting te geven aan het handelen (de
functies) van de overheid, de wetgeving, bestuur en rechtspraak. Wanneer rechtsregels ruimte geven aan
bepaald menselijk gedrag, of juist gedrag afdwingen heeft dit als doel een vreedzame en rechtvaardige
samenleving te bereiken. Deze moraal, heeft een visie op de mens en samenleving, maar kan over tijd
veranderen.
Doordat de samenleving aan de hand van rechtsregels geordend wordt:
Kunnen belangentegenstellingen overbrugd worden.
Kan ‘eigen richting’ van bijvoorbeeld het slachtoffer voorkomen worden. Als de rechtsnorm aangeeft
dat bij overtreding van deze rechtsregels de staat de dader mag straffen, hoeft het slachtoffer niet voor
zichzelf op te komen.
Kan bepaald gewenst gedrag afgedwongen worden. Dit gewenste gedrag kan bijvoorbeeld een
gewenste maatschappelijke verandering bewerkstelligen.
1.4 ORDENING VAN RECHTSREGELS.
Om bepaalde rechtsregels voor een bepaalde situatie (terug) te kunnen vinden, is het belangrijk dat ze volgens
een bepaalde structuur geordend worden.
ORDENING NAARRECHTSGEBIEDEN.
1. Burgerlijk recht (civiel recht/ privaatrecht)
a. Relatie tussen burgers onderling staat centraal.
b. Afhankelijk van het onderwerp wordt het burgerlijk recht opgesplitst in:
i. Natuurlijk personenrecht (persoons- en familierecht)
1. In het natuurlijk personen recht gaat het om de rechtsregel die de positie van de
persoon zelf; de persoon in relatie tot zijn familie of; de persoon in relatie tot zijn
levenspartner bepaalt
2. Dit gaat uit van het principe dat alle mensen in Nederland rechtssubject zijn. Het
rechtsbevoegd zijn, maakt mensen niet handelingsbekwaam