Filmpjes Syllabus Wanda
Vorming
Socialisatie:
- Overdracht: aanleren
- Verwerving: eigen maken
Door socialisatie vindt cultuuroverdracht plaats en daarmee veranderd cultuur
- Van generatie op generatie, maar ook nieuwe waarde en normen door de tijd
waar je in leeft door bijvoorbeeld media
Je kan zelf keuzes maken welk gedeelte je wilt internaliseren en welk gedeelte niet
- Veel gaat onbewust
Socialisatie verschilt per milieu, dus je plek op de maatschappelijk ladder welk
kapitaal je meekrijgt (waarden en normen)
Enculturatie: eigen cultuur krijg je aangeleerd
Functie: wat hebben we eraan
- Continueren: de cultuur blijft bestaan
- Dynamisch: door jongerenculturen leren we nieuwe waarde en normen
- Indicatie met eigen groep: je weet dat je bij een Nederlandse cultuur/groep hoort
- In jouw identiteit zit veel van de Nederlandse cultuur
- Regelen gedrag: je krijgt dezelfde waarden en normen waardoor dezelfde
gedragingen
- Via socialisatie worden sociale instituties aangeleerd min of meer
geformaliseerde regels reguleert ons gedrag (normaal in het wit trouwen)
Na de tweede wereldoorlog ging socialisatoren van kerk weg en kwam
peergroup(vriendengroep), media en onderwijs
Media heeft socialiserende werking: we leren van de media
Groepsidentiteit en sociale identiteit is belangrijk voor eigen identiteit
- Hoe zien wij mannen en vrouwen
Spanningen tussen persoonlijke en collectieve identiteit:
- Beeld dat je als vrouw feminien moet gedragen, maar je voelt je meer stoer
Jongerencultuur kregen interne sociale cohesie waardoor er minder sterke sociale
cohesie in de maatschappij kwam
Statisch: is hetzelfde als relatief
Politieke socialisatie: wat is op politiek gebied normaal in een land? Bijvoorbeeld een
democratie of een dictatuur?
Je wordt gesocialiseerd door je omgeving en politieke systeem
- Je krijgt waarde mee die bij parlementaire democratie passen
Politieke voorkeur: ben je meer liberaal of sociaaldemocraat
Maatschappelijk middenveld: kerkgemeenschap, wijk en sportclub: mensen kennen
elkaar en hebben dingen voor elkaar over
Welk verband tussen maatschappelijke veranderingen en opvoeding van gezin
1960
- Verzuilde samenleving: 4 zuilen (liberaal, sociaaldemocraten, protestant en
katholiek). Je deed alles binnen je zuil qua school, krant, zenders, buurt
Vorming
Socialisatie:
- Overdracht: aanleren
- Verwerving: eigen maken
Door socialisatie vindt cultuuroverdracht plaats en daarmee veranderd cultuur
- Van generatie op generatie, maar ook nieuwe waarde en normen door de tijd
waar je in leeft door bijvoorbeeld media
Je kan zelf keuzes maken welk gedeelte je wilt internaliseren en welk gedeelte niet
- Veel gaat onbewust
Socialisatie verschilt per milieu, dus je plek op de maatschappelijk ladder welk
kapitaal je meekrijgt (waarden en normen)
Enculturatie: eigen cultuur krijg je aangeleerd
Functie: wat hebben we eraan
- Continueren: de cultuur blijft bestaan
- Dynamisch: door jongerenculturen leren we nieuwe waarde en normen
- Indicatie met eigen groep: je weet dat je bij een Nederlandse cultuur/groep hoort
- In jouw identiteit zit veel van de Nederlandse cultuur
- Regelen gedrag: je krijgt dezelfde waarden en normen waardoor dezelfde
gedragingen
- Via socialisatie worden sociale instituties aangeleerd min of meer
geformaliseerde regels reguleert ons gedrag (normaal in het wit trouwen)
Na de tweede wereldoorlog ging socialisatoren van kerk weg en kwam
peergroup(vriendengroep), media en onderwijs
Media heeft socialiserende werking: we leren van de media
Groepsidentiteit en sociale identiteit is belangrijk voor eigen identiteit
- Hoe zien wij mannen en vrouwen
Spanningen tussen persoonlijke en collectieve identiteit:
- Beeld dat je als vrouw feminien moet gedragen, maar je voelt je meer stoer
Jongerencultuur kregen interne sociale cohesie waardoor er minder sterke sociale
cohesie in de maatschappij kwam
Statisch: is hetzelfde als relatief
Politieke socialisatie: wat is op politiek gebied normaal in een land? Bijvoorbeeld een
democratie of een dictatuur?
Je wordt gesocialiseerd door je omgeving en politieke systeem
- Je krijgt waarde mee die bij parlementaire democratie passen
Politieke voorkeur: ben je meer liberaal of sociaaldemocraat
Maatschappelijk middenveld: kerkgemeenschap, wijk en sportclub: mensen kennen
elkaar en hebben dingen voor elkaar over
Welk verband tussen maatschappelijke veranderingen en opvoeding van gezin
1960
- Verzuilde samenleving: 4 zuilen (liberaal, sociaaldemocraten, protestant en
katholiek). Je deed alles binnen je zuil qua school, krant, zenders, buurt