Soorten
• Aseksuele voortplanting o Genetisch identieke cellen worden geproduceerd uit 1 oudercel door mitose
o Budding, kernsplitsing
• Parthogenese: vrouwelijke dieren produceren nakomeling uit onbevruchte eicellen o 1 type
geslachtshormoon
• Hermafrotdisme: zowel ovaria als testes
▪ Protogyny (vr→ m) OF Protandry (m→ vr)
▪ 2 individuen nodig voor bevruchting (meestal toch)
• Seksuele voortplanting (bij gewervelden) o Externe/interne bevructhing
▪ E: eitjes en sperma in water ➔ fusie vrije gameten
▪ I: sperma geïntroduceerd in vrouwelijk voortplantingskanaal
• Oviparie (bij sommige beenvissen, kraakbeenvissen&amfibieën, meeste reptielen, enkele zoogdieren en
alle vogels!) o Bevruchte eitjes buiten lichaam moederdier gedeponeerd ➔ontwikkeling te
vervolledigen
• Ovoviviparie (bij sommige beenvissen, kraakbeenvissen; groot aantal reptielen) o Bevruchte
eitjes blijven in moederlichaam om ontwikkeling te vervolledigen
o Eidooier voorziet voeding voor jong
• Viviparie (bij meeste kraakbeenvissen, enkele amfibieën en reptielen en bij bijna alle zoogdieren) o
Jong ontwikkelt in moederlichaam &Voeding uit bloed
Geslachtsbepaling
• Temperatuur (bij vissen en reptielen)
• Genetische bepaling o Bij de mens XX(homogametisch: vrouw (bij zoogdieren)/man(bij
vogels)) of
XY(heterogametisch:man(bij zoogdieren)/vrouw (bij vogels))
▪ Indien SRY gen op Y converteert gonaden tot testes (na eerste 40 dagen) ➔Productie
testosteron in gang gezet → mannelijke ontwikkeling (OPGELET Zonder SRY gen
vrouwelijke geslachtsorganen)
Bevruchting bij verschillende soorten
• Vissen
o Meeste beenvissen externe bevruchting & Meeste kraakbeenvissen interne bevruchting (vivipaar)
(slechts zeer goed ontwikkelde jongen worden geboren) ➔ Duizenden eieren bevrucht, maar enkelen
worden maar volwassen
• Amfibieën o Meestal externe bevruchting
o Eitjes ontwikkelen meestal in water (uitzonderingen hieronder)
▪ Mannetje draagt kikkervisjes op zijn rug ➔ pijlstaartkikker
▪ Ontwikkeling van kikkervisjes in broedzakken ➔ Surinaamse pad
▪ Vrouwtje draagt kikkervisjes op zijn rug ➔ buidelkikker
▪ Mannetje draagt ontwikkelde kikkervisjes in kwaakblaas ➔ Darwins Bekbroeder
• Reptielen o Amniotisch ei (extra-embryonisch membraan) met leerachtige schaal
o Meeste oviparie leggen eieren en laten achter; Andere ovovivipaar (sommige vivipaar)
• Vogels
o Amniotisch ei met harde kalkschaal o Interne bevruchting
o Endotherme dieren ➔ eieren moeten geïncubeerd worden om warm te houden
• Zoogdieren o Seizoenale voortplanting OF periodische vrijzetting van matuur ovum
(Bronstcyclus) o Bij primaten = menstruele cyclus ( wanneer binnenste laag uterus
afsterft) o 3 types
▪ Monotremata/cloacadieren zijn ovipaar : leggen eieren
▪ Buideldieren zijn vivipaar: geboorte niet volledig ontwikkelde foetussen, matureren in buidel
▪ Placentadieren/Eutheria zijn vivipaar: jong in baarmoeder gehouden voor lange
ontwikkelingsperiode, gevoed door diffusie van nutriënten uit bloed van moeder via
PLACENTA
, Voortplantingsstelsel man
• Tubuli seminiferus = plaats spermaproductie
• Leydig cellen = prodcutie testrosteron o Ontwikkelt penis en scrotum uit ongedifferentiëerde externe
genitalia
• Germinaal epithelium = kiemetiheel o Zaadbuisjes: bevatten ondersteunende cellen = sertoli cellen
▪ Sertoli cellen verozrgen kiemcellen in ontwikkeling + hulp bij converteren spermatide in
spermatozoa door extra cytoplasma te op te eten
o Spermatogene cellijn (ontwikkeling tot spermatozoön)
• Bijbal = plaats waar sperma wordt afgeleverd voor opslag en maturatie
• Zaadleider/vas deferens = transport sperma
• Urinebuis/urethra = transport urine en sperma
• Zaadblaasjes/vesiculae seminales produceren fructose-rijk vocht (= 60% spermaV)
• Prostaat zorgt voor 30% massa v/h sperma
• Cowperse klieren/glandulae bulbourethrales produceren voorvocht = glijmiddel + 10% sperma
• Penis
o Zwellichamen: 2 corpora cavernose aan dorsale zijde, 1 corpus spongiosum aan ventrale zijde; vult
met bloed tijdens errectie
o Parasympatische zenuwen zetten NO vrij waardoor vernauwing bloedvaten wordt gestimuleerd
o Ejaculatie 2-5mL sperma =
300milj zaadcellen
Productie gameten
• Spermatogonium (kiemcellen) gaan door mitose delen in 2 diploïde cellen
• Diploïde cellen: 1 zal meiose ondergaan, ander spermatogonium blijft achter
• Primaire spermatocyt = diploïde cel bestemd voor meiose ➔ ondergaat meiose I en produceert zo 2
haploïde secundaire spermatocyten
• Elke secundaire spermatocyt ondergaat twee meiotische