Overzicht Fysiologie Lever en
Galwegen
Ontwikkeling
De lever en galwegen ontstaan uit 2 kiembladen:
mesoderm en endoderm. Uit het mesoderm ontstaan
het septum transversum (diafragma) en de vitelline
vaten. Uit endoderm ontstaat de oerdarm. Vanuit de
voordarm ontstaat een ventrale endodermale knop
met een craniaal en caudaal deel. Het craniale deel
vormt vervolgens de lever en galgangen, terwijl het
caudale deel de galblaas en ductus
cysticus (afvoer naar de galblaas) vormt.
Vanuit de vv. vitellinae ontstaan later de
leversinusoïden, een deel van de v. cava
caudalis, de poortader en de ductus
venosus. De ductus venosus wordt
gevormd uit de vv. umbilicalis. De
rechterkant gaat in regressie, waarna de
linkerkant een verbinding maakt met de
vv. vitellinae. Het bloed dat hier
doorheen stroomt is zuurstofrijk,
waardoor het de weg van de minste
weerstand, direct door het leverweefsel
heen, pakt.
Anatomie
De lever ligt craniaal in de buikholte, tegen het diafragma aan. Dit wordt ook wel het
intrathoracale deel van het abdomen genoemd. Over het algemeen ligt de lever rechts in de
buikholte, maar er zijn wat diersoortverschillen. Bij honden ligt het redelijk in het midden, bij
varkens wat verder naar rechts en bij koeien helemaal rechts.
Er zijn een aantal belangrijke ophangbanden voor de bevestiging van
de lever. De maag wordt via het omentum majus (dorsaal
mesogastrium) opgehangen aan de buikwand. Tussen de maag en
de lever zit het omentum minus (ventraal mesogastrium). Als laatste
zit de lever via het ligamentum falciforme vast aan de buikwand. De
ligamenta coronaria verbinden de lever met het diafragma, en de
ligamenta triangulare bevestigen de lever aan de dorsolaterale
buikwand.
Galwegen
Ontwikkeling
De lever en galwegen ontstaan uit 2 kiembladen:
mesoderm en endoderm. Uit het mesoderm ontstaan
het septum transversum (diafragma) en de vitelline
vaten. Uit endoderm ontstaat de oerdarm. Vanuit de
voordarm ontstaat een ventrale endodermale knop
met een craniaal en caudaal deel. Het craniale deel
vormt vervolgens de lever en galgangen, terwijl het
caudale deel de galblaas en ductus
cysticus (afvoer naar de galblaas) vormt.
Vanuit de vv. vitellinae ontstaan later de
leversinusoïden, een deel van de v. cava
caudalis, de poortader en de ductus
venosus. De ductus venosus wordt
gevormd uit de vv. umbilicalis. De
rechterkant gaat in regressie, waarna de
linkerkant een verbinding maakt met de
vv. vitellinae. Het bloed dat hier
doorheen stroomt is zuurstofrijk,
waardoor het de weg van de minste
weerstand, direct door het leverweefsel
heen, pakt.
Anatomie
De lever ligt craniaal in de buikholte, tegen het diafragma aan. Dit wordt ook wel het
intrathoracale deel van het abdomen genoemd. Over het algemeen ligt de lever rechts in de
buikholte, maar er zijn wat diersoortverschillen. Bij honden ligt het redelijk in het midden, bij
varkens wat verder naar rechts en bij koeien helemaal rechts.
Er zijn een aantal belangrijke ophangbanden voor de bevestiging van
de lever. De maag wordt via het omentum majus (dorsaal
mesogastrium) opgehangen aan de buikwand. Tussen de maag en
de lever zit het omentum minus (ventraal mesogastrium). Als laatste
zit de lever via het ligamentum falciforme vast aan de buikwand. De
ligamenta coronaria verbinden de lever met het diafragma, en de
ligamenta triangulare bevestigen de lever aan de dorsolaterale
buikwand.