met uitwerkingen
1. Glucose-oplossing
Berber maakt een glucose-oplossing. Ze lost 0,12 g glucose, C 6H12O6 (s), op tot 250 g
oplossing. De dichtheid van de glucose-oplossing is 0,998 kg L-1.
a. Bereken hoeveel mol glucose wordt opgelost.
b. Bereken het volume van de glucose-oplossing in liter.
c. Bereken het massa-ppm glucose in de glucose-oplossing.
2. Element X
Een verbinding met de formule X2O5 bevat 34,8 massa% zuurstof.
a. Welk element is X?
3. Salmiak
Salmiak wordt gemaakt door waterstofchloride te laten reageren met ammoniak. De
systematische naam van salmiak is ammoniumchloride. Er wordt 9,0 g waterstofchloride
toegevoegd aan 4,4 g ammoniak, waarna salmiak ontstaat.
a. Welke stof is in overmaat aanwezig, en hoeveel gram blijft er over?
4. Aspirinesynthese
Voor het maken van aspirine reageren de stoffen 2-hydroxybenzeencarbonzuur, C7H6O3 (s),
en azijnzuuranhydride, C4H6O3 (l), met elkaar. Hierbij ontstaat naast aspirine, C9H8O4 (aq), ook
ethaanzuur, C2H4O2 (aq). Bij een controle-experiment wordt 150 mg C7H6O3 (s) toegevoegd
aan 0,5 g C4H6O3 (l).
Bij het maken van aspirine wordt meestal gewerkt met een overmaat azijnzuuranhydride.
a. Bereken hoeveel gram azijnzuuranhydride de overmaat is. Gebruik het stappenplan.
5.
a) Teken een fluoratoom volgens het atoommodel van Bohr. Geef daarin aan hoeveel
protonen, neutronen en elektronen dit fluoratoom heeft.
b) Reken de massa van dit fluoratoom om in kilogram.
6. Het element arseen (symbool As) komt voor in het zout natriumarsenaat, Na 3AsO4.
Dit zout is opgebouwd uit slechts twee soorten ionen, namelijk natrium- en
arsenaationen. Geef de formule van het zout strontiumarsenaat.
, 7. Bereken hoeveel g water er ontstaat bij de volledige verbranding van 2,00 g methaan.
8. Examenopgave havo 2021 ppm
Bij een vermoeden van CO-vergiftiging kan het CO-gehalte in de uitgeademde lucht worden
gemeten met een CO-meter. Deze meting is mogelijk ,omdat koolstofmono-oxide dat aan
hemoglobine is gebonden, ook weer kan loslaten en geleidelijk wordt uitgeademd. Uit de
meetwaarde wordt vervolgens het HbCO-gehalte in het bloed berekend. Het verband tussen
het CO-gehalte in de uitgeademde lucht en het HbCO-gehalte in het bloed is in de figuur
weergegeven.
Bij een HbCO-gehalte van meer dan 12% is er sprake van CO-vergiftiging. Het CO-gehalte op
de horizontale as is uitgedrukt in volume-ppm. 1 volume-ppm komt overeen met 1 ∙10 –6 liter
koolstofmono-oxide per liter lucht. Bij een meting blijkt de uitgeademde lucht van een
persoon 3,0∙102 µg koolstofmono-oxide te bevatten. Het
volume van de uitgeademde lucht van deze persoon was 4,0 L.
Voer de volgende opdrachten uit:
− Bereken het CO-gehalte in volume-ppm in de uitgeademde lucht van
deze persoon. De dichtheid van koolstofmono-oxide is 1,25 g L –1
.− Leg uit met behulp van de figuur of er sprake is van CO-vergiftiging.
9. Examen havo 2016-II ppm
Spinazie is een bladgroente met een donkergroene kleur. Deze kleur wordt vooral
veroorzaakt door vier pigmenten: chlorofyl-a, chlorofyl-b, β-caroteen en luteïne. Verse
spinazie bevat 93,0 massaprocent water. Het overige deel is ‘drooggewicht’. Het gehalte
chlorofyl-a is 6,48 gram per 1,00 kilogram drooggewicht.
Bereken het massa-ppm chlorofyl-a in verse spinazie.