Hoofdstuk 9 Chemische energie
Evenwichtsreactie = Als een reactie allebei de kanten op kan.
* 2 NO2 (g) N2O4 (g)
Bij evenwicht:
• Reactiesnelheid is gelijk
• [N2] ≠ 0 / [H2] ≠ 0 / [NH3] ≠ 0
Bij evenwicht hebben ze allemaal een concentratie die hoger is dan 0. Hoeven niet gelijk te zijn.
Evenwichtsdiagram = Een diagram waarin je de evenwichtsreactie
weer kan geven.
Insteltijd = De tijd die nodig is om het evenwicht te bereiken.
BOE-schema = Begin, Omzetting, Evenwicht.
* N2 (g) + 3 H2 (g) → 2 NH3 (g)
B 100 mol 300 mol 0 mol
O -50 mol -150 mol +100 mol
E 50 mol 150 mol 100 mol
1 : 3 : 2
• In de evenwichtstoestand zijn de concentraties van de stoffen constant. → Voeg je meer toe
van de reagerende stof dan is er geen evenwicht meer.
• Als het evenwicht verstoord is zullen de concentraties veranderen.
* In een afgesloten fles frisdrank zit een evenwichtsreactie van koolstofdioxide.
Als je de fles opent zal het gasvormige ontsnappen. → Concentraties veranderen.
Doe je de dop er weer op, dan ontstaat er een nieuw evenwicht met lagere concentraties.
Blijft de dop er af, dan heb je een aflopende reactie = CO2 (aq) → CO2 (g)
Estergroep = De aanwezigheid van een ester.
Condensatiereactie = Een reactie waarbij 2 moleculen koppelen tot een groter molecuul onder
afsplitsing van een klein molecuul (meestal een watermolecuul).
• Bij de vorming van een ester vind ook een teruggaande reactie plaats.
Hydrolyse = Een reactie waarbij een groot molecuul reageert met een watermolecuul tot 2 kleinere
moleculen.
Evenwichtsreactie = Als een reactie allebei de kanten op kan.
* 2 NO2 (g) N2O4 (g)
Bij evenwicht:
• Reactiesnelheid is gelijk
• [N2] ≠ 0 / [H2] ≠ 0 / [NH3] ≠ 0
Bij evenwicht hebben ze allemaal een concentratie die hoger is dan 0. Hoeven niet gelijk te zijn.
Evenwichtsdiagram = Een diagram waarin je de evenwichtsreactie
weer kan geven.
Insteltijd = De tijd die nodig is om het evenwicht te bereiken.
BOE-schema = Begin, Omzetting, Evenwicht.
* N2 (g) + 3 H2 (g) → 2 NH3 (g)
B 100 mol 300 mol 0 mol
O -50 mol -150 mol +100 mol
E 50 mol 150 mol 100 mol
1 : 3 : 2
• In de evenwichtstoestand zijn de concentraties van de stoffen constant. → Voeg je meer toe
van de reagerende stof dan is er geen evenwicht meer.
• Als het evenwicht verstoord is zullen de concentraties veranderen.
* In een afgesloten fles frisdrank zit een evenwichtsreactie van koolstofdioxide.
Als je de fles opent zal het gasvormige ontsnappen. → Concentraties veranderen.
Doe je de dop er weer op, dan ontstaat er een nieuw evenwicht met lagere concentraties.
Blijft de dop er af, dan heb je een aflopende reactie = CO2 (aq) → CO2 (g)
Estergroep = De aanwezigheid van een ester.
Condensatiereactie = Een reactie waarbij 2 moleculen koppelen tot een groter molecuul onder
afsplitsing van een klein molecuul (meestal een watermolecuul).
• Bij de vorming van een ester vind ook een teruggaande reactie plaats.
Hydrolyse = Een reactie waarbij een groot molecuul reageert met een watermolecuul tot 2 kleinere
moleculen.