1.2. Beïnvloeden van de diurese:
Je kan hierbij kiezen voor directe of indirecte werking uit oefenen op de water en/of
elektrolytenresorptie en -uitscheiding in de nieren.
Proximale tubulus:
Hier wordt het grootste deel van het gefilterde water,
natrium en bicarbonaat geresorbeerd. Natrium wordt
geresorbeerd door actief transport, co-transport en passieve
diffusie.
1. Na+/K+-ATPase: natrium-ionen bewegen met de
concentratiegradiënt mee de cel in (wordt door de
Na+/K+-ATPase onderhouden) .
2. Koolzuuranhydrase: Natrium-ionen worden hierbij
uitgewisseld tegen H+-ionen door middel van
Na+/H+-antiporters. De H+-ionen worden in de
tubuluscellen gemaakt door koolzuuranhydrase
(KA). In het lumen van de proximale tubulus vindt
de reactie van H+ + HCO3- à CO2 + H2O plaats
(o.i.v. KA).
Chloride- en Kalium-ionen kunnen passief geresorbeerd
worden.
Afdalende deel lis van Henle:
Geen elektrolyten opname meer, alleen absorptie van water naar het interstitium van de
hypertone merg.
Opstijgende, dikwandige deel van lis van Henlde:
Nog een klein deel van Natrium geresorbeerd. Er is actief
transport van Natrium-, Kalium, en Chloride-ionen door
middel van Na+/K+/2Cl- symporters. Hier vindt geen
resorptie van water meer plats, want je hebt hier het
countercurrent multiplier systeem in de nier (zorgt voor het
hypertoon zijn van het interstitium van het
niermerg=tegenstroom principe).
Calcium- en Magnesium-ionen worden passief
geresorbeerd.
1
, Distale tubulus:
Een nog kleiner deel van Natirum wordt geresorbeerd. Er is
co-transport van Na+ en Cl- ionen. Ook hier is geen filtratie
van water dus de voorurine wordt hier nog meer hypotoon
(net zoals bij het kopje hierboven).
Verzamelbuis (+laatste deel distale tubulus):
Het minste Natrium wordt geresorbeerd en de K+- en H+-
ionen worden uitgescheiden.
In de hoofdcellen bewegen Natrium-ionen met de
concentragiegradiënt mee de cel in (m.b.v. Na+/K+-
ATPase). De K+-ionen excretie wordt door de negatieve
potentiaal van het epitheel onderhouden.
Dit negatieve potentiaal bevindt zich ook in de
schakelcellen, waardoor er excretie van H+-ionen door H+-
ATPase plaatsvindt. En KA zorgt weer voor de
uitscheiding van H+.
Meer Na+-ionen naar de verzamelbuizen verhoogt in
principe de excretie van K+-ionen, omdat er meet Natrium
geresorbeerd zal worden.
Aldosteron kan in de verzamelbuizen Natrium-en
waterretentie induceren (dus ook K+-excretie) door het
activeren van Natrium kanalen en het aantal Na+/K+-
ATPasen aan de basolaterale zijde te verhogen.
Resorptie van water in de verzamelbuizen is afhankelijk van
ADH (zorgt voor de expressie van aquaporines).
1.2.1. Farmaca met diuretische werking:
Verhogen het urinevolume (intravasale volume neemt afen
water uit interstitiële ruimte wordt gemobiliseerd).
Osmotische werkzame diuretica:
Hierbij heb je mannitol.
Ze worden glomerulair gefilterd waardoor er minder water
geresorbeerd wordt in de proximale tubilià forse toename
van het urinevolume.
Je dient mannitol iv toe en is direct osmotisch actief (dus
ook water van de extravasale omgeving wordt onttrokken)
en verplaatst zich naar de bloedvaten.
Ze zijn dus toepasbaar bij hersenoedeem en acuut glaucoom.
Contra-indicaties zijn bij oedeem ten gevolge van
hartinsufficiëntie (vergroot intravasaal volume=ongewenst).
2
Je kan hierbij kiezen voor directe of indirecte werking uit oefenen op de water en/of
elektrolytenresorptie en -uitscheiding in de nieren.
Proximale tubulus:
Hier wordt het grootste deel van het gefilterde water,
natrium en bicarbonaat geresorbeerd. Natrium wordt
geresorbeerd door actief transport, co-transport en passieve
diffusie.
1. Na+/K+-ATPase: natrium-ionen bewegen met de
concentratiegradiënt mee de cel in (wordt door de
Na+/K+-ATPase onderhouden) .
2. Koolzuuranhydrase: Natrium-ionen worden hierbij
uitgewisseld tegen H+-ionen door middel van
Na+/H+-antiporters. De H+-ionen worden in de
tubuluscellen gemaakt door koolzuuranhydrase
(KA). In het lumen van de proximale tubulus vindt
de reactie van H+ + HCO3- à CO2 + H2O plaats
(o.i.v. KA).
Chloride- en Kalium-ionen kunnen passief geresorbeerd
worden.
Afdalende deel lis van Henle:
Geen elektrolyten opname meer, alleen absorptie van water naar het interstitium van de
hypertone merg.
Opstijgende, dikwandige deel van lis van Henlde:
Nog een klein deel van Natrium geresorbeerd. Er is actief
transport van Natrium-, Kalium, en Chloride-ionen door
middel van Na+/K+/2Cl- symporters. Hier vindt geen
resorptie van water meer plats, want je hebt hier het
countercurrent multiplier systeem in de nier (zorgt voor het
hypertoon zijn van het interstitium van het
niermerg=tegenstroom principe).
Calcium- en Magnesium-ionen worden passief
geresorbeerd.
1
, Distale tubulus:
Een nog kleiner deel van Natirum wordt geresorbeerd. Er is
co-transport van Na+ en Cl- ionen. Ook hier is geen filtratie
van water dus de voorurine wordt hier nog meer hypotoon
(net zoals bij het kopje hierboven).
Verzamelbuis (+laatste deel distale tubulus):
Het minste Natrium wordt geresorbeerd en de K+- en H+-
ionen worden uitgescheiden.
In de hoofdcellen bewegen Natrium-ionen met de
concentragiegradiënt mee de cel in (m.b.v. Na+/K+-
ATPase). De K+-ionen excretie wordt door de negatieve
potentiaal van het epitheel onderhouden.
Dit negatieve potentiaal bevindt zich ook in de
schakelcellen, waardoor er excretie van H+-ionen door H+-
ATPase plaatsvindt. En KA zorgt weer voor de
uitscheiding van H+.
Meer Na+-ionen naar de verzamelbuizen verhoogt in
principe de excretie van K+-ionen, omdat er meet Natrium
geresorbeerd zal worden.
Aldosteron kan in de verzamelbuizen Natrium-en
waterretentie induceren (dus ook K+-excretie) door het
activeren van Natrium kanalen en het aantal Na+/K+-
ATPasen aan de basolaterale zijde te verhogen.
Resorptie van water in de verzamelbuizen is afhankelijk van
ADH (zorgt voor de expressie van aquaporines).
1.2.1. Farmaca met diuretische werking:
Verhogen het urinevolume (intravasale volume neemt afen
water uit interstitiële ruimte wordt gemobiliseerd).
Osmotische werkzame diuretica:
Hierbij heb je mannitol.
Ze worden glomerulair gefilterd waardoor er minder water
geresorbeerd wordt in de proximale tubilià forse toename
van het urinevolume.
Je dient mannitol iv toe en is direct osmotisch actief (dus
ook water van de extravasale omgeving wordt onttrokken)
en verplaatst zich naar de bloedvaten.
Ze zijn dus toepasbaar bij hersenoedeem en acuut glaucoom.
Contra-indicaties zijn bij oedeem ten gevolge van
hartinsufficiëntie (vergroot intravasaal volume=ongewenst).
2