DIGESTIEONDERZOEK HOND/KAT:
INSPECTIE:
- Inspectie kauwmusculatuur (let op atrofie, hyptertrofie, asymmetrie):
• M.Masseter: op de laterale oppervlakte van de ramus van de onderkaak.
• M. Temporalis: boven de kop
- Aansluiten van de lippen
- Speekselen
- Aansluiting van de bek
- Deformiteiten
PALPATIE:
- Bestaat uit het oppervlakkig en diep palperen van de weke en benige delen van de kop
en kauwmusculatuur, zoals:
• Achterhoofdsknobbel
• Kauwspieren, waarbij er ook gelet wordt op warmte en pijnlijkheid.
• Tonus van de oren
• De neus en neusrug
• De kaakboog en onderkaak
OPENEN BEK (ALLEEN ALS DE KAT FIJN MEEWERKT OF ONDER ANESTHESIE IS):
- Er wordt gelet op de passieve bewegingsmogelijkheid en pijnlijkheid van het
kaakgewricht, wanneer de bek geopend is kan een afwijkende geur worden
vastgesteld.
- Tijdens het openen let je op:
• Slijmvlies
• Gebit; je kijkt naar tandplaque/tandsteen en beschadigingen
• Palatum durum; je let op kleur bloedingen/laesies en deformiteiten.
• Tong; je kijkt naar bewegelijkheid, kleur, aard van het oppervlak en papillen.
• Bij het bekijken van de bek kan je ook een indruk krijgen van het palatum
molle en de tonsillen. Bij de tonsillen let je op grootte, vorm, kleur en
deformiteiten
- Uitwendige palpatie van het gebied tussen de caudale rand van de kaaktakken en de
larynx let je op deformiteiten en pijnlijkheid.
HALS EN SLOKDARM:
- Het beoordelen van de slokdarm bestaat uit inspectie en palpatie. Je houdt hierbij de
kop vast en omhoog gericht met een hand en met de andere hand voel je aan de
linkerzijde van de hals de slokdarm af.
- Normaal is de slokdarm niet palpabel, bij obstructie of dilatatie wel.
• Inspectie: linker hals vlakte en let op deformiteiten, dilatatie (tot borstingang).
• Palpatie: linker hals vlakte, normaal niet palpabel, eventuele obstructies.
INSPECTIE:
- Inspectie kauwmusculatuur (let op atrofie, hyptertrofie, asymmetrie):
• M.Masseter: op de laterale oppervlakte van de ramus van de onderkaak.
• M. Temporalis: boven de kop
- Aansluiten van de lippen
- Speekselen
- Aansluiting van de bek
- Deformiteiten
PALPATIE:
- Bestaat uit het oppervlakkig en diep palperen van de weke en benige delen van de kop
en kauwmusculatuur, zoals:
• Achterhoofdsknobbel
• Kauwspieren, waarbij er ook gelet wordt op warmte en pijnlijkheid.
• Tonus van de oren
• De neus en neusrug
• De kaakboog en onderkaak
OPENEN BEK (ALLEEN ALS DE KAT FIJN MEEWERKT OF ONDER ANESTHESIE IS):
- Er wordt gelet op de passieve bewegingsmogelijkheid en pijnlijkheid van het
kaakgewricht, wanneer de bek geopend is kan een afwijkende geur worden
vastgesteld.
- Tijdens het openen let je op:
• Slijmvlies
• Gebit; je kijkt naar tandplaque/tandsteen en beschadigingen
• Palatum durum; je let op kleur bloedingen/laesies en deformiteiten.
• Tong; je kijkt naar bewegelijkheid, kleur, aard van het oppervlak en papillen.
• Bij het bekijken van de bek kan je ook een indruk krijgen van het palatum
molle en de tonsillen. Bij de tonsillen let je op grootte, vorm, kleur en
deformiteiten
- Uitwendige palpatie van het gebied tussen de caudale rand van de kaaktakken en de
larynx let je op deformiteiten en pijnlijkheid.
HALS EN SLOKDARM:
- Het beoordelen van de slokdarm bestaat uit inspectie en palpatie. Je houdt hierbij de
kop vast en omhoog gericht met een hand en met de andere hand voel je aan de
linkerzijde van de hals de slokdarm af.
- Normaal is de slokdarm niet palpabel, bij obstructie of dilatatie wel.
• Inspectie: linker hals vlakte en let op deformiteiten, dilatatie (tot borstingang).
• Palpatie: linker hals vlakte, normaal niet palpabel, eventuele obstructies.