Samenvatting
Nectar biologie: Hoofdstuk 18;
Wereldwijde kringlopen
Judith Vuijst
CSVVG Vincent van Gogh
, BIOLOGIE SAMENVATTING HS 18: WERELDWIJDE KRINGLOPEN
§18.1: KOOLSTOFKRINGLOOP
CO 2 IN DE ATOMOSFEER
Boeikasgas: gas dat warmtestraling vd aarde vasthoudt.
Warmtestraling: terugkaatsende zonne-energie.
Broeikaseffect: dampring werkt als kas door CO2/andere gassen. Zonnestraling blijft voor een deel id atmosfeer achter.
Hierdoor: aarde temp ±15°C en leven is mogelijk
Zonder: aarde veel kouder en oceaan bevriest
*problemen ontstaan als er meer broeikasgassen id atmosfeer komen.
Versterkt broeikaseffect: het meer dan normaal vasthouden van warmte door de atmosfeer.
Gevolg: landijs smelt, zeewater zet uit, zeespiegel stijgt overstromingen
Gevolg: door warm weer ontstaan meer wolken meer regen.
Gevolg: planten en dieren aangepast aan koele streken uitsterving.
Klimaatverandering: ecosystemen en hun bewoners veranderen.
MOERASGAS
Moerasgas (CH4): ontstaat uit organisch materiaal onder zuurstofloze omstandigheden.
Draagt bij aan: versterkt broeikaseffect; houdt warmte zo’n 25x beter vast dan CO 2
Toendra bodem: bevat veel organische stof, de bovenlaag ontdooit id zomer.
Toendra plassen: reducenten breken ontdooide organische stof af; ze gebruiken hiervoor O2
O2 diffusie in het water verloopt trager dan het verbruik water wordt zuurstofloos.
Anaerobe bacteriën: breken de organische stof verder af, veel moerasgas ontstaat.
Aarde warmt op: permafrostlaag (: bevroren laag onder de bovenlaag) ontdooit steeds meer en bevat ook moerasgas.
METHAANBACTERIËN
Methaanbacteriën: organismen die organische stoffen omzetten tot moerasgas.
Leven in: extreme omstandigheden, laagje water net boven permafrostlaag. (hierin hoge zoutconc en koud).
Overleven in: omgeving met hoge osmotische waarde.
Effect: deel van hun gemaakte CH4 oxideert id atmosfeer tot CO2 (dat is beter dan als het CH4 was gebleven).
Herkauwers: produceren ook CH4 om gras te kunnen verteren.
Pens: anaeroob milieu waarin bacteriën honderden liters CH4-gas/dag produceren.
CO 2 -REDUCTIE OP HET LAND
Bossen laten het CO2-gehalte vd atmosfeer dalen. Tijdens fotosynthese vormen de bladeren glucose en hieruit organische stoffen:
1. Zetmeel
2. Cellulose
3. Aminozuren
4. Vetzuren
5. Houtstof
SNELLE KOOLSTOFKRINGLOOP: ROUTE DIE KOOLSTOF NEEMT DOOR PLANTEN/DIEREN/REDUCENTEN
Niet alle vastgelegde koolstof blijft id boom:
Deel vd glucose gebruikt de boom id dissimilatie koolstof verlaat boom als CO2
Deel vd organische stoffen verdwijnt door vraat id maag van herbivoren organische stoffen id rest vd voedselketen.
Detritus: organische stoffen uit de uitwerpselen en dode resten van planten/dieren, afgebroken door reducenten tot CO2.
Pas wanneer de boom vergaat, komt de koolstof terug id atmosfeer.
Water: CO2 lost op en vormt HCO3-.
Algen/waterplanten: gebruiken HCO3- voor fotosynthese.
Algen zonder gegeten te zijn: zakken naar bodem; afbraak organisch materiaal is hier slecht: koolstof uit atmosfeer.
LANGZAME KOOLSTOFKRINGLOOP: BIJ VERBRANDING EN VERWERING VAN KALKSTEEN ONTSTAAT WEER CO 2