AfsLu iting
E
a Door de temperatuur tijdens het smelten of koken te meten. Een zuivere stof heeft een
smeltpunt en een kookpunt, een mengsel heeft een smelttraject en een kooktraject.
b Een emulsie is een troebel mengsel van twee vloeistoffen. Een suspensie is een troebel
mengsel van een vaste stof en een vloeistof.
c De factoren zijn: verdelingsgraad, soort stof, temperatuur, concentratie en katalysator.
d Scheidingsmethoden zijn:filtreren (deeltjesgrootte), bezinken en centrifugeren
(dichtheid), indampen en destilleren (kookpunt), extraheren (oplosbaarheid), adsorptie
(aanhechtingsvermogen)en chromatografie (oplosbaarheid en aanhechtingsvermogen).
e Exotherm: er komt warmte vrij.
Endotherm: er wordt warmte opgenomen.
ø
a De eierdooier is een emulgator.
b Zie figuur 1.9.
c De dikte hangt af van de hoeveelheid druppeltjes. Je hebt te veel olie toegevoegd,
waardoor de oliedruppeltjes samenvloeien en het water in druppeltjes in de olie
zit. Doordat er meer olie dan water is, zijn er minder waterdruppeltjes dan er eerst
oliedruppeltjes waren. Daardoor wordt de emulsie minder dik.
*
*
t _olie
+
*
t
1.9
na
water-
druppeltje
E
a Er verdwijnen stoffen en er ontstaan reactieproducten, gisten is dus een chemische
reactie.
b Filtreren, want er is een filter.
Centrifugeren, want het mengsel wordt rondgeslingerd,
c Er vindt ook bezinken van de vaste restanten na het gisten plaats,
d C6H1206 -+ 2 CrHuOH + 2 CO,
e Dit is een ontledingsreactie,
f Het gist levert een enzym, dat is een katalysator,
g Het C0, dat tijdens de gisting op fles ontstaat kan de fles laten springen, als de fles niet
stevig genoeg is,
tr
a De hoeveelheid zoutzuur is bij elke reactie hetzelfde, er ontstaat dezelfde hoeveelheid
gas.
b De verdelingsgraad verschilt, dus de reactiesnelheid verschilt bij de drie proeven.
14 | Hoofdstuk 1 @ Noordhoff Uitgevers bv
E
a Door de temperatuur tijdens het smelten of koken te meten. Een zuivere stof heeft een
smeltpunt en een kookpunt, een mengsel heeft een smelttraject en een kooktraject.
b Een emulsie is een troebel mengsel van twee vloeistoffen. Een suspensie is een troebel
mengsel van een vaste stof en een vloeistof.
c De factoren zijn: verdelingsgraad, soort stof, temperatuur, concentratie en katalysator.
d Scheidingsmethoden zijn:filtreren (deeltjesgrootte), bezinken en centrifugeren
(dichtheid), indampen en destilleren (kookpunt), extraheren (oplosbaarheid), adsorptie
(aanhechtingsvermogen)en chromatografie (oplosbaarheid en aanhechtingsvermogen).
e Exotherm: er komt warmte vrij.
Endotherm: er wordt warmte opgenomen.
ø
a De eierdooier is een emulgator.
b Zie figuur 1.9.
c De dikte hangt af van de hoeveelheid druppeltjes. Je hebt te veel olie toegevoegd,
waardoor de oliedruppeltjes samenvloeien en het water in druppeltjes in de olie
zit. Doordat er meer olie dan water is, zijn er minder waterdruppeltjes dan er eerst
oliedruppeltjes waren. Daardoor wordt de emulsie minder dik.
*
*
t _olie
+
*
t
1.9
na
water-
druppeltje
E
a Er verdwijnen stoffen en er ontstaan reactieproducten, gisten is dus een chemische
reactie.
b Filtreren, want er is een filter.
Centrifugeren, want het mengsel wordt rondgeslingerd,
c Er vindt ook bezinken van de vaste restanten na het gisten plaats,
d C6H1206 -+ 2 CrHuOH + 2 CO,
e Dit is een ontledingsreactie,
f Het gist levert een enzym, dat is een katalysator,
g Het C0, dat tijdens de gisting op fles ontstaat kan de fles laten springen, als de fles niet
stevig genoeg is,
tr
a De hoeveelheid zoutzuur is bij elke reactie hetzelfde, er ontstaat dezelfde hoeveelheid
gas.
b De verdelingsgraad verschilt, dus de reactiesnelheid verschilt bij de drie proeven.
14 | Hoofdstuk 1 @ Noordhoff Uitgevers bv