HOORCOLLEGE 3 EN CASUSCOLLEGE 3
OR: bijeenbrengen van het kapitaal
literatuur
Hoofdstuk 3 uit De kern van het ondernemingsrecht;
C. de Groot, ‘Inleiding Personenvennootschappen’, par. 2.
Par. 2
- Hoewel de vennootschappelijke gemeenschap een gemeenschap is in de zin van art 3:166
heeft de wetgever ervoor gekozen dat de bepalingen in de titel over gemeenschap niet op
personenvennootschappen van toepassing zijn (3:189 lid 1)
Vraag 1 (‘IEM Fiscaal Advies’)
Ismael en Marit zijn drie jaar geleden een fiscaal adviesbureau begonnen. Zij zijn beide fiscaal
adviseur en verlenen fiscaal advies aan hun cliënten. De zaken gaan goed; het klantenbestand is
enorm gegroeid en ieder jaar stijgt hun omzet. Van de winst hebben ze gezamenlijk de meest
moderne en geavanceerde kantoorfaciliteiten gekocht en ook een auto, met daarop het fraai
vormgegeven bedrijfslogo: ‘IEM Fiscaal Advies’.
a. Stel dat Ismael en Marit toen ze met het fiscaal adviesbureau begonnen een BV hebben
opgericht. Beide zijn vanaf de oprichting statutair bestuurder van de BV en in die
hoedanigheid bevoegd om de BV te vertegenwoordigen. Wie is/zijn eigenaar/eigenaren van
de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto?
Bij het oprichten van een BV heeft de BV rechtspersoonlijkheid ex art. 2:5 en dus is de BV
als rechtspersoon eigenaar van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto.
Art. 2:3, 2:5 en 2:240 van belang
Ismael en Marit hebben rechtsgeldig vertegenwoordigd waardoor de BV eigenaar is
geworden van de kantoorfaciliteiten en de auto en NIET Ismael en Marit zelf
b. Stel dat Ismael en Marit samen een personenvennootschap vormen. Wie is/zijn
eigenaar/eigenaren van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto?
In het geval het gaat om een personenvennootschap, dan zullen Ismael en Marit als
maten eigenaar zijn van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto.
Art. 7A:1655, 7A:1679, 7A:1681 en 3:166 van belang
De winst behoort tot de gemeenschap waar Ismael en Marit mede-eigenaren van zijn.
Met deze winst zijn GEZAMENLIJK goederen gekocht en dus zijn zij GEZAMENLIJK mede-
eigenaar van de kantoorfaciliteiten en de auto.
c. Marit meent dat zij haar aandeel in het gemeenschappelijke vermogen kan opeisen. Dat
komt goed uit, want ze heeft geld nodig voor het opknappen van haar appartement. Heeft
Marit gelijk?
Nee, want het gemeenschappelijk vermogen vormt een afgescheiden vermogen dat aan
alle maten toebehoort. Zij kan dus niet haar aandeel zonder meer opeisen.
Art. 3:166 en 3:191 en arrest Van den Broeke/Van der Linde van belang
OR: bijeenbrengen van het kapitaal
literatuur
Hoofdstuk 3 uit De kern van het ondernemingsrecht;
C. de Groot, ‘Inleiding Personenvennootschappen’, par. 2.
Par. 2
- Hoewel de vennootschappelijke gemeenschap een gemeenschap is in de zin van art 3:166
heeft de wetgever ervoor gekozen dat de bepalingen in de titel over gemeenschap niet op
personenvennootschappen van toepassing zijn (3:189 lid 1)
Vraag 1 (‘IEM Fiscaal Advies’)
Ismael en Marit zijn drie jaar geleden een fiscaal adviesbureau begonnen. Zij zijn beide fiscaal
adviseur en verlenen fiscaal advies aan hun cliënten. De zaken gaan goed; het klantenbestand is
enorm gegroeid en ieder jaar stijgt hun omzet. Van de winst hebben ze gezamenlijk de meest
moderne en geavanceerde kantoorfaciliteiten gekocht en ook een auto, met daarop het fraai
vormgegeven bedrijfslogo: ‘IEM Fiscaal Advies’.
a. Stel dat Ismael en Marit toen ze met het fiscaal adviesbureau begonnen een BV hebben
opgericht. Beide zijn vanaf de oprichting statutair bestuurder van de BV en in die
hoedanigheid bevoegd om de BV te vertegenwoordigen. Wie is/zijn eigenaar/eigenaren van
de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto?
Bij het oprichten van een BV heeft de BV rechtspersoonlijkheid ex art. 2:5 en dus is de BV
als rechtspersoon eigenaar van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto.
Art. 2:3, 2:5 en 2:240 van belang
Ismael en Marit hebben rechtsgeldig vertegenwoordigd waardoor de BV eigenaar is
geworden van de kantoorfaciliteiten en de auto en NIET Ismael en Marit zelf
b. Stel dat Ismael en Marit samen een personenvennootschap vormen. Wie is/zijn
eigenaar/eigenaren van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto?
In het geval het gaat om een personenvennootschap, dan zullen Ismael en Marit als
maten eigenaar zijn van de kantoorfaciliteiten en de bedrijfsauto.
Art. 7A:1655, 7A:1679, 7A:1681 en 3:166 van belang
De winst behoort tot de gemeenschap waar Ismael en Marit mede-eigenaren van zijn.
Met deze winst zijn GEZAMENLIJK goederen gekocht en dus zijn zij GEZAMENLIJK mede-
eigenaar van de kantoorfaciliteiten en de auto.
c. Marit meent dat zij haar aandeel in het gemeenschappelijke vermogen kan opeisen. Dat
komt goed uit, want ze heeft geld nodig voor het opknappen van haar appartement. Heeft
Marit gelijk?
Nee, want het gemeenschappelijk vermogen vormt een afgescheiden vermogen dat aan
alle maten toebehoort. Zij kan dus niet haar aandeel zonder meer opeisen.
Art. 3:166 en 3:191 en arrest Van den Broeke/Van der Linde van belang