100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Case uitwerking

Werkgroep uitwerking Onderneming- en recht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
10
Cijfer
6-7
Geüpload op
14-06-2022
Geschreven in
2020/2021

Werkgroep uitwerking voor het vak: Onderneming- en recht










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
14 juni 2022
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2020/2021
Type
Case uitwerking
Docent(en)
X
Cijfer
6-7

Voorbeeld van de inhoud

HOORCOLLEGE 12 EN CASUSCOLLEGE 12

BDW: insolventie en financiële reorganisatie

OR: het faillissement

Literatuur

Syllabus Hoofdstuk: 1, 8-9;

Insolventierecht (bewerking van R.D. Vriesendorp, Insolventierecht, Deventer; Kluwer 2013 met
medewerking van de auteur); te vinden op Brightspace.

Artikel: Boot & Ligterink.



Theorievragen week 12 bedrijfswetenschappen

1. Waarom zijn meestal niet alle schuldeisers gebaat bij een faillissement?
 Het nadeel is dat faillissement een collectieve procedure is, dus ten behoeve van alle
schuldeisers. Een achtergestelde (en vaak ook concurrente) schuldeiser heeft vaak geen
belang bij een faillissement; de uitkering is in de praktijk erg laag. Een dergelijke schuldeiser
moet hopen dat dit mechanisme werkt als pressiemiddel. In de praktijk kunnen veelal alleen
preferente schuldeisers (een deel van) hun vordering innen. Het percentage van de
concurrente schuld dat wordt betaald is zeer laag (een recente studie van het CBS geeft 3%
aan).

2. Wanneer zal een curator trachten de onderneming voort te zetten?
 Op lange termijn: als de marktwaarde hoger is dan de liquidatiewaarde; op korte termijn
als de bedrijfswaarde hoger is dan de opbrengstwaarde. De curator streeft naar de maximale
opbrengst van de boedel

3. Hoe en door wie wordt een onderneming “gemonitord”?
 Een onderneming wordt gemonitord door vele stakeholders: crediteuren,
aandeelhouders, banken, accountants, rating agencies, consumenten- en milieuorganisaties
die contracten met voorwaarden afsluiten, de onderneming beoordelen, een goedkeurende
verklaring geven. Tegenwoordig worden ondernemingen ook “gemonitord” door social
media.

4. Waarom is een goede efficiënte monitoring van een onderneming in het belang van die
onderneming?
 . Omdat een onderneming uiteindelijk de kosten van het monitoren zelf moet betalen.
Een bank moet ook de kosten terugverdienen die zij moet maken om een onderneming te
monitoren.

5. Wat is economisch beschouwd het optimale niveau van dividend?
 Het optimale niveau wordt bepaald door het interne rendement te vergelijken met het
externe rendement (dit zijn de opportunity costs van de aandeelhouders): het rendement
dat de onderneming kan behalen versus het rendement dat de aandeelhouder kan behalen
bij een alternatieve belegging buiten de onderneming. Indien een onderneming meer
rendement kan verdienen op de ingehouden winst dan aandeelhouders (extern) kunnen

, realiseren, is dat voordelig voor de aandeelhouders. Indien dat niet het geval is, kan de winst
beter worden uitgekeerd.

6. Wat is economisch beschouwd het optimale moment van insolventie?
 Het optimale moment is het moment waarop de liquidatiewaarde hoger is dan de going
concernwaarde.

7. Wat is het verschil tussen het kasgenererend vermogen in het stramien van de accounting
ten opzichte van de kasgenererend vermogen in de financieringstheorie?
 Het kasgenererend vermogen van de onderneming in het Stramien is gericht op het
kunnen nakomen van de financiële verplichtingen. Het kasgenererend vermogen in de
financieringstheorie is gericht op de waardering van de onderneming.

8. Beschrijf de twee causale verbanden tussen faillissementskosten en de waarde van een
onderneming.
 De standaard causaliteit (bij de wetgever) is dat insolventie leidt tot een daling van de
marktwaarde (kapitaalvernietiging). De (omgekeerde) causaliteit is dat waardedaling
uiteindelijk leidt tot insolventie. Dit is van belang voor de inrichting van de
insolventiewetgeving: moet deze meer ‘debtor oriented’ zijn (eerste causaliteit) of meer
‘creditor oriented’ (tweede causaliteit).

9. Welke aspecten spelen een rol bij de ex ante efficiency beoordeling van faillissementsrecht?
 De mate waarin het gedrag van stakeholders - (potentiële) ondernemers en
vermogensverschaffers - vooraf wordt beïnvloed door de insolventiewetgeving. Een
debiteurvriendelijke (‘debtor friendly’) benadering stimuleert het ondernemerschap, maar
kan vermogensverschaffers huiverig maken om vermogen te verstrekken als zij bij een
faillissement gedwongen worden om voortzetting van een onderneming te faciliteren.
Hierdoor kunnen de vermogenskosten omhoog gaan. Een crediteurvriendelijke (‘creditor
friendly’) benadering kan het ondernemerschap ontmoedigen omdat de kans groter is dat
een ondernemer bij insolventie “alles kwijt raakt”. Omdat de rechten van de schuldeisers in
deze benadering voorop worden gesteld, is de kans dat zij gedwongen zijn mee te werken
aan een doorstart verminderd. Deze sterkere rechten kunnen leiden tot lagere
vermogenskosten.

10. Welke aspecten spelen een rol bij de ex post efficiency beoordeling van faillissementsrecht?
 De mate waarin het gedrag van stakeholders wordt beïnvloed op het moment dat een
onderneming (bijna) in financiële moeilijkheden is gekomen. Een debiteurvriendelijke
insolventiewetgeving leidt waarschijnlijk tot het eerder aanhangig maken van de financiële
problemen. Een crediteurvriendelijke insolventiewetgeving zorgt voor een hardere opstelling
van crediteuren waarbij levensvatbare bedrijven weinig ruimte wordt geboden om te zoeken
naar oplossingen, daardoor probeert de schuldenaar betalingsproblemen te verdoezelen wat
de problemen kan verergeren.

11. Waarom botsen ex ante en ex post efficiency beoordeling van faillissementsrecht?
 Ex ante is voor de schuldeisers een sterke positie aan te bevelen omdat daardoor de
vermogenskosten lager kunnen zijn. Ex post kan dat echter leiden tot een te harde opstelling
en waardevernietiging. Het aanbrengen van een rangorde in de schuldeisers (met

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Notarieelrechtenstudent Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
44
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
20
Documenten
107
Laatst verkocht
7 maanden geleden
Notarieel recht - bachelor jaar 3 en master

Bekijk vooral eens mijn gemaakte bundels!

3,5

4 beoordelingen

5
0
4
3
3
0
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen