Hoofdstuk 1: chemisch rekenen
1.1 Atoombouw en periodiek systeem
De ontwikkeling van het atoommodel
1. Demokritos (450 v.Chr) —> hij ontdekte dat je materie niet eindeloos kan delen, het kleinste
deeltje noemde hij atoom (van atomos = ondeelbaar)
2. Dalton (1808) —> hij spreekt over harde, ondeelbare ronde deeltjes
3. Thomson (1897) —> hij ontdekt het elektron (-)
4. Rutherford (1911) —> hij ontdekt dat een atoom bestaat uit een positieve kern met een
negatief geladen elektronenwolk
5. Bohr (1914) —> verfijnde het model met elektronenschillen, hoe verder een schil van de kern
ligt hoe meer elektronen hij kan bevatten —> atoom Bohrium (Bh) is naar hem vernoemd.
Schil Elektronen
K 2
L 8
M 18
6. Chadwick —> ontdekte het neutron en daarmee was het atoommodel compleet
Deeltje Plaats Lading (e) Massa (u)
Proton (P+) Atoomkern 1+ 1,0073
Neutron (n) Atoomkern 0 1,0087
Elektron (e-) Elektronenwolk 1- 0,00055
Eenheid lading = coulomb
Atoomnummer = aantal protonen (+) = aantal elektronen (-)
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
Isotoop = atomen met het zelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen —>
massagetal is anders
Atomaire massa-eenheid u —> tabel 7B
Relatieve atoommassa A —> een gewogen gemiddelde van de atoommassa’s van verschikkende
isotopen —> 25A
Mendelejev bracht ordening in de elementen en zijn periodiek systeem (tabel 99) werd wereldwijd
aanvaard
Perioden = atoomnummer op volgorde gerangschikt
Groep = kolom met vergelijkbare eigenschappen
Valentie-elektronen = het aantal elektronen in de buitenste schil, dit bepaald de eigenschappen
Elektronenconfiguratie = verdeling van de elektronen over de schil
1.1 Atoombouw en periodiek systeem
De ontwikkeling van het atoommodel
1. Demokritos (450 v.Chr) —> hij ontdekte dat je materie niet eindeloos kan delen, het kleinste
deeltje noemde hij atoom (van atomos = ondeelbaar)
2. Dalton (1808) —> hij spreekt over harde, ondeelbare ronde deeltjes
3. Thomson (1897) —> hij ontdekt het elektron (-)
4. Rutherford (1911) —> hij ontdekt dat een atoom bestaat uit een positieve kern met een
negatief geladen elektronenwolk
5. Bohr (1914) —> verfijnde het model met elektronenschillen, hoe verder een schil van de kern
ligt hoe meer elektronen hij kan bevatten —> atoom Bohrium (Bh) is naar hem vernoemd.
Schil Elektronen
K 2
L 8
M 18
6. Chadwick —> ontdekte het neutron en daarmee was het atoommodel compleet
Deeltje Plaats Lading (e) Massa (u)
Proton (P+) Atoomkern 1+ 1,0073
Neutron (n) Atoomkern 0 1,0087
Elektron (e-) Elektronenwolk 1- 0,00055
Eenheid lading = coulomb
Atoomnummer = aantal protonen (+) = aantal elektronen (-)
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
Isotoop = atomen met het zelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen —>
massagetal is anders
Atomaire massa-eenheid u —> tabel 7B
Relatieve atoommassa A —> een gewogen gemiddelde van de atoommassa’s van verschikkende
isotopen —> 25A
Mendelejev bracht ordening in de elementen en zijn periodiek systeem (tabel 99) werd wereldwijd
aanvaard
Perioden = atoomnummer op volgorde gerangschikt
Groep = kolom met vergelijkbare eigenschappen
Valentie-elektronen = het aantal elektronen in de buitenste schil, dit bepaald de eigenschappen
Elektronenconfiguratie = verdeling van de elektronen over de schil