1. Piaget onderscheidde drie mechanismen waarmee kennis vergaard wordt: assimilatie,
accommodatie en equilibratie. Welke van deze beweringen is juist?
1. assimilatie gaat over het onderhouden van kennis doordat de
verwachtingen van de omgeving in verhouding staan tot wat het kind kan.
2. equilibratie gaat over het toepassen van opgedane kennis en vaardigheden
in een nieuwe situatie
3. accommodatie gaat over het veranderen van denken en gedrag om daarmee
effectiever te kunnen functioneren
a. alle drie de beweringen zijn juist
b. alleen 2 en 3 zijn juist
c. alle drie zijn onjuist
d. alleen 3 is juist
2. Baby’s van een jaar oud hebben secundaire circulaire reacties (b.v. slaan op een
rammelaar) maar zijn zich hier nog niet bewust van. Daarom gooien ze de rammelaar ook
nog op de grond.
a. nee, dit kopt niet. Baby’s van een jaar gooien nog geen speelgoed op de grond.
b. ja, dit klopt.
c. nee, dit klopt niet. Baby’s van een jaar slaan al bewust op een rammelaar.
d. ja dit hoort bij baby’s van een jaar, maar dit noemen we tertiaire circulaire reacties
3. Kinderen in de leeftijd van 2-7 jaar hebben het idee dat alles door de mens is
gemaakt. En dat fenomeen noemen we:
a. animisme
b. artificalisme
c. realisme
, 4. Een kind ontwikkelt zich door interactie met volwassenen, dit is een theorie van
a. Piaget
b. Vygotsky
c. Eriksson
5. Freud kende verschillende stadia in de ontwikkeling: orale fase – anale fase –
fallische fase-genitale fase. Welke fase ontbreekt?
a. ego
b. latentie
c. regressie
6. De klassieke conditionering staat in het teken van:
a. het conditioneren van reflexen
b. het ontwikkelen van nieuw gedrag
c. het veranderen van aangeleerd gedrag
7. Als baby’s slapen bestaat de helft van deze slaap uit de actieve (REM) slaap. Dit
wordt ook wel de actieve slaap genoemd. Bij volwassenen is de REM slaap nog maar 20%
van de slaapfase.
a. dit is niet juist, baby’s hebben maar 10% remslaap tijdens een slaapfase
b. dit is niet juist, de REM fase neemt toe naarmate een mens ouder wordt
c. dit is niet juist, baby’s hebben – in tegenstelling tot volwassenen- geen REM slaap
d. dit is juist, naarmate we ouder worden neemt de REM slaap af.
8. Een slaapcyclus van een volwassen mens duurt ca. 90 minuten. Vanaf welke leeftijd
heeft een kind ongeveer dezelfde slaapcyclus?
a. vanaf een jaar
b. vanaf 5 jaar
c. pas vanaf de pubertijd
d. vanaf 3 jaar