Leerdoelen Verbintenissenrecht 2
Week 1 > Onrechtmatige daad
Schuldaansprakelijkheid onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Gevaarzetting (Kelderluik-arrest)
Week 2 > Sport- en spel aansprakelijkheid
Sport- en spel aansprakelijkheid
Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel
Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW)
Week 3 > Kwalitatieve aansprakelijkheid en productaansprakelijkheid
Kwalitatieve aansprakelijkheid
aansprakelijkheid voor kinderen, ondergeschikten, gebrekkige zaken, opstal en dieren
Productaansprakelijkheid (art. 6:185 BW)
Week 4 > Verkeersaansprakelijkheid
Verkeersaansprakelijkheid (art. 185 WVW)
Overmacht
Eigen schuld (art. 6:101 BW)
Regres
Reflexwerking
Week 5 > Schade
Soorten schade
Concrete- en abstracte schadeberekening
Smartengeld (art. 6:106 BW)
shockschade
affectieschade
Overlijdensschade
Week 6 > Verbintenissen uit rechtmatige daad
Zaakwaarneming (art. 6:198 BW)
Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW)
Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
Verjaring en verval
Stuiting
1
,Leerdoelen K3 Verbintenissenrecht 2
Week 1
Literatuur: Hartlief e.a. H1 en 2 m.u.v. paragraaf 2.4.3.
· In casuïstiek gemotiveerd aangeven of sprake is van aansprakelijkheid uit onrechtmatige
daad;
Er zijn een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te kunnen spreken van
een onrechtmatige daad o.g.v. art. 6:162 BW.
1. Is er een daad/gedraging? (daad)
Een actieve of passieve gedraging (doen/nalaten)
Vb. Anne bekrast de auto van Fleur.
Een gemeente laat na om een wegdek te repareren.
2. Is deze daad/gedraging onrechtmatig? (onrechtmatigheid) > art. 6:162 lid 2 BW
Inbreuk op een recht (subjectief recht) > het gaat om een inbreuk op
persoonlijkheidsrechten (vb. lichamelijke integriteit, recht op leven, recht op
privacy) en absolute vermogensrechten (eigendomsrecht, auteursrecht,
octrooirecht).
Vb. Jurisprudentie: Het Zwiepende tak-arrest
Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (vb. het schenden van een
strafrechtelijke norm, art. 300 Sr)
Doen of nalaten in strijd met de
maatschappelijke betamelijkheid/zorgvuldigheid (zoals het behoort te zijn)
3. Is er geen rechtvaardigingsgrond aanwezig? (rechtvaardigingsgrond) (art. 6:162 lid 2
BW)
Overmacht (in de zin van noodtoestand) (art. 40 Sr)
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr)
Wettelijk voorschrift/bevel (art. 42 BW)
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 BW)
Toestemming benadeelde
Indien er sprake is van een rechtvaardigingsgrond, dan is de daad niet
onrechtmatig!!
4. Is de daad/gedraging toerekenbaar aan de dader? (toerekenbaarheid)
Art. 6:162 lid 3 BW, toerekenbaar op grond van:
Schuld (van de dader)
> Als schulduitsluitingsgrond aanwezig is, dan géén schuld:
Ontoerekeningsvatbaarheid, overmacht, noodweerexces, uitvoering van een
wettelijk voorschrift, bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
De wet (art. 6:165 lid 1 BW)
Verkeersopvattingen
Vb. Jurisprudentie: Meppelse-ree-arrest
5. Is er schade ontstaan? (schade)
2 vormen van schade: art. 6:95 BW
Vermogensschade (art. 6:96 BW) > materiële schade (geld)
Geleden verlies, gederfde winst
Ander nadeel (art. 6:106 BW) immateriële schade (letsel, verdriet)
Begroting door rechter (art. 6:97 BW)
Eigen schuld (art. 6:101 BW)
6. Bestaat er een causaal verband tussen de daad/gedraging en de schade? (causaliteit)
> ‘Dientengevolge’ (art. 6:162 lid 1 BW)
2
, Was de schade ook ingetreden indien de onrechtmatige daad achterwege was
gebleven? = ‘Conditio sine qua non’
Vb. Daan heeft een scooter, die door Sven in brand wordt gestoken. De scooter
is total loss. Enkele uren later botst Thom met zijn auto op het verkoolde wrak
van de scooter waardoor de scooter ook total loss zou zijn geraakt.
7. Relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW) > de geschonden norm moet strekken tot de
bescherming tegen schade zoals de benadeelde die heeft geleden.
Strekt de geschonden norm, tot de bescherming van de
benadeelde, die de onrechtmatige daad heeft ingesteld?
1. Beschermt norm de benadeelde?
2. Beschermt norm tegen deze schade?
3. Valt de wijze waarop de schade is ontstaan onder de
strekking van de norm?
> Vb. Jurisprudentie waarin niet was voldaan aan het
relativiteitsvereiste: Het Tandarts-arrest
---------------------------------------------------------------
--------------
Bij onrechtmatige daad zijn 2 fasen te onderscheiden:
Vestigingsfase: de vestiging van de aansprakelijkheid. Dit ziet toe op de vraag of er
überhaupt sprake is van een onrechtmatige daad (causaal verband)
Omvangsfase: Dit ziet toe op de discussie met betrekking tot de omvang van de schade
die geclaimd wordt die is ontstaan door de onrechtmatige daad.
Er is hier dan als sprake van een onrechtmatige daad.
> De leer van de redelijke toerekening (art. 6:98 BW)
Een gelaedeerde is de benadeelde/slachtoffer
Een laedens is de schadeveroorzaker.
· Aan de hand van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria het leerstuk gevaarzetting
uitleggen en toepassen;
> Bij gevaarzetting gaat het om het creëren van een gevaar en het in stand houden van het
gevaar.
Kelderluik-arrest > Sjouwerman, een medewerker van de Coca-Cola Corporation, heeft bij
het afleveren van frisdrank in een café in A’dam, een kelderluik open laten
staan. Mathieu Duchateau die het café bezocht, viel op weg naar het toilet in het kelderluik
en liep daarbij ernstige verwondingen op. Op grond van dit voorval
heeft Duchateau vergoeding van de door hem geleden schade gevorderd.
Het hof en Hoge raad zijn van mening dat de aansprakelijkheid bij Coca-Cola ligt.
Sjouwerman heeft onzorgvuldig gehandeld door het kelderluik open te laten staan. Voorts
heeft hij niet voldoende maatregelen getroffen om de toegang tot de toiletten geheel af te
sluiten. Hij heeft daarom onrechtmatig gehandeld.
De Hoge Raad hanteert 4 criteria/gezichtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van
aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad bij gevaarzetting:
3
Week 1 > Onrechtmatige daad
Schuldaansprakelijkheid onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
Gevaarzetting (Kelderluik-arrest)
Week 2 > Sport- en spel aansprakelijkheid
Sport- en spel aansprakelijkheid
Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel
Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW)
Week 3 > Kwalitatieve aansprakelijkheid en productaansprakelijkheid
Kwalitatieve aansprakelijkheid
aansprakelijkheid voor kinderen, ondergeschikten, gebrekkige zaken, opstal en dieren
Productaansprakelijkheid (art. 6:185 BW)
Week 4 > Verkeersaansprakelijkheid
Verkeersaansprakelijkheid (art. 185 WVW)
Overmacht
Eigen schuld (art. 6:101 BW)
Regres
Reflexwerking
Week 5 > Schade
Soorten schade
Concrete- en abstracte schadeberekening
Smartengeld (art. 6:106 BW)
shockschade
affectieschade
Overlijdensschade
Week 6 > Verbintenissen uit rechtmatige daad
Zaakwaarneming (art. 6:198 BW)
Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW)
Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
Verjaring en verval
Stuiting
1
,Leerdoelen K3 Verbintenissenrecht 2
Week 1
Literatuur: Hartlief e.a. H1 en 2 m.u.v. paragraaf 2.4.3.
· In casuïstiek gemotiveerd aangeven of sprake is van aansprakelijkheid uit onrechtmatige
daad;
Er zijn een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te kunnen spreken van
een onrechtmatige daad o.g.v. art. 6:162 BW.
1. Is er een daad/gedraging? (daad)
Een actieve of passieve gedraging (doen/nalaten)
Vb. Anne bekrast de auto van Fleur.
Een gemeente laat na om een wegdek te repareren.
2. Is deze daad/gedraging onrechtmatig? (onrechtmatigheid) > art. 6:162 lid 2 BW
Inbreuk op een recht (subjectief recht) > het gaat om een inbreuk op
persoonlijkheidsrechten (vb. lichamelijke integriteit, recht op leven, recht op
privacy) en absolute vermogensrechten (eigendomsrecht, auteursrecht,
octrooirecht).
Vb. Jurisprudentie: Het Zwiepende tak-arrest
Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (vb. het schenden van een
strafrechtelijke norm, art. 300 Sr)
Doen of nalaten in strijd met de
maatschappelijke betamelijkheid/zorgvuldigheid (zoals het behoort te zijn)
3. Is er geen rechtvaardigingsgrond aanwezig? (rechtvaardigingsgrond) (art. 6:162 lid 2
BW)
Overmacht (in de zin van noodtoestand) (art. 40 Sr)
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr)
Wettelijk voorschrift/bevel (art. 42 BW)
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 BW)
Toestemming benadeelde
Indien er sprake is van een rechtvaardigingsgrond, dan is de daad niet
onrechtmatig!!
4. Is de daad/gedraging toerekenbaar aan de dader? (toerekenbaarheid)
Art. 6:162 lid 3 BW, toerekenbaar op grond van:
Schuld (van de dader)
> Als schulduitsluitingsgrond aanwezig is, dan géén schuld:
Ontoerekeningsvatbaarheid, overmacht, noodweerexces, uitvoering van een
wettelijk voorschrift, bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
De wet (art. 6:165 lid 1 BW)
Verkeersopvattingen
Vb. Jurisprudentie: Meppelse-ree-arrest
5. Is er schade ontstaan? (schade)
2 vormen van schade: art. 6:95 BW
Vermogensschade (art. 6:96 BW) > materiële schade (geld)
Geleden verlies, gederfde winst
Ander nadeel (art. 6:106 BW) immateriële schade (letsel, verdriet)
Begroting door rechter (art. 6:97 BW)
Eigen schuld (art. 6:101 BW)
6. Bestaat er een causaal verband tussen de daad/gedraging en de schade? (causaliteit)
> ‘Dientengevolge’ (art. 6:162 lid 1 BW)
2
, Was de schade ook ingetreden indien de onrechtmatige daad achterwege was
gebleven? = ‘Conditio sine qua non’
Vb. Daan heeft een scooter, die door Sven in brand wordt gestoken. De scooter
is total loss. Enkele uren later botst Thom met zijn auto op het verkoolde wrak
van de scooter waardoor de scooter ook total loss zou zijn geraakt.
7. Relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW) > de geschonden norm moet strekken tot de
bescherming tegen schade zoals de benadeelde die heeft geleden.
Strekt de geschonden norm, tot de bescherming van de
benadeelde, die de onrechtmatige daad heeft ingesteld?
1. Beschermt norm de benadeelde?
2. Beschermt norm tegen deze schade?
3. Valt de wijze waarop de schade is ontstaan onder de
strekking van de norm?
> Vb. Jurisprudentie waarin niet was voldaan aan het
relativiteitsvereiste: Het Tandarts-arrest
---------------------------------------------------------------
--------------
Bij onrechtmatige daad zijn 2 fasen te onderscheiden:
Vestigingsfase: de vestiging van de aansprakelijkheid. Dit ziet toe op de vraag of er
überhaupt sprake is van een onrechtmatige daad (causaal verband)
Omvangsfase: Dit ziet toe op de discussie met betrekking tot de omvang van de schade
die geclaimd wordt die is ontstaan door de onrechtmatige daad.
Er is hier dan als sprake van een onrechtmatige daad.
> De leer van de redelijke toerekening (art. 6:98 BW)
Een gelaedeerde is de benadeelde/slachtoffer
Een laedens is de schadeveroorzaker.
· Aan de hand van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria het leerstuk gevaarzetting
uitleggen en toepassen;
> Bij gevaarzetting gaat het om het creëren van een gevaar en het in stand houden van het
gevaar.
Kelderluik-arrest > Sjouwerman, een medewerker van de Coca-Cola Corporation, heeft bij
het afleveren van frisdrank in een café in A’dam, een kelderluik open laten
staan. Mathieu Duchateau die het café bezocht, viel op weg naar het toilet in het kelderluik
en liep daarbij ernstige verwondingen op. Op grond van dit voorval
heeft Duchateau vergoeding van de door hem geleden schade gevorderd.
Het hof en Hoge raad zijn van mening dat de aansprakelijkheid bij Coca-Cola ligt.
Sjouwerman heeft onzorgvuldig gehandeld door het kelderluik open te laten staan. Voorts
heeft hij niet voldoende maatregelen getroffen om de toegang tot de toiletten geheel af te
sluiten. Hij heeft daarom onrechtmatig gehandeld.
De Hoge Raad hanteert 4 criteria/gezichtspunten die van belang zijn bij de beoordeling van
aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad bij gevaarzetting:
3