, Wervelkolom, hoofd, hals en nek / thorax
Processus mastoideus = Uitsteeksel onder het oor. Vanaf de oorlel naar achter
palperen.
- Protuberantia occipitalis externa = Botpunt achterop het hoofd. Vanaf de vertebra
craniaal palperen.
- Lig. Nuchae = Ligament dat over de vertebrae cervucales loopt. Zorg voor flexie van
de nek.
- Vertebra c7 = 7e wervelkolom, palpeerbaar in de nek als eerste uitstekende wervel, te
controleren door het hoofd naar voren te buigen zodat de wervel meer zichtbaar
wordt.
- Processus spinosi T3/4 = Als je de spina scapulae mediaal palpeert kom je uit op
t3/4.
- T7 = Als je de angulus inferior scapulae volgt kom je uit op de T7
- T12 = Te voelen via de costa 12
- L4 = Te voelen wanneer je de crista illiaca palpeert vanuit lateraal naar mediaal
- L5 = Palperen vanaf de sips vanaf lateraal naar mediaal.
- Costa 6 tm 12 = De 12e costa is de ondersta rib, samen met de 11e rib zijn deze
zwevend. Wanneer die is gevonden kan je simpelweg de ribben tellen.
- Costa VI-XII; alle ribben
- Arcus costalis = De ribbenboog die wordt gevormd voor de laatste (niet zwevende)
ribben.
- Os pubis/symphis pubica = Schaambeen/ schaambeenvoeg
- Lig. Inguinale = Liesband o; sias i:tuberculum pubicum
- Tuberculum pubicum = Binnenste punten van het schaambeen. lokaliseren
Bekken/heup, bovenbeen/knie, onderbeen/enkel en voet
- Crista illiaca = Bovenste rand v.d. bekken
- Os illium = Het darmbeen. Buitenste vleugel van het bekken, cristia illiaca is daar de
rand van.
- Spina iliaca anterior superior (SIAS) = De voorste twee botpunten van het bekken
(landmark). Origo van de m. sartorius en de m. fasciae latae.
- Spina iliaca anterior inferior (SIAI) = Twee botpunten in het bekken onder de sias,
niet goed te palperen. Origo van de m. rectus femoris.
- Spina iliaca posterios superior (SIPS) = Achterste twee punten van het bekken. Te
palperen vanuit de kuiltjes naar lateraal caudaal. (Landmark)
- Os sacrum = Het gehele staartbeen. Begint onder de L5 (te palperen via sips) en
eindigt op het stuitje.
- M. Gluteus maximus: o: os sacrum, os illium. i: via tuberositas glutea naar tractus
iliotibialis naar codylus lateralis tibiae.
- M.sartorius: o: SIAS, i: pes anserineus
- Tractus illiotibialis (pees) o: distale deel tensor fascia latae.
- M. iliopsoas: O; TH12/L4, i: trochanter minor
- .