Samenvatting tentamens
‘Ethiek in sociaalagogische beroepen’
Morele en ethische dilemma’s
Morele vragen = Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop
mensen zouden moeten leven
Morele opvattingen = Morele opvattingen zijn een antwoord op de vraag hoe men zich als
mens goed en verantwoordelijk kan gedragen
Bij moraal gaat het over waarden en normen. Dat zijn opvattingen over wat waardevol is
in het leven. Waarden en normen zijn verbonden aan idealen over hoe het leven zou
moeten zijn
Moraal kan gebaseerd zijn op intuïtie, emoties, of rationele overwegingen. Moreel gedrag
kan deels ook verklaard worden vanuit biologische processen en evolutie
Vijf verschillende moralen:
- De hechtingsmoraal:
Regelt hoe we omgaan met mensen en met wie we verbonden zijn. Gaat over hechting
en empathie
- De geweldmoraal:
Regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan. Geweld wordt gezien als immoreel
- De reinigingsmoraal:
Regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het kwaad
- De samenwerkingsmoraal:
Manier waarop mensen met elkaar samenwerken en waarop ze omgaan met mensen die
de samenwerking bedreigen
- De beginselenmoraal:
Het enige moraal van de vijf die niet instinctief is. Mensen zoeken naar redelijke
argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is
Microniveau = Morele vragen over manier waarop je van mens tot mens met elkaar om
zou moeten gaan (omgang menselijke relaties)
Mesoniveau = Morele keuzes onder visie van de instelling (omgang instelling)
Macroniveau = Morele opvattingen over de manier waarop de samenleving moet worden
ingericht (omgang politieke keuzes)
Ethisch dilemma = Een dilemma waarbij je uit twee alternatieven moet kiezen, die beide
te maken hebben met waarden en normen. Je moet dus handelen, je kunt het probleem
niet laten rusten
Methodische vraag = De vraag hoe iets aangepakt moet worden
Verschillende redenen waarom het belangrijk is morele problemen op een relationele
manier te analyseren en waarom het nuttig is om daar met anderen een argumentatieve
discussie over te voeren:
Een social worker moet kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde keuzes
maakt
, Morele problemen zijn vak te complex om alleen op te lossen
Argumentieve discussie = Een gesprek waarbij alle gespreksdeelnemers open en
gelijkwaardig willen overleggen over wat de beste manier is om met een ethisch
probleem om te gaan
Er komen voorwaarden aan bod waaronder je een ethisch gesprek kunt voeren. Ten
eerste moet je de juiste grondhouding hebben die ‘open mindness’ wordt genoemd. Ten
tweede moet je drogredenen kunnen onderscheiden van echte argumenten. Ten slotte
moet je in een argumentatieve discussie natuurlijk argumenten aanvoeren
Stappenplan
Een stappenplan is een hulpmiddel om een concreet moreel probleem te analyseren en
daarbij zorgvuldig alle factoren tegen elkaar af te wegen. Je kunt alle argumenten dan
goed op een rijtje zetten:
De situatie
Morele problemen en dilemma’s
Handelingsalternatieven
Belangen
Waarden en normen
Beargumenteerde keuze voor een handelingsalternatief
De situatie
Voordat je de morele vraag kunt formuleren, moet je weten wat de situatie is. Gedachten
en gevoelens zijn belangrijk in de beoordeling van jouw situatie. Ze kunnen je op een
spoor zetten
Morele problemen en dilemma’s
Een stappenplan begint met een beschrijving van de situatie en de vragen die deze
situatie oproept. Als dit helder is, volgt stap twee: het vaststellen van het morele
probleem
Een morele keuze wordt pas echt lastig als er moet worden gekozen tussen twee
alternatieven, waarbij voor elk alternatief relevante zwaarwegende argumenten zijn aan
te voeren. Als er in een dergelijke situatie toch moet worden gekozen, noemen we dat
een dilemma. Er is sprake van een ethisch dilemma al er twee verschillende waarden met
elkaar in conflict zijn
Handelingsalternatieven
In een stappenplan gaat het uiteindelijk om de vraag wat je kunt doen. Het is belangrijk
om ook alternatieven te vermelden die je uiteindelijk niet kiest. Je dwingt jezelf dan na te
denken over de redenen waarom je deze mogelijkheid verwerpt (open mindedness)
Belangen
Bij een moreel probleem zijn verschillende partijen betrokken. Dit kunnen individuele
mensen zijn, maar ook organisaties of de maatschappij als geheel. Een belang is iets wat
belangrijk is voor de betrokkenen. We kunnen belangen indelen in verschillende niveaus:
Eigenbelang als egoïsme: op dit niveau kijkt de betrokkene alleen naar wat goed
voor hemzelf is
Welbegrepen eigen belang: op dit niveau kijkt de betrokkene verder. Hij handelt
niet impulsief, maar gebruikt zijn verstand. Welbegrepen eigenbelang is dat
iemand zo handelt dat hij daar op lange termijn baat bij heeft. Welbegrepen
‘Ethiek in sociaalagogische beroepen’
Morele en ethische dilemma’s
Morele vragen = Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop
mensen zouden moeten leven
Morele opvattingen = Morele opvattingen zijn een antwoord op de vraag hoe men zich als
mens goed en verantwoordelijk kan gedragen
Bij moraal gaat het over waarden en normen. Dat zijn opvattingen over wat waardevol is
in het leven. Waarden en normen zijn verbonden aan idealen over hoe het leven zou
moeten zijn
Moraal kan gebaseerd zijn op intuïtie, emoties, of rationele overwegingen. Moreel gedrag
kan deels ook verklaard worden vanuit biologische processen en evolutie
Vijf verschillende moralen:
- De hechtingsmoraal:
Regelt hoe we omgaan met mensen en met wie we verbonden zijn. Gaat over hechting
en empathie
- De geweldmoraal:
Regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan. Geweld wordt gezien als immoreel
- De reinigingsmoraal:
Regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het kwaad
- De samenwerkingsmoraal:
Manier waarop mensen met elkaar samenwerken en waarop ze omgaan met mensen die
de samenwerking bedreigen
- De beginselenmoraal:
Het enige moraal van de vijf die niet instinctief is. Mensen zoeken naar redelijke
argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is
Microniveau = Morele vragen over manier waarop je van mens tot mens met elkaar om
zou moeten gaan (omgang menselijke relaties)
Mesoniveau = Morele keuzes onder visie van de instelling (omgang instelling)
Macroniveau = Morele opvattingen over de manier waarop de samenleving moet worden
ingericht (omgang politieke keuzes)
Ethisch dilemma = Een dilemma waarbij je uit twee alternatieven moet kiezen, die beide
te maken hebben met waarden en normen. Je moet dus handelen, je kunt het probleem
niet laten rusten
Methodische vraag = De vraag hoe iets aangepakt moet worden
Verschillende redenen waarom het belangrijk is morele problemen op een relationele
manier te analyseren en waarom het nuttig is om daar met anderen een argumentatieve
discussie over te voeren:
Een social worker moet kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde keuzes
maakt
, Morele problemen zijn vak te complex om alleen op te lossen
Argumentieve discussie = Een gesprek waarbij alle gespreksdeelnemers open en
gelijkwaardig willen overleggen over wat de beste manier is om met een ethisch
probleem om te gaan
Er komen voorwaarden aan bod waaronder je een ethisch gesprek kunt voeren. Ten
eerste moet je de juiste grondhouding hebben die ‘open mindness’ wordt genoemd. Ten
tweede moet je drogredenen kunnen onderscheiden van echte argumenten. Ten slotte
moet je in een argumentatieve discussie natuurlijk argumenten aanvoeren
Stappenplan
Een stappenplan is een hulpmiddel om een concreet moreel probleem te analyseren en
daarbij zorgvuldig alle factoren tegen elkaar af te wegen. Je kunt alle argumenten dan
goed op een rijtje zetten:
De situatie
Morele problemen en dilemma’s
Handelingsalternatieven
Belangen
Waarden en normen
Beargumenteerde keuze voor een handelingsalternatief
De situatie
Voordat je de morele vraag kunt formuleren, moet je weten wat de situatie is. Gedachten
en gevoelens zijn belangrijk in de beoordeling van jouw situatie. Ze kunnen je op een
spoor zetten
Morele problemen en dilemma’s
Een stappenplan begint met een beschrijving van de situatie en de vragen die deze
situatie oproept. Als dit helder is, volgt stap twee: het vaststellen van het morele
probleem
Een morele keuze wordt pas echt lastig als er moet worden gekozen tussen twee
alternatieven, waarbij voor elk alternatief relevante zwaarwegende argumenten zijn aan
te voeren. Als er in een dergelijke situatie toch moet worden gekozen, noemen we dat
een dilemma. Er is sprake van een ethisch dilemma al er twee verschillende waarden met
elkaar in conflict zijn
Handelingsalternatieven
In een stappenplan gaat het uiteindelijk om de vraag wat je kunt doen. Het is belangrijk
om ook alternatieven te vermelden die je uiteindelijk niet kiest. Je dwingt jezelf dan na te
denken over de redenen waarom je deze mogelijkheid verwerpt (open mindedness)
Belangen
Bij een moreel probleem zijn verschillende partijen betrokken. Dit kunnen individuele
mensen zijn, maar ook organisaties of de maatschappij als geheel. Een belang is iets wat
belangrijk is voor de betrokkenen. We kunnen belangen indelen in verschillende niveaus:
Eigenbelang als egoïsme: op dit niveau kijkt de betrokkene alleen naar wat goed
voor hemzelf is
Welbegrepen eigen belang: op dit niveau kijkt de betrokkene verder. Hij handelt
niet impulsief, maar gebruikt zijn verstand. Welbegrepen eigenbelang is dat
iemand zo handelt dat hij daar op lange termijn baat bij heeft. Welbegrepen