Maw tw 1 v6
Politiek
Politiek: gezaghebbende toedeling van waarden (waarden vastgelegd in wetten) en
belangen (geldverdeling)/strijd over wie wat krijgt
Kenmerken politiek:
- Polity: taakverdeling (gespecialiseerde + gezaghebbende overheidsinstellingen,
structuren en organisaties)
- Politics: machtsstrijd
- Conflicten oplossen
- Waardevolle zaken verdelen
- Beslissingen nemen
- Policy: beleid over hoe de samenleving moet zijn:
- Een doel halen
- Met middelen
- Voor een bepaalde tijd
Nederlands beleid:
- Poldermodel compromissen
- Maakbaarheid: ervan uitgaan dat alles in de samenleving goed kan verlopen, als er
maar het jusite beleid is
Overheid:
- Regering: koning + ministers
- Kabinet: ministers + staatssecretarissen (bvb minister v financiën en staatssecretaris
van belastingen)
- Parlement
- Tweede kamer (150 zetels)
- Coalitie/meerderheidskabinet (76 zetels)
- VVD
- D66
- CDA
- CU
- Oppositie (74 zetels)
- Eerste kamer (75 zetels)
Trias politica
- Wetgevend = kabinet + parlement
- Rechterlijk = onafhankelijke, levenslange rechters
- Uitvoerend = kabinet (vooral ministers)
*controlerend taak van parlement uitvoerende macht (kabinet) controleren
- 4e macht: ambtenaren (beleidsvoorbereiding + uitvoering)
- 5e macht: massamedia (bepaalt politieke agenda)
- Publiek: overheid betaald (NPO 1 2 3)
- Commercieel: marktwerking (RTL 4, SBS 6)
- Traditioneel (radio, tv, krant)
- Nieuwe media (social media)
Ontzuiling: uit zuilen stappen
Infotainment: nieuws op een humoristische manier weergeven (Lubach)
Mediahype: als het in de media veel over 1 onderwerp gaat, zonder dat er nieuwe
informatie bijkomt (vriezen Elfstedentocht)
1
, Framing: een boodschap vanuit een perspectief of kader presenteren om zo het
publiek te overtuigen
Priming: zorgen dat je eigenaar wordt van een onderwerp en mensen bij een
bepaald onderwerp direct aan jou denken. Dit kan door jezelf als expert te
presenteren met de beste oplossing.
- 6e macht: externe adviseurs
Ideologie ontideologisering (individualisering)
Wetvorming: minister/2e kamerlid heeft wetsvoorstel raad van staten 2e 1e kamer
Parlementaire democratie: parlement heeft laatste woord bij wetgeving en moet steun geven
voor uitvoerende macht (kunnen ministers afzetten)
Vereisten democratie:
- Gekozen volksvertegenwoordigers controleren regering
- Vrije, eerlijke, regelmatige verkiezingen
- Vrijheid van meningsuiting
- Vrijheid van vereniging
- Toegang tot onafhankelijke informatiebronnen, geen censuur, geen monopolie voor
staatsmedia
- Inclusief burgerschap
Stelsel van evenredige vertegenwoordiging: alle stemmen worden evenredig verdeeld over
het aantal uitgebrachte stemmen
- Voordelen: veel keuze, elke stem telt even vaak mee
- Nadelen: coalitievorming, veel partijen lange vergaderingen
Hoofdstromingen politieke partijen:
- Liberalisme
- Individuele rechten en vrijheden
- Vrijemarkteconomie
- Particulier initiatief
- Zo min mogelijk overheidsbemoeienis
- Eigen verantwoordelijkheid
- EU is goed voor veiligheid en economie
- Duurzaamheid = investeren in technologische vooruitgang
- Confessionalisme
- Christelijke waarden
- Naastenliefde
- Rentmeesterschap
- Gespreide verantwoordelijkheid
- Pro EU
- Beslissingen dicht bij de burger (decentralisatie)
- Socialisme
- Gelijkwaardigheid
- Tegen sociale ongelijkheid
- Sterke rol overheid
- Overheid moet beschermen tegen negatieve gevolgen mondialisering,
economische ontwikkeling
- Duurzame economie
- Mensenrechten
- Eigen cultuur
2
, Stro Partij Politieke richting Voor wie? Standpuntjes
ming
Lib. VVD Rechts +- Ondernemers Pro EU (tegen Hard tegen
conservatief zeggenschap criminaliteit
opgeven)
D66 Midden/links, heel Onderwijs Pro EU Democratische
progressief vernieuwing
Con. CDA Rechts, minst Maatschappelijk Inkomensafhanke Sociale zekerheid
conservatief middenveld lijke belastingen
CU Midden, Gezin + Niet tolerant Bijbel
conservatief kinderen
SGP Rechts, heeel Zwakken Zondag = rustdag Vrouw thuis
conservatief
Soc. PvdA Links, progressief Zwakken Pro allochtonen Gelijke kansen
(sterkste
schouders
zwaarste last)
SP Linkser, Armen Veel belasting Gelijkheid voor
progressief rijken iedereen
Politieke partijen worden ingedeeld op:
- Links/midden/rechts
- Progressief/conservatief
- Internationalisme/nationalisme
- Postmaterialisme/materialisme
Functies politieke partijen:
- Rekrutering + selectie (burgemeesters etc.)
- Articulatie: dagelijks leven wetten
- Participatie: mensen laten deelnemen
- Aggregatie: afwegen van wensen, eisen, belangen/wensen gelijkstellen
- Communicatie: politiek burgers
Politieke cohesie: binding met de staat waarin men woont (je Nederlands voelen) en de
binding met de natie waartoe zij behoort (van Nederlanders houden)
Drietal probleemgebieden met betrekking tot politieke cohesie:
- Politieke betrokkenheid: kloof tussen burger en politiek (bij lokale verkiezingen is
opkomst laag, weinig mensen zijn lid van partijen)
- Bestuurlijke schaalvergroting: politiek op grotere schaal burgers raken los van
politici
- Gemankeerde communicatie: jargon in politiek
Legitimiteit politiek is wel goed: we vinden het goed hoe de politiek geregeld is
Representatie: vertegenwoordiging van een groep mensen in (politieke) organisaties door
één of enkele betrokkenen die namens de groep optreden
Representativiteit: de mate waarin de (politieke) besluiten, de standpunten of
achtergrondkenmerken van vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die ze
vertegenwoordigen
Drie visies op representativiteit:
- Afspiegelingsmodel: volksvertegenwoordiging moet lijken op samenstelling van het
volk
- Rolmodel: standpunten van volksvertegenwoordiging moet lijken op die van het volk
3
Politiek
Politiek: gezaghebbende toedeling van waarden (waarden vastgelegd in wetten) en
belangen (geldverdeling)/strijd over wie wat krijgt
Kenmerken politiek:
- Polity: taakverdeling (gespecialiseerde + gezaghebbende overheidsinstellingen,
structuren en organisaties)
- Politics: machtsstrijd
- Conflicten oplossen
- Waardevolle zaken verdelen
- Beslissingen nemen
- Policy: beleid over hoe de samenleving moet zijn:
- Een doel halen
- Met middelen
- Voor een bepaalde tijd
Nederlands beleid:
- Poldermodel compromissen
- Maakbaarheid: ervan uitgaan dat alles in de samenleving goed kan verlopen, als er
maar het jusite beleid is
Overheid:
- Regering: koning + ministers
- Kabinet: ministers + staatssecretarissen (bvb minister v financiën en staatssecretaris
van belastingen)
- Parlement
- Tweede kamer (150 zetels)
- Coalitie/meerderheidskabinet (76 zetels)
- VVD
- D66
- CDA
- CU
- Oppositie (74 zetels)
- Eerste kamer (75 zetels)
Trias politica
- Wetgevend = kabinet + parlement
- Rechterlijk = onafhankelijke, levenslange rechters
- Uitvoerend = kabinet (vooral ministers)
*controlerend taak van parlement uitvoerende macht (kabinet) controleren
- 4e macht: ambtenaren (beleidsvoorbereiding + uitvoering)
- 5e macht: massamedia (bepaalt politieke agenda)
- Publiek: overheid betaald (NPO 1 2 3)
- Commercieel: marktwerking (RTL 4, SBS 6)
- Traditioneel (radio, tv, krant)
- Nieuwe media (social media)
Ontzuiling: uit zuilen stappen
Infotainment: nieuws op een humoristische manier weergeven (Lubach)
Mediahype: als het in de media veel over 1 onderwerp gaat, zonder dat er nieuwe
informatie bijkomt (vriezen Elfstedentocht)
1
, Framing: een boodschap vanuit een perspectief of kader presenteren om zo het
publiek te overtuigen
Priming: zorgen dat je eigenaar wordt van een onderwerp en mensen bij een
bepaald onderwerp direct aan jou denken. Dit kan door jezelf als expert te
presenteren met de beste oplossing.
- 6e macht: externe adviseurs
Ideologie ontideologisering (individualisering)
Wetvorming: minister/2e kamerlid heeft wetsvoorstel raad van staten 2e 1e kamer
Parlementaire democratie: parlement heeft laatste woord bij wetgeving en moet steun geven
voor uitvoerende macht (kunnen ministers afzetten)
Vereisten democratie:
- Gekozen volksvertegenwoordigers controleren regering
- Vrije, eerlijke, regelmatige verkiezingen
- Vrijheid van meningsuiting
- Vrijheid van vereniging
- Toegang tot onafhankelijke informatiebronnen, geen censuur, geen monopolie voor
staatsmedia
- Inclusief burgerschap
Stelsel van evenredige vertegenwoordiging: alle stemmen worden evenredig verdeeld over
het aantal uitgebrachte stemmen
- Voordelen: veel keuze, elke stem telt even vaak mee
- Nadelen: coalitievorming, veel partijen lange vergaderingen
Hoofdstromingen politieke partijen:
- Liberalisme
- Individuele rechten en vrijheden
- Vrijemarkteconomie
- Particulier initiatief
- Zo min mogelijk overheidsbemoeienis
- Eigen verantwoordelijkheid
- EU is goed voor veiligheid en economie
- Duurzaamheid = investeren in technologische vooruitgang
- Confessionalisme
- Christelijke waarden
- Naastenliefde
- Rentmeesterschap
- Gespreide verantwoordelijkheid
- Pro EU
- Beslissingen dicht bij de burger (decentralisatie)
- Socialisme
- Gelijkwaardigheid
- Tegen sociale ongelijkheid
- Sterke rol overheid
- Overheid moet beschermen tegen negatieve gevolgen mondialisering,
economische ontwikkeling
- Duurzame economie
- Mensenrechten
- Eigen cultuur
2
, Stro Partij Politieke richting Voor wie? Standpuntjes
ming
Lib. VVD Rechts +- Ondernemers Pro EU (tegen Hard tegen
conservatief zeggenschap criminaliteit
opgeven)
D66 Midden/links, heel Onderwijs Pro EU Democratische
progressief vernieuwing
Con. CDA Rechts, minst Maatschappelijk Inkomensafhanke Sociale zekerheid
conservatief middenveld lijke belastingen
CU Midden, Gezin + Niet tolerant Bijbel
conservatief kinderen
SGP Rechts, heeel Zwakken Zondag = rustdag Vrouw thuis
conservatief
Soc. PvdA Links, progressief Zwakken Pro allochtonen Gelijke kansen
(sterkste
schouders
zwaarste last)
SP Linkser, Armen Veel belasting Gelijkheid voor
progressief rijken iedereen
Politieke partijen worden ingedeeld op:
- Links/midden/rechts
- Progressief/conservatief
- Internationalisme/nationalisme
- Postmaterialisme/materialisme
Functies politieke partijen:
- Rekrutering + selectie (burgemeesters etc.)
- Articulatie: dagelijks leven wetten
- Participatie: mensen laten deelnemen
- Aggregatie: afwegen van wensen, eisen, belangen/wensen gelijkstellen
- Communicatie: politiek burgers
Politieke cohesie: binding met de staat waarin men woont (je Nederlands voelen) en de
binding met de natie waartoe zij behoort (van Nederlanders houden)
Drietal probleemgebieden met betrekking tot politieke cohesie:
- Politieke betrokkenheid: kloof tussen burger en politiek (bij lokale verkiezingen is
opkomst laag, weinig mensen zijn lid van partijen)
- Bestuurlijke schaalvergroting: politiek op grotere schaal burgers raken los van
politici
- Gemankeerde communicatie: jargon in politiek
Legitimiteit politiek is wel goed: we vinden het goed hoe de politiek geregeld is
Representatie: vertegenwoordiging van een groep mensen in (politieke) organisaties door
één of enkele betrokkenen die namens de groep optreden
Representativiteit: de mate waarin de (politieke) besluiten, de standpunten of
achtergrondkenmerken van vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die ze
vertegenwoordigen
Drie visies op representativiteit:
- Afspiegelingsmodel: volksvertegenwoordiging moet lijken op samenstelling van het
volk
- Rolmodel: standpunten van volksvertegenwoordiging moet lijken op die van het volk
3