Sociale geografie:
Invalshoeken = Dimensies
4 verschillende invalshoeken:
- Politiek:
o De regeringsvorm
o Binnen- en buitenlandse conflicten
o Politieke samenwerkingsverbanden
o Handhaving van mensenrechten (Vrijheid van: Meningsuiting, Religie, Politieke
overtuiging en vrije verkiezingen)
o Militaire bondgenootschappen
- Economisch
o Economische ontwikkelingen
BNP per hoofd
Werkeloosheid
Import en export
Lid van economische samenwerkingsblokken
o Verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende sectoren.
o Centrum of perifeer land.
o Type van de economie
o Inkomensverdeling
- Sociaal-Cultureel:
o Godsdienst
o Taal
o Etniciteit
o Analfabetisme
o Onderwijs
- Natuur:
o Reliëf
o Klimaat
o Geologie
o Bodem
o Vegetatie
o Delfstoffen/ Energiebronnen
o Grondsoort en gesteente
o Vulkanisme en aardbevingen (Aardverschuivingen)
,Verschillende Schaalniveaus:
- Lokaal
- Regionaal
- Nationaal
- Internationaal
- Continentaal (zelfde als internationaal)
- Mondiaal
Sociaalgeografisch:
Heeft betrekking tot de mens, dit is officieel ook de economische-, politieke- en sociaal-culturele
dimensie, ook demografie hoort bij dit onderwerp
Fysisch geografisch
Heeft betrekking tot de natuur, kan gaan over alles wat er op de aarde gebeurt (gebergtes, klimaat,
boden, vulkanisme, zeestromen, rivieren).
Kan ook gezien worden als de natuurlijke dimensie
Ruimtelijk:
Heeft betrekking tot het aardoppervlak, zoals de spreiding over de aarde. Gaat over de inrichten van
gebieden, en de verandering van deze gebieden.
Demografisch:
Heeft betrekking tot de bevolking, het gaat over bevolkingsaantallen, de samenstelling en spreiding.
Absoluut en relatief
Absolute ligging – de exacte ligging tussen plaatsen of gebieden.
Relatieve ligging – de ligging ten op zichtte van andere plaatsen of gebieden.
Absolute afstand – De afstand (vaak hemelsbreed) over 2 gebieden (of plaatsen) in kilometers
Relatieve afstand - De afstand uitgedrukt in: Tijd, kosten en moeite. Slechte relatieve afstand is
bijvoorbeeld dat het veel tijd kost om ergens naartoe te gaan.
Absolute cijfers – Exacte getallen
Relatieve cijfers – Alles met percentages, (iets) per hoofd, per km 2 . Alle indexcijfers
, Arm en rijk H3+4
Economische kenmerken van een land:
- BNP/ BBP (= totale productie van goederen en diensten in 1 jaar tijd in een land
o BNP/ hoofd = indicator voor ontwikkeling
Maar:
In perifere landen missen statistieken vaak
Wisselkoersen kunnen variëren
Het is een gemiddelde, als er een kleine elite is kunnen de cijfers andere
beelden doen scheppen
Verschil in koopkracht
- Beroepsbevolking
o Primaire sector
Veel arbeidsintensief werk (Landbouw, mijnbouw) groot in perifere landen,
klein(ste) in centrumlanden
o Secundaire sector
Veel industrie, zet producten van primaire sector om in andere producten
o Tertiaire sector
Dienstverlening, in alle landsoorten groot
Perifere landen veel overheid werk
Centrumlanden veel dienstgerichter (Banken, Onderwijs, ICT)
Demografische kenmerken van een land:
- Bevolkingsdichtheid
- Bevolkingsspreiding
- Bevolkingsgroep
- Leeftijdsopbouw
o Piramide = Periferie, Hoog geboortecijfer: Veel jongeren, Weinig ouderen, Bevolking
groeit snel
o Granaat: Semiperiferie/ Centrum, Bevolking begint te stabiliseren.
o Urn: Centrum, Vergrijzing en krimp van bevolking
- Demografische druk
- Demografische transitie
Sociaal-culturele kenmerken van een land:
- Taal
- Godsdienst
- Analfabetisme
- Etniciteit
Invalshoeken = Dimensies
4 verschillende invalshoeken:
- Politiek:
o De regeringsvorm
o Binnen- en buitenlandse conflicten
o Politieke samenwerkingsverbanden
o Handhaving van mensenrechten (Vrijheid van: Meningsuiting, Religie, Politieke
overtuiging en vrije verkiezingen)
o Militaire bondgenootschappen
- Economisch
o Economische ontwikkelingen
BNP per hoofd
Werkeloosheid
Import en export
Lid van economische samenwerkingsblokken
o Verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende sectoren.
o Centrum of perifeer land.
o Type van de economie
o Inkomensverdeling
- Sociaal-Cultureel:
o Godsdienst
o Taal
o Etniciteit
o Analfabetisme
o Onderwijs
- Natuur:
o Reliëf
o Klimaat
o Geologie
o Bodem
o Vegetatie
o Delfstoffen/ Energiebronnen
o Grondsoort en gesteente
o Vulkanisme en aardbevingen (Aardverschuivingen)
,Verschillende Schaalniveaus:
- Lokaal
- Regionaal
- Nationaal
- Internationaal
- Continentaal (zelfde als internationaal)
- Mondiaal
Sociaalgeografisch:
Heeft betrekking tot de mens, dit is officieel ook de economische-, politieke- en sociaal-culturele
dimensie, ook demografie hoort bij dit onderwerp
Fysisch geografisch
Heeft betrekking tot de natuur, kan gaan over alles wat er op de aarde gebeurt (gebergtes, klimaat,
boden, vulkanisme, zeestromen, rivieren).
Kan ook gezien worden als de natuurlijke dimensie
Ruimtelijk:
Heeft betrekking tot het aardoppervlak, zoals de spreiding over de aarde. Gaat over de inrichten van
gebieden, en de verandering van deze gebieden.
Demografisch:
Heeft betrekking tot de bevolking, het gaat over bevolkingsaantallen, de samenstelling en spreiding.
Absoluut en relatief
Absolute ligging – de exacte ligging tussen plaatsen of gebieden.
Relatieve ligging – de ligging ten op zichtte van andere plaatsen of gebieden.
Absolute afstand – De afstand (vaak hemelsbreed) over 2 gebieden (of plaatsen) in kilometers
Relatieve afstand - De afstand uitgedrukt in: Tijd, kosten en moeite. Slechte relatieve afstand is
bijvoorbeeld dat het veel tijd kost om ergens naartoe te gaan.
Absolute cijfers – Exacte getallen
Relatieve cijfers – Alles met percentages, (iets) per hoofd, per km 2 . Alle indexcijfers
, Arm en rijk H3+4
Economische kenmerken van een land:
- BNP/ BBP (= totale productie van goederen en diensten in 1 jaar tijd in een land
o BNP/ hoofd = indicator voor ontwikkeling
Maar:
In perifere landen missen statistieken vaak
Wisselkoersen kunnen variëren
Het is een gemiddelde, als er een kleine elite is kunnen de cijfers andere
beelden doen scheppen
Verschil in koopkracht
- Beroepsbevolking
o Primaire sector
Veel arbeidsintensief werk (Landbouw, mijnbouw) groot in perifere landen,
klein(ste) in centrumlanden
o Secundaire sector
Veel industrie, zet producten van primaire sector om in andere producten
o Tertiaire sector
Dienstverlening, in alle landsoorten groot
Perifere landen veel overheid werk
Centrumlanden veel dienstgerichter (Banken, Onderwijs, ICT)
Demografische kenmerken van een land:
- Bevolkingsdichtheid
- Bevolkingsspreiding
- Bevolkingsgroep
- Leeftijdsopbouw
o Piramide = Periferie, Hoog geboortecijfer: Veel jongeren, Weinig ouderen, Bevolking
groeit snel
o Granaat: Semiperiferie/ Centrum, Bevolking begint te stabiliseren.
o Urn: Centrum, Vergrijzing en krimp van bevolking
- Demografische druk
- Demografische transitie
Sociaal-culturele kenmerken van een land:
- Taal
- Godsdienst
- Analfabetisme
- Etniciteit