Biologie voor jou: Thema 2: DNA
1 – bouw van DNA
In elke cel in je lichaam zit een celkern met desoxyribonucleïnezuur (DNA). Je DNA bevat al je
erfelijke eigenschappen. Het complete geheel aan informatie noem je het genoom. Bij
prokaryoten zit het DNA circulair los en bij eukaryoten zit het DNA in de celkern. Eukaryoten
hebben ook mtDNA van de mitochondriën wat onafhankelijk functioneert.
DNA is een nucloïdezuur. Het is namelijk opgebouwd uit nuclotiden. Deze bestaat uit een
dsoxyribose, de fosfaatgroep en de stikstofbasen (adenine A en thymine T, cytocine C en
guanine G). de stikstofbasen zitten steeds met een vaste combinatie aan elkaar. Als dat niet is
spreek je van enkelstrengs DNA. Dubbelstrengs DNA heeft een helixstructuur. Een gen is een
deel van een DNA-molecuul dat een code bevat waar ribosomen een of meer eiwitten van
kunnen maken. Bijna al het DNA is niet coderend. Het bestaat ook uit delen die hun functie
hebben verloren of een andere functie hebben
2 – DNA-replicatie
Het kopiëren van DNA heer replicatie. De verbinding
verbreekt en het enzym DNA-polymerase verbind de losse
nucleotiden in het kernplasma weer aan het enkelstrengs
DNA. Dit vind alleen niet plaats in het centromeer, daar
zitten ze nog aan elkaar vast. Het uiteinde van een
enkelvoudig DNA-keten kan het enzym niet reppliceren.
Dit word verwijdert. Hierdoor wordt een DNA-streng elke
deling korter. Daarom zit aan het einde een telomeer
(TTAGG). Na ongeveer 50 celdelingen gaat de cel dood.
DNA-analyse is het bepalen van de nuclotidevolgorde. Het
sequensen van een volledig genoom kostte eerst ongeveer
15 jaar en kan nu in 1 dag met de nieuwste technieken.
Door deze met elkaar te vergleiken kan de evolutionaire
verwantschap worden onderzocht.
1 – bouw van DNA
In elke cel in je lichaam zit een celkern met desoxyribonucleïnezuur (DNA). Je DNA bevat al je
erfelijke eigenschappen. Het complete geheel aan informatie noem je het genoom. Bij
prokaryoten zit het DNA circulair los en bij eukaryoten zit het DNA in de celkern. Eukaryoten
hebben ook mtDNA van de mitochondriën wat onafhankelijk functioneert.
DNA is een nucloïdezuur. Het is namelijk opgebouwd uit nuclotiden. Deze bestaat uit een
dsoxyribose, de fosfaatgroep en de stikstofbasen (adenine A en thymine T, cytocine C en
guanine G). de stikstofbasen zitten steeds met een vaste combinatie aan elkaar. Als dat niet is
spreek je van enkelstrengs DNA. Dubbelstrengs DNA heeft een helixstructuur. Een gen is een
deel van een DNA-molecuul dat een code bevat waar ribosomen een of meer eiwitten van
kunnen maken. Bijna al het DNA is niet coderend. Het bestaat ook uit delen die hun functie
hebben verloren of een andere functie hebben
2 – DNA-replicatie
Het kopiëren van DNA heer replicatie. De verbinding
verbreekt en het enzym DNA-polymerase verbind de losse
nucleotiden in het kernplasma weer aan het enkelstrengs
DNA. Dit vind alleen niet plaats in het centromeer, daar
zitten ze nog aan elkaar vast. Het uiteinde van een
enkelvoudig DNA-keten kan het enzym niet reppliceren.
Dit word verwijdert. Hierdoor wordt een DNA-streng elke
deling korter. Daarom zit aan het einde een telomeer
(TTAGG). Na ongeveer 50 celdelingen gaat de cel dood.
DNA-analyse is het bepalen van de nuclotidevolgorde. Het
sequensen van een volledig genoom kostte eerst ongeveer
15 jaar en kan nu in 1 dag met de nieuwste technieken.
Door deze met elkaar te vergleiken kan de evolutionaire
verwantschap worden onderzocht.