XC e XC e
F- w F- w
PD
PD
er
er
!
!
W
W
O
O
N
N
y
y
bu
bu
to
to
k
k
lic
lic
C
C
w
w
m
m
w w
w
w
o
o
.d o .c .d o .c
c u -tr a c k c u -tr a c k
Mechanica 1 oefeningen incl. uitleg
Vraag 1
Wat zijn de reactiekrachten in opleggingen 1 en 2
Vraag 2
Wat is het verloop van de N-, V- en M-lijn?
, h a n g e Vi h a n g e Vi
XC e XC e
F- w F- w
PD
PD
er
er
!
!
W
W
O
O
N
N
y
y
bu
bu
to
to
k
k
lic
lic
C
C
w
w
m
m
w w
w
w
o
o
.d o .c .d o .c
c u -tr a c k c u -tr a c k
Antwoord 1
Als eerst moet er een aanname gedaan worden, namelijk in welke richting de reactiekrachten
werken. Je kunt al metteen zien dat de richting van de reactiekrachten allebij omhoog is maar we
gaan even uit van de volgende reactiekrachten:
Je kunt nu zien dat ik de verticale reactiekracht in punt 2 naar beneden heb gericht. Dit is in
werkelijk niet zo dus we zullen in ons antwoord een mingetal moeten terugvinden.
Horizontaal evenwicht:
∑H = 0 => H1 = 0 kN
Omdat H1 de enige horizontaal werkende kracht is moet deze gelijk aan 0 kN zijn anders zou
de constructie niet stabiel zijn (geen evenwicht in de krachten).
Moment evenwicht:
∑T|1 = 0 => -F*½L - V2*L = 0 => V2 = -F*½L/L = -½F kN
In woorden, de som van de momenten rondom punt 1 is gelijk aan nul. Je moet voor deze
evenwichtsvergelijking een punt in het schema vastpakken en kijken welke krachten een arm
hebben (krachten die niet in of door dat punt werken).
Doordat beide krachten (F en V2) linksom punt 1 draaien zijn deze krachten beide negatief.
In het antwoord zie je dat V2 gelijk is aan -½F kN, doordat het een negatief antwoord is
betekend dit dat onze aanname van de richting van deze reactiekracht niet juist is! De
reactiekracht werkt dus naar boven.
Verticaal evenwicht:
∑V = 0 => -F + V1 -V2 = 0 => -F + V1 -(-½F) = 0 => -F +½F = -V1
=> V1 = ½F kN
NAdat we de basis vergelijking hebben gemaakt (-F + V1 -V2 = 0) kunnen we voor V2 invullen
wat we uit het moment evenwicht hebben gekregen. Hierna is het vinden van V1 een
kwestie van schuiven.