A. EU en de gezondheidszorg
Raad van Europa
- Intergouvernementele organisatie
- Europese mensenrechtenorganisatie, tot stand gekomen na WOII
- Belangrijkste verdrag: Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM)
- Bijna 200 mensenrechtenverdragen, waaronder ook het Europees Sociaal Handvest (ESH)
- Belangrijkste instellingen:
o Comité van Ministers o Europees hof voor de rechten
o Parlementaire Assemblée van de mens (EHRM)
o Europees comité voor sociale
rechten (ECSR)
Europese Unie
- Supranationale organisatie
- Tot stand gekomen na WOII uit behoefte aan economische samenwerking
- EGKS, EGA, EEG (later EG); EGKS opgeheven en EGA en EG opgegaan in Europese Unie
- EEG (1958), in 2007 in Lissabon voor het laatst gewijzigd. Sinds 2009: VwEU (Werkingsverdrag) =
verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
o Voornamelijk uitwerking van VEU op tal van beleidsterreinen. Gaat over de
bevoegdheden van de Europese Unie op verschillende beleidsterreinen en de werking
van de interne markt.
- VEU (Unieverdrag) = Verdrag betreffende de Europese Unie (tot stand gekomen in Maastricht (1993))
o Is de grondwet van de EU
- Belangrijkste instellingen:
o Raad van Ministers o Europese Centrale Bank
o Europese Raad o Rekenkamer
o Europese Commissie o Hof van Justitie van de
o Europees Parlement Europese Unie (HvJEU)
Doelstellingen van de Europese Unie – Unieverdrag (art. 3)
- Interne markt tot stand brengen en waarborgen
- Non-discriminatie en gelijkheid
- Vrij verkeer van goederen
- Vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal
- Regels betreffende de mededinging
Bevoegdheden van de Europese Unie – Werkingsverdrag (art. 3)
De Unie is exclusief bevoegd op de volgende gebieden:
- Douane-unie
- Vaststelling van mededingingsregels die nodig zijn voor de werking van de interne markt
- Monetair beleid voor de lidstaten die de euro als munt hebben
- Instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van gemeenschappelijk
visserijbeleid
- Gemeenschappelijke handelspolitiek
Gedeelde bevoegdheden van de Unie en lidstaten:
- Interne markt - Landbouw en visserij, met uitsluiting
- Sociaal beleid van de instandhouding van de
- Economische, sociale en territoriale biologische rijkdommen van de zee
samenhang - Milieu
- Consumentenbescherming
1
, - Vervoer - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht
- Trans-Europese netwerken - Gemeenschappelijke vraagstukken op
- Energie het gebied van volksgezondheid
Unie is bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, coördineren of aan te vullen op de
volgende gebieden:
- Bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid
o Industrie, cultuur, toerisme, onderwijs, beroepsopleiding, jongeren en sport, civiele
bescherming, administratieve samenwerking
Bevoegdheid Unie op gebied van volksgezondheid (art. 168 VwEU):
- Volksgezondheidbeleid primair verantwoordelijkheid van lidstaten
- EU heeft slechts rol in aanvulling op de verantwoordelijkheden op gebied van volksgezondheid
van de lidstaten
- EU heeft géén formele bevoegdheden t.a.v. stelsels van (gezondheids)zorg
Invloed EU op gezondheidszorg via
- Volksgezondheid
o Preventie en promotie: besmettelijke ziekte, tabakscontrole
o Codecisie procedure (bloed en bloedproducten), weefsels, organen, kwaliteit
geneesmiddelen
- Consumentenbescherming
o Harmonisatie van clinical trials met geneesmiddelen
o Hulpmiddelenregulering door CE-keurmerk
- Vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal
o Vrij verkeer van werknemers in de zorg: Europese harmonisatie van opleidingen,
diploma’s en beroepstitels (Wet BIG als gevolg van Beroepenrichtlijn)
o Vrij verkeer van diensten: grensoverschrijdende zorg
o eHealth
- Vrij verkeer van goederen
o Handelsvergunningsprocedures van geneesmiddelen
- Regels betreffende de mededinging
o Doorwerking in de zorg. Nederlandse zorgaanbieders en zorgfinanciers zijn
ondernemingen in de zin van het Europese mededingingsrecht.
- Regels betreffende de mededinging en non-discriminatie
o Aanbestedingsrecht van en in zorg en welzijn.
o Gemeenten zijn aanbestedende diensten in de zin van het Europese aanbestedingsrecht.
o Maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg moeten worden aanbesteed.
o Toenemende doorwerking in private aanbesteding.
Conclusie: toenemende invloed EU-recht op de organisatie en financiering van het zorgstelsel.
B. Mededinging en marktordening gezondheidszorg
- Mededingingswet (Mw): basis voor werkzaamheden Autoriteit Consument & Markt (ACM).
- Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg): basis voor werkzaamheden Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa)
Mededinging = het proces van onderlinge rivaliteit op grond waarvan ondernemingen onafhankelijk van
elkaar dingen naar de gunst van consument. Aan de hand van dit proces bepalen vraag en aanbod op
anonieme wijze de prijzen van een goed of dienst tussen marktpartijen.
Redenen voor mededinging:
1. Allocatieve en productieve efficiëntie 3. Consumentenwelvaart
2. Economische vrijheid 4. Marktintegratie (met name in EU)
2