Hoofdstuk 11
1.
Rechtshandelingen:
- Handelen dat gericht is op rechtsgevolg
Feitelijke handelingen met rechtsgevolg:
- Rechtsgevolgen die intreden ongeachte of de handeling met het oog daarop is gericht.
Twee soorten Feitelijk handelingen met rechtsgevolgen:
- Rechtmatige daad
- Onrechtmatige daad
2.
Onrechtmatige daad: art 6:162 BW
Voorwaarden onrechtmatige daad;
- Een onrechtmatige daad
- De daad moet aan de dader worden toegerekend
- Eiser moet schade hebben geleden
- Er moet causaal verband zijn tussen daad en schade (dientengevolge)
Wat is eveneens een ORD (ONRECHTMATIGE DAAD)?
- Niet alleen het handelen maar ook nalaten bv kraan niet dichtdraaien waardoor waterschade
ontstaat.
3 Categorieën gedragingen die onrechtmatig zijn;
- Inbreuk op een recht; degene die schade lijdt.
- Strijd met een wettelijke plicht; handelen in strijd met wettelijk verbod.
- Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt;
Het scheppen of in stand houden van voor anderen of andermans goederen
gevaarlijke situatie
Het niet voldoende rekening houden met andermans belangen art 6:162 lid 2 BW
Rechtvaardigingsgrond;
- Binnen het privaatrecht neemt de rechtvaardigingsgrond de onrechtmatigheid weg
- Binnen strafrecht de strafbaarheid van de gedraging.
2.2
De toerekenbaarheid aan de onrechtmatige daad heeft 3 mogelijkheden;
- De dader heeft schuld: verwijtbaarheid
- De oorzaak v.d. daad komt o.g.v. de wet voor zijn rekening; al je ouder bent dan 14,
geestelijke of lichamelijke tekortkoming hebt, ben je nog steeds aansprakelijk, ook al treft jou
geen verwijt. Art 6:165 lid 1 BW
De oorzaak v.d. daad komt o.g.v. de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn
rekening van de dader; Het scheppen of in stand houden van voor anderen of
andermans goederen gevaarlijke situatie
Het niet voldoende rekening houden met andermans belangen art 6:162 lid 2 BW
1.
Rechtshandelingen:
- Handelen dat gericht is op rechtsgevolg
Feitelijke handelingen met rechtsgevolg:
- Rechtsgevolgen die intreden ongeachte of de handeling met het oog daarop is gericht.
Twee soorten Feitelijk handelingen met rechtsgevolgen:
- Rechtmatige daad
- Onrechtmatige daad
2.
Onrechtmatige daad: art 6:162 BW
Voorwaarden onrechtmatige daad;
- Een onrechtmatige daad
- De daad moet aan de dader worden toegerekend
- Eiser moet schade hebben geleden
- Er moet causaal verband zijn tussen daad en schade (dientengevolge)
Wat is eveneens een ORD (ONRECHTMATIGE DAAD)?
- Niet alleen het handelen maar ook nalaten bv kraan niet dichtdraaien waardoor waterschade
ontstaat.
3 Categorieën gedragingen die onrechtmatig zijn;
- Inbreuk op een recht; degene die schade lijdt.
- Strijd met een wettelijke plicht; handelen in strijd met wettelijk verbod.
- Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt;
Het scheppen of in stand houden van voor anderen of andermans goederen
gevaarlijke situatie
Het niet voldoende rekening houden met andermans belangen art 6:162 lid 2 BW
Rechtvaardigingsgrond;
- Binnen het privaatrecht neemt de rechtvaardigingsgrond de onrechtmatigheid weg
- Binnen strafrecht de strafbaarheid van de gedraging.
2.2
De toerekenbaarheid aan de onrechtmatige daad heeft 3 mogelijkheden;
- De dader heeft schuld: verwijtbaarheid
- De oorzaak v.d. daad komt o.g.v. de wet voor zijn rekening; al je ouder bent dan 14,
geestelijke of lichamelijke tekortkoming hebt, ben je nog steeds aansprakelijk, ook al treft jou
geen verwijt. Art 6:165 lid 1 BW
De oorzaak v.d. daad komt o.g.v. de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn
rekening van de dader; Het scheppen of in stand houden van voor anderen of
andermans goederen gevaarlijke situatie
Het niet voldoende rekening houden met andermans belangen art 6:162 lid 2 BW