Hoofdstuk 20
Par 1 tot 4.1 par 5 en 6 t/m 6.2
1.
Internationaal recht= volkenrecht
Internationaal recht= int. Publiekrecht
Int. Privaatrecht= nationaalrecht m.b.t. int. feiten.
2.
Soevereiniteit:
- De staat is soeverein als het juridisch in beginsel niet is onderworpen aan een groter gezag.
- Zijn gelijk aan andere staten en gevrijwaard van inmenging in binnenlandse
aangelegenheden door andere staten of int. organisaties.
- Bepaalt eigen beleid art. 2 lid 1 Handvest v.d. VN
Belangrijke kenmerk int. samenleving;
- Er is geen centrale gezagsorganisatie die verantwoordelijk is voor de vorming en handhaving
v.h. recht.
In het int. recht zijn staten gebonden aan een aantal regels;
- Rechtsvorming; de staten zijn zelf verantwoordelijk maar mogen niet afwijken van dwingend
volkenrecht (het ius cogens) het verbod van agressie, slavernij en kolonialisme.
- Rechtshandhaving; geweld is uitgesloten door de staten art 2 lid 4 VN-Handvest.
Uitzonderingen;
Gebruik geweld met toestemming v.d. Veiligheidsraad v.d. VN i.v.m. handhaven van
int.vrede en veiligheid. art 39-42 VN- Handvest
Individuele of collectieve zelfverdedigingsrecht art. 51 VN-Handvest
Humanitaire Interventie oftewel Gewapende interventie i.v.m. ernstige en massale
schending van mensenrechten ook als is de staat die ingrijpt zelf geen slachtoffer van
agressie.
Represaillemaatregelen door andere staat is gebonden aan de eis van
proportionaliteit.
- Interdependent: staten zijn soeverein maar tevens afhankelijk van elkaar. Zij zijn voor het
bevorderen van vreedzaam en welvarend samenleven van hun burgers van elkaar
afhankelijk.
3.
Wanneer is er sprake van een subject van internationaal recht als staat;
- Een territoir (grondgebied)
- Bewoond door een bevolking
- Onderworpen aan een bevoegd gezag
- Erkenning? Voor het bestaan v.e. staat als subject van int. recht is niet vereist dat deze staat
erkend is door andere staten. De erkenning is een politiek besluit met alle juridische
gevolgen. De erkennende staat aanvaardt dat de erkende staat alle int. rechten en
verplichtingen toekomen. Zie uitspraak Oost-Timor 1980 staat der Nederlanden.
3.2
Gouvermentele organisaties;
- Int. organisaties die o.b.v. verdragen in het leven zijn geroepen. Art 92 GW
Par 1 tot 4.1 par 5 en 6 t/m 6.2
1.
Internationaal recht= volkenrecht
Internationaal recht= int. Publiekrecht
Int. Privaatrecht= nationaalrecht m.b.t. int. feiten.
2.
Soevereiniteit:
- De staat is soeverein als het juridisch in beginsel niet is onderworpen aan een groter gezag.
- Zijn gelijk aan andere staten en gevrijwaard van inmenging in binnenlandse
aangelegenheden door andere staten of int. organisaties.
- Bepaalt eigen beleid art. 2 lid 1 Handvest v.d. VN
Belangrijke kenmerk int. samenleving;
- Er is geen centrale gezagsorganisatie die verantwoordelijk is voor de vorming en handhaving
v.h. recht.
In het int. recht zijn staten gebonden aan een aantal regels;
- Rechtsvorming; de staten zijn zelf verantwoordelijk maar mogen niet afwijken van dwingend
volkenrecht (het ius cogens) het verbod van agressie, slavernij en kolonialisme.
- Rechtshandhaving; geweld is uitgesloten door de staten art 2 lid 4 VN-Handvest.
Uitzonderingen;
Gebruik geweld met toestemming v.d. Veiligheidsraad v.d. VN i.v.m. handhaven van
int.vrede en veiligheid. art 39-42 VN- Handvest
Individuele of collectieve zelfverdedigingsrecht art. 51 VN-Handvest
Humanitaire Interventie oftewel Gewapende interventie i.v.m. ernstige en massale
schending van mensenrechten ook als is de staat die ingrijpt zelf geen slachtoffer van
agressie.
Represaillemaatregelen door andere staat is gebonden aan de eis van
proportionaliteit.
- Interdependent: staten zijn soeverein maar tevens afhankelijk van elkaar. Zij zijn voor het
bevorderen van vreedzaam en welvarend samenleven van hun burgers van elkaar
afhankelijk.
3.
Wanneer is er sprake van een subject van internationaal recht als staat;
- Een territoir (grondgebied)
- Bewoond door een bevolking
- Onderworpen aan een bevoegd gezag
- Erkenning? Voor het bestaan v.e. staat als subject van int. recht is niet vereist dat deze staat
erkend is door andere staten. De erkenning is een politiek besluit met alle juridische
gevolgen. De erkennende staat aanvaardt dat de erkende staat alle int. rechten en
verplichtingen toekomen. Zie uitspraak Oost-Timor 1980 staat der Nederlanden.
3.2
Gouvermentele organisaties;
- Int. organisaties die o.b.v. verdragen in het leven zijn geroepen. Art 92 GW