Samenvatting Orthopedagogiek powerpoints
Week 1
Als opvoeden lastig gaat opvoedingsimpasse
Kok:
- Opvoeden is het aspect van het menselijk bestaan
- Dynamische beïnvloeding
- Belang dagelijkse invloeden
- Opvoedklimaat groei, kansen, ontplooiing
Ouder kind
Er is geen eindpunt van opvoeden
Opvoedproblemen vaak tijdelijk, horen bij de ontwikkeling
Ter horst POS: vraag van het kind waar de opvoeder pedagogisch
antwoord op moet geven (handelingsverlegenheid)
Gedragsproblemen = vraag om ondersteuning specifiek opvoeden
Opvoedproces
Ontwikkeling: cognitief, affectief
Kansen & eigenheid
Relatie, klimaat en situaties hanteren
Verschillende vraagstellingstypen:
Affectief R – r1, r2
Cognitief S – V
Conatief H – Z
6 typen:
1. Emotionele ruimte
2. Relationeel
3. Structureren
4. Variëren
5. Profileren
6. Harmoniëren
Antwoorden:
1e graads: pedagogisch handelen; relatie, klimaat, situaties hanteren
2e graads: extra ondersteuning van 1
3e graads: maatwerk
Week 2
Objectieve instrumenten; in hoeverre wijkt een kind af van de norm?
Rutter stelt de vraag:
1. Leeftijdsadequaat
2. Duur
3. Omstandigheden
4. Sociaal-cultureel
5. Hoeveelheid/frequentie
6. Type/mate aanwezigheid
, 7. Intensiteit
8. Verandering gedrag
9. Situatie gebondenheid
Rangschikken/ordenen wijkt iemand af van de norm? DSM5 (dimensionele
benadering), voordelen:
1. Problematische situaties sneller in kaart
2. Mate van afwijkend gedrag kan bepaald worden
3. Problematiek onderbouwen
4. Hulp op maat
Maar dit zegt niks over het ontstaan
Invloed van het kind, het gezin en de omgeving kan een verklaring zijn of iets in
stand houden/verergeren
Specifieke opvoedingsvraag, 3 theoretische kaders:
1. Ontwikkeling- en opvoedingsopgaven
2. Sociaal-ecologisch & transactioneel model
3. Orthopedagogische theorie van Kok
Ontwikkelingsopgave = bepaald niveau van functioneren of een geheel aan
gedragingen dat een kind zich eigen moet maken om met succes aan de
volgende fase te kunnen beginnen
Ontwikkelingstaak = het moet voltooid zijn
Opvoedingsopgaven = opvoedingsgedragingen die het optimaal beheersen van
bepaalde ontwikkelingsopgaven mogelijk maakt
4 perioden:
1. Baby/peuter 0-3
2. Peuter/kleuter 3-6
3. Basisschoolperiode 6-12
4. Vroege adolescentie 12-16
Ontwikkelingstaken voor kinderen:
1. Fysologische regulatie
2. Motorische ontwikkeling
3. Gevoelens herkennen en regulieren
4. Gehechtheidsrelatie vormen
5. Vorming autonomie
6. Symbolische ontwikkeling
7. Verwerking van sociale informatie
8. Relaties met leeftijdsgenoten
9. Functioneren op school
Bronfenbrenner: sociaal-ecologisch model: micro, meso, exo, macro
Transactioneel model: ontwikkling van gedrag: nature/nurture hersenen
gedrag
Beschermingsfactoren en risicofactoren
Sociaal:
Week 1
Als opvoeden lastig gaat opvoedingsimpasse
Kok:
- Opvoeden is het aspect van het menselijk bestaan
- Dynamische beïnvloeding
- Belang dagelijkse invloeden
- Opvoedklimaat groei, kansen, ontplooiing
Ouder kind
Er is geen eindpunt van opvoeden
Opvoedproblemen vaak tijdelijk, horen bij de ontwikkeling
Ter horst POS: vraag van het kind waar de opvoeder pedagogisch
antwoord op moet geven (handelingsverlegenheid)
Gedragsproblemen = vraag om ondersteuning specifiek opvoeden
Opvoedproces
Ontwikkeling: cognitief, affectief
Kansen & eigenheid
Relatie, klimaat en situaties hanteren
Verschillende vraagstellingstypen:
Affectief R – r1, r2
Cognitief S – V
Conatief H – Z
6 typen:
1. Emotionele ruimte
2. Relationeel
3. Structureren
4. Variëren
5. Profileren
6. Harmoniëren
Antwoorden:
1e graads: pedagogisch handelen; relatie, klimaat, situaties hanteren
2e graads: extra ondersteuning van 1
3e graads: maatwerk
Week 2
Objectieve instrumenten; in hoeverre wijkt een kind af van de norm?
Rutter stelt de vraag:
1. Leeftijdsadequaat
2. Duur
3. Omstandigheden
4. Sociaal-cultureel
5. Hoeveelheid/frequentie
6. Type/mate aanwezigheid
, 7. Intensiteit
8. Verandering gedrag
9. Situatie gebondenheid
Rangschikken/ordenen wijkt iemand af van de norm? DSM5 (dimensionele
benadering), voordelen:
1. Problematische situaties sneller in kaart
2. Mate van afwijkend gedrag kan bepaald worden
3. Problematiek onderbouwen
4. Hulp op maat
Maar dit zegt niks over het ontstaan
Invloed van het kind, het gezin en de omgeving kan een verklaring zijn of iets in
stand houden/verergeren
Specifieke opvoedingsvraag, 3 theoretische kaders:
1. Ontwikkeling- en opvoedingsopgaven
2. Sociaal-ecologisch & transactioneel model
3. Orthopedagogische theorie van Kok
Ontwikkelingsopgave = bepaald niveau van functioneren of een geheel aan
gedragingen dat een kind zich eigen moet maken om met succes aan de
volgende fase te kunnen beginnen
Ontwikkelingstaak = het moet voltooid zijn
Opvoedingsopgaven = opvoedingsgedragingen die het optimaal beheersen van
bepaalde ontwikkelingsopgaven mogelijk maakt
4 perioden:
1. Baby/peuter 0-3
2. Peuter/kleuter 3-6
3. Basisschoolperiode 6-12
4. Vroege adolescentie 12-16
Ontwikkelingstaken voor kinderen:
1. Fysologische regulatie
2. Motorische ontwikkeling
3. Gevoelens herkennen en regulieren
4. Gehechtheidsrelatie vormen
5. Vorming autonomie
6. Symbolische ontwikkeling
7. Verwerking van sociale informatie
8. Relaties met leeftijdsgenoten
9. Functioneren op school
Bronfenbrenner: sociaal-ecologisch model: micro, meso, exo, macro
Transactioneel model: ontwikkling van gedrag: nature/nurture hersenen
gedrag
Beschermingsfactoren en risicofactoren
Sociaal: