College 6
Gendersocialisatie is leren wat het betekent om een jongen of meisje te zijn, met gepast
uiterlijk en gedrag en gepaste interesses volgens de maatschappij. Er is bewijs dat
volwassenen al vanaf babytijd andere verwachtingen hebben van kinderen op basis van
geslacht en ook anders omgaan met kinderen, bijvoorbeeld in toon van praten en wat betreft
vasthouden.
Ontwikkeling genderconcepten:
4-6 maanden: gender categoriseren → baby’s kunnen onderscheid maken tussen
mannelijke en vrouwelijke gezichten. Dit is getest door baby’s een foto van een vrouw
te laten zien. Als daarna een foto van een man werd laten zien, keken baby’s daar
langer naar dan naar een andere foto van een vrouw.
10 maanden: stereotype associaties → een sjaal hoort bij een vrouw en een hamer bij
een man
18-24 maanden: gender labelen → draagt bij aan versterkte interesse in stereotype
speelgoed
36 maanden: stereotype ideeën → meisjes lief en jurkjes, jongens wild en kort haar.
Naarmate kinderen ouder worden ontwikkelen ze ook meer stereotype ideeën over beroepen
en rollen.
Het is interessant om gendersocialisatie te onderzoeken, omdat er nog steeds ongelijkheid is
tussen mannen en vrouwen in onderwijs, werk, gezinsleven en inkomen. Gendersocialisatie
draagt hieraan bij.
Gendersocialisatie is een sociaal leerproces en leren kinderen van hun ouders. Dit kan
impliciet (= onbewust), bijvoorbeeld door een stereotype omgeving, voorbeeldgedrag en
genderspecifieke opvoeding. Gendertalk draagt hier ook aan bij, zowel impliciet (“die
jongens kunnen goed voetballen” → gender labelen) als expliciet (“meisjes zijn slechter in
wiskunde dan jongens” → contrasteren).
Gendersocialisatie onderzoeken kan op drie manieren:
Vragenlijst → expliciet. Er is vaak sprake van sociale wenselijkheid en er zijn zwakke
verbanden tussen ouders en kinderen
Computertest → impliciet
Observaties → expliciet en impliciet. Gendertalk wordt uitgelokt door een platenboek,
omdat het infrequent voorkomt.
Gender essentialisme = extreme stereotype ideeën → gedrag hoort OF bij mannen OF bij
vrouwen en dit is onveranderlijk.
Eén van de weinige onderzoeken naar gendertalk wordt besproken. Dit is een onderzoek van
Gelman, die onderzocht hoe en wanneer gender essentialisme plaatsvindt. Ze observeerde 72
moeder-kind paren in het lab met een platenboek om gendertalk uit te lokken.
Resultaten:
Gendersocialisatie is leren wat het betekent om een jongen of meisje te zijn, met gepast
uiterlijk en gedrag en gepaste interesses volgens de maatschappij. Er is bewijs dat
volwassenen al vanaf babytijd andere verwachtingen hebben van kinderen op basis van
geslacht en ook anders omgaan met kinderen, bijvoorbeeld in toon van praten en wat betreft
vasthouden.
Ontwikkeling genderconcepten:
4-6 maanden: gender categoriseren → baby’s kunnen onderscheid maken tussen
mannelijke en vrouwelijke gezichten. Dit is getest door baby’s een foto van een vrouw
te laten zien. Als daarna een foto van een man werd laten zien, keken baby’s daar
langer naar dan naar een andere foto van een vrouw.
10 maanden: stereotype associaties → een sjaal hoort bij een vrouw en een hamer bij
een man
18-24 maanden: gender labelen → draagt bij aan versterkte interesse in stereotype
speelgoed
36 maanden: stereotype ideeën → meisjes lief en jurkjes, jongens wild en kort haar.
Naarmate kinderen ouder worden ontwikkelen ze ook meer stereotype ideeën over beroepen
en rollen.
Het is interessant om gendersocialisatie te onderzoeken, omdat er nog steeds ongelijkheid is
tussen mannen en vrouwen in onderwijs, werk, gezinsleven en inkomen. Gendersocialisatie
draagt hieraan bij.
Gendersocialisatie is een sociaal leerproces en leren kinderen van hun ouders. Dit kan
impliciet (= onbewust), bijvoorbeeld door een stereotype omgeving, voorbeeldgedrag en
genderspecifieke opvoeding. Gendertalk draagt hier ook aan bij, zowel impliciet (“die
jongens kunnen goed voetballen” → gender labelen) als expliciet (“meisjes zijn slechter in
wiskunde dan jongens” → contrasteren).
Gendersocialisatie onderzoeken kan op drie manieren:
Vragenlijst → expliciet. Er is vaak sprake van sociale wenselijkheid en er zijn zwakke
verbanden tussen ouders en kinderen
Computertest → impliciet
Observaties → expliciet en impliciet. Gendertalk wordt uitgelokt door een platenboek,
omdat het infrequent voorkomt.
Gender essentialisme = extreme stereotype ideeën → gedrag hoort OF bij mannen OF bij
vrouwen en dit is onveranderlijk.
Eén van de weinige onderzoeken naar gendertalk wordt besproken. Dit is een onderzoek van
Gelman, die onderzocht hoe en wanneer gender essentialisme plaatsvindt. Ze observeerde 72
moeder-kind paren in het lab met een platenboek om gendertalk uit te lokken.
Resultaten: