Week 1:
Leerdoelen, De student:
kan beschrijven hoe de Nederlandse staat is ingericht en de bevoegdheden en
onderlinge verhouding van de staatsorganen en de staatsrechtelijke verhouding
met andere staten uiteenzetten;
kan de verhouding tussen het algemeen en bijzonder bestuursrecht aan de hand
van een casus toelichten;
kan de structuur van de Algemene wet bestuursrecht toelichten en de artikelen
van die wet toepassen;
kan de kernbegrippen, zoals bestuursorgaan, belanghebbende, besluit,
beschikking en aanvraag toelichten en toepassen.
Organisatie van het openbaar bestuur
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat:
De overheidstaken worden uitgevoerd door het
openbaar bestuur, de centrale overheid voert
zelf de taken uit en heeft een deel van de taken
overgeheveld aan de decentrale (lagere)
overheden die deze taken met eigen
bevoegdheden op eigen gezag uitvoeren.
Het openbaar bestuur bestaat uit
overheidsorganisaties (a-organen) en andere
organisaties/personen met overheidstaken (b-
organen).
Plaatsbepaling bestuursrecht
Wet in formele zin: wetten die zijn vastgesteld door de formele wetgever (volksvertegenwoordiger
(de Staten-Generaal) en de regering samen). In de titel van een wet in formele zin zit altijd het woord
‘wet’.
,Wet in materiële zin: elke wet die algemeen verbindende voorschriften (avv) bevat, waar iedereen
voor wie die is bedoeld aan gebonden is.
Kenmerken bestuursrecht – publiekrecht
Verticale verhouding: hiërarchie tussen de overheid en de burger
Overheid die gebruikmaakt van haar gezag is altijd van de partij
Dwang mogelijk (bijv. bij handhaving van regels)
Behartiging van het publieke/algemene belang
Bestuursrecht: de vijf onderdelen
1. Hoe is het bestuur georganiseerd? (organisatie)
2. Welke bevoegdheden heeft het bestuur? (bevoegdheden)
3. Aan welke rechtsnormen heeft het bestuur zich te houden? (normering)
4. Hoe kan het bestuur er voor zorgen dat burgers/bedrijven zich aan de voor hen geldende
rechtsnormen houden? (handhaving)
5. Welke juridische bescherming is er voor burgers/bedrijven tegen beslissingen van het openbaar
bestuur? (rechtsbescherming)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De opbouw kenmerkt zich door gelaagde structuur
Bepalingen gaan van algemeen naar bijzonder, maar alle bepalingen behoren tot het algemeen
bestuursrecht!
Zie de inhoudsopgave van de Awb!
Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Algemeen bestuursrecht: regels die op alle terreinen van het bestuurlijk optreden van toepassing
zijn. NB: de hele Awb is algemeen bestuursrecht!
Bijzonder bestuursrecht: regels die speciaal zijn opgesteld voor de bijzondere gebieden waarop het
openbaar bestuur actief is, zoals …
Wat doet het openbaar bestuur?
,Organisatie van de overheid
Openbaar bestuur
, ZBO’s: zelfstandige bestuursorganen
ZBO’s zijn de vreemde eend, ze staan niet in een hiërarchische relatie tot een openbaar
lichaam. Ze zijn zowel rechtspersoon als bestuursorgaan.
Voorbeeld: UWV (tevens ook a-orgaan) en CBR (tevens ook b-orgaan). Het UWV doet een
belangrijke overheidstaak: uitkeringen uitgeven. Dit gaat op rijksniveau. CBR is een ander
voorbeeld, het is nu sinds kort een ZBO omdat ze als taak hebben om het verkeer veilig te
houden.
ZBO kun je veranderen in/is hetzelfde als, zelfstandige publiekrechtelijke rechtspersonen.
Bestuursorganen
Art. 1:1 lid 1 sub a Awb: A-organen: belangrijk want zijn áltijd op élk moment bestuursorgaan!
(publiekrechtelijk)
N.B. uitzonderingen staan in lid 2
Art. 1:1 lid 1 sub b Awb: B-organen: zijn slechts bestuursorgaan voor zover ze met enig openbaar
gezag zijn bekleed (privaatrechtelijk)
A-organen
Europese Unie Europese Commissie Raad van Ministers
Rijk Regering Ministerraad Minister Staatssecretaris
Provincie Provinciale Staten Gedeputeerde Staten Commissaris van de Koning
Veiligheidsregio Algemeen bestuur Dagelijks bestuur Voorzitter
Gemeente Gemeenteraad College van Burgemeester en Wethouders Burgemeester
Waterschap Algemeen bestuur Dagelijks bestuur Voorzitter
NB: moeten zich bij alle handelingen houden een de Awb
B-organen:
ALLEEN VOOR WAT BETREFT HUN SPECIFIEKE BESTUURSRECHTELIJKE TAAK AAN
DE AWB HOUDEN.
B-orgaan voldoet aan de rechtsregel van art. 1:1 lid 1 sub b Awb.