Voor mijn 1e jaar verpleegkunde heb ik bij elke samenvatting een oefentoets gemaakt. Deze toetsen
zijn een afspiegeling van mijn samenvatting, waardoor de lange samenvattingen gemakkelijker te
leren zijn doormiddel van een toetsing. Ik heb mijn propedeuse zonder een enkele herkansing
gehaald, omdat deze oefentoetsen voor mij heel goed werken. Klasgenoten geven ook aan dat dit
voor hen erg goed werkt als ze de oefentoets stampen. Daarnaast komen vragen uit mijn oefentoets
soms bijna compleet hetzelfde voor in de toetsen of een gedeelte ervan.
De manier waarop ik deze oefentoets maak is door de vraag onderaan mijn scherm te zetten,
waardoor je antwoorden niet ziet. Dit is ook de reden dat ik bij bijna elke vraag bijvoorbeeld (4) heb
staan, zodat ik weet dat er 4 antwoorden zijn die ik moet weten.
Als ik een antwoord of een antwoord deels goed heb, maak ik dat gedeelte groen. Wanneer ik een
vraag compleet goed heb maak ik de vraag ook groen. Als ik de oefentoets hierna nog een keer goed
heb, haal ik de vraag weg, zodat ik uiteindelijk alleen vragen overhoudt die ik nog niet goed weet.
Aan het eind maak ik alle vragen nog een keer opnieuw. Hierna lees ik mijn samenvatting nog door.
Ook bekijk ik op het eind de leerdoelen nog even na. Zo heb ik dit jaar elke toets in één keer gehaald
en ik hoop dat dit jou ook lukt!
Heel veel succes!!!
,Verpleegkundige zorgverlening
Welke stadia van slaap zijn er?
- Stadium 1: sluimerstadium
- Stadium 2: totale ontspanning
- Stadium 3: moeilijk te wekken
- Stadium 4: lichamelijk herstel
- Stadium 5: Remslaap
Welke soorten slaapproblemen zijn er (7)?
- Slapeloosheid
- Overmatig slapen
- Slaapwandelen
- Nachtmerries
- Bedplassen: geen slaapprobleem behalve als mensen ergens anders slapen.
- Ongezond activiteiten-en-rustpatroon
- Verstoring dag-en-nachtritme
Welke klachten kunnen slaap verstoren (4)?
- Pijn
- Honger en dorst
- Gedwongen houding
- Psychische klachten
Wat voor verschijnselen geeft te weinig slaap (4)?
- Afwijkend gedrag
- Concentratieverlies en minder opmerkzaam zijn.
- Gestoorde gedachtegang en niet normaal reageren op prikkels.
- Niet meer goed lichamelijk functioneren.
Wat houdt exposure en responspreventie in?
De patiënt wordt blootgesteld aan datgene waar hij bang voor is en de verpleegkundige geeft de
opdracht om niet de reactie te geven die de patiënt normaal geeft.
Welke soorten ontspanningsoefeningen zijn er (4)?
- Ontspannen doormiddel van ademhalingsoefeningen.
- Bewustwording van spanning versus ontspanning.
- Ontspanning met behulp van geleide fantasie/visualisatie
- Zelf suggestieve ontspanning: geleid door de patiënt.
Welke 5 G’s zitten er in een gedachteschema?
- Gebeurtenis
- Gedachten
- Gevoel
- Gedrag
- Gevolg
, Welke interventies kunnen er ingezet worden bij een psychose (8)?
- Niet-medicamenteuze behandeling
- Psycho-educatie
- Cognitieve gedragstherapie
- Gezinsinterventies
- Traumabehandeling
- Leefstijlinterventies
- Interventies gericht op werk en school
- Versterken van sociale contacten
Waar moet je vanuit gaan bij de behandeling van een psychose (5)?
- Herstelgericht
- Systeemgericht
- Aandacht voor gevoelens van angst
- Een goede behandelrelatie
- Bij beperkt ziekte-inzicht de LEAP-methodiek: luisteren, empathie tonen, akkoord gaan en
partnership.
Geneeskunde
Welke drie hoofdgroepen van het psychisch functioneren zijn er?
- Cognitieve functies (denken)
- Affectieve functies (voelen)
- Conatieve functies (willen en doen)
Wat is een psychische stoornis (4)?
- Een syndroom met symptomen in 1 van de 3 hoofdgroepen (cognitieve, affectieve en/of
conatieve functies) van een persoon.
- Uiting van disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen.
- Leidt tot lijdensdruk en/of beperkingen in het sociale, schoolse en/of beroepsmatige
functioneren.
- Eventueel sociaal deviant gedrag (politiek, religieus of seksueel).
In welke soorten bewustzijn wordt onderscheid gemaakt en wat houden ze in (2)?
- Object-bewustzijn: weet hebben van de omgeving, tijd, ruimte en andere mensen.
- Zelfbewustzijn: het vermogen om bepaalde ervaringen toe te schrijven aan de eigen persoon.
Welke aspecten omvat aandacht (2)?
- Waakzaamheid of alertheid.
- Het vermogen tot aanhoudende aandacht, concentratie.
Wat houdt oriëntatie in en wat zijn de 3 soorten?
Het vermogen om zich te plaatsen in de tijd, de ruimte en ten aanzien van de eigen persoon en
andere mensen.
- Respectievelijk chronologische oriëntatie (welk moment het is).
- Topografische oriëntatie (waar je bent).
- Interpersoonlijke oriëntatie (wie je bent en wie anderen zijn).