Genre = een tekstsoort, met een bepaald doel en conventies over inhoud, linguïstische kenmerken
en structuur
Discourse community = een groep waarbinnen mensen met elkaar communiceren, op een bepaalde
manier. Bv. wetenschappers
Discourse unit = stuk tekst met één bepaald doel (= move)
Move = een stuk tekst met een bepaald communicatief doel
Move type = een overkoepelende soort move, bijvoorbeeld samenvatten of uitleggen
Step = subcategorie van move
Superstructures of ‘schemata’ = theorieën voor algemene vormen van discourse
BCU-approach = analyse van discourse-organisatie gebaseerd op een corpus
Taalregister = vorm van Nederlands met bepaalde talige kenmerken die hoort bij een bepaald type
tekst
Stance-markering = welk standpunt een schrijver aanneemt (‘ik denk… ik vermoed… ik vind…’)
Multi-Dimensional (MD) analyse: houdt zich bezig met het gebruik van features (tekstkenmerken)
zoals voornaamwoorden, naamwoorden, werkwoordstijden etc. Het heeft te maken linguistic co-
occurrence: welke features komen samen voor (co-occur)?
Bottom-up approach = vanuit een corpus een theorie opzetten
Top-down approach = vanuit een theorie een corpus onderzoeken (theorie toepassen op corpus)
Factor = set linguïstische features die vaak samengaan in een tekst
Dimension of variation = een soort as met bepaalde features waarlangs je een tekst kan leggen,
bijvoorbeeld ‘formaliteit’ of ‘persoonlijkheid’
Angstaanjagende boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die de
gruwelijke gevolgen laat zien van een bepaalde gewoonte
Cryptische boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die eerst ontcijferd
moet worden
Narratieve boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die in de vorm van een
verhaal wordt overgebracht
Extended Parallel Process Model (EPPM) = model dat hoort bij angstaanjagende boodschappen en de
verschillende factoren en hun invloed op de reactie van de ontvanger laat zien
Self-efficacy = de mate waarin de ontvanger van een gezondheidsboodschap in staat denkt te zijn het
advies in de boodschap op te volgen (zelfvertrouwen)
Response efficacy = de mate waarin de ontvanger van een gezondheidsboodschap denkt dat het
voorgestelde advies effectief is
Susceptibility = de vatbaarheid van iemand voor het in een gezondheidsboodschap beschreven
gevolg van een bepaalde gewoonte
Severity = de hoeveelheid dreiging die van een boodschap uitgaat
en structuur
Discourse community = een groep waarbinnen mensen met elkaar communiceren, op een bepaalde
manier. Bv. wetenschappers
Discourse unit = stuk tekst met één bepaald doel (= move)
Move = een stuk tekst met een bepaald communicatief doel
Move type = een overkoepelende soort move, bijvoorbeeld samenvatten of uitleggen
Step = subcategorie van move
Superstructures of ‘schemata’ = theorieën voor algemene vormen van discourse
BCU-approach = analyse van discourse-organisatie gebaseerd op een corpus
Taalregister = vorm van Nederlands met bepaalde talige kenmerken die hoort bij een bepaald type
tekst
Stance-markering = welk standpunt een schrijver aanneemt (‘ik denk… ik vermoed… ik vind…’)
Multi-Dimensional (MD) analyse: houdt zich bezig met het gebruik van features (tekstkenmerken)
zoals voornaamwoorden, naamwoorden, werkwoordstijden etc. Het heeft te maken linguistic co-
occurrence: welke features komen samen voor (co-occur)?
Bottom-up approach = vanuit een corpus een theorie opzetten
Top-down approach = vanuit een theorie een corpus onderzoeken (theorie toepassen op corpus)
Factor = set linguïstische features die vaak samengaan in een tekst
Dimension of variation = een soort as met bepaalde features waarlangs je een tekst kan leggen,
bijvoorbeeld ‘formaliteit’ of ‘persoonlijkheid’
Angstaanjagende boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die de
gruwelijke gevolgen laat zien van een bepaalde gewoonte
Cryptische boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die eerst ontcijferd
moet worden
Narratieve boodschap = binnen de gezondheidscommunicatie een boodschap die in de vorm van een
verhaal wordt overgebracht
Extended Parallel Process Model (EPPM) = model dat hoort bij angstaanjagende boodschappen en de
verschillende factoren en hun invloed op de reactie van de ontvanger laat zien
Self-efficacy = de mate waarin de ontvanger van een gezondheidsboodschap in staat denkt te zijn het
advies in de boodschap op te volgen (zelfvertrouwen)
Response efficacy = de mate waarin de ontvanger van een gezondheidsboodschap denkt dat het
voorgestelde advies effectief is
Susceptibility = de vatbaarheid van iemand voor het in een gezondheidsboodschap beschreven
gevolg van een bepaalde gewoonte
Severity = de hoeveelheid dreiging die van een boodschap uitgaat