“Wat doe je als het leveren van humane
zorg onmogelijk wordt?”
,Inhoudsopgave
Inleiding ................................................................................................................................................... 3
Methodiek ............................................................................................................................................... 3
1. Dilemma verkennen ............................................................................................................................ 5
Casuïstiek............................................................................................................................................. 5
Perspectieven en disciplines ............................................................................................................... 5
Thema .................................................................................................................................................. 6
Complexiteit zorgvrager ...................................................................................................................... 6
2. Morele vraag formuleren .................................................................................................................... 6
3. Betrokkenen en argumenten analyseren ............................................................................................ 7
4. Argumenten afwegen .......................................................................................................................... 9
5. Besluit nemen ...................................................................................................................................... 9
6. Proces evalueren ............................................................................................................................... 10
Morele sensitiviteit................................................................................................................................ 11
Egodocument: het begin van mijn morele sensitiviteit .................................................................... 11
Egodocument: de ontwikkeling van mijn morele sensitiviteit .......................................................... 12
Egodocument: de verpleegkundige die ik wil zijn ............................................................................. 14
Samenwerking en kwaliteiten ............................................................................................................... 15
Literatuurlijst ......................................................................................................................................... 18
, Inleiding
Ik ben tweedejaars student verpleegkunde aan de HAN in Nijmegen. Gedurende
OWE5 liep ik stage in het Slingeland ziekenhuis in Doetinchem. Op de afdeling
Long/Interne geneeskunde heb ik voor het eerst kennis gemaakt met de patiëntenzorg.
Waar patiëntenzorg is komt ethiek al gauw om de hoek kijken. Ik heb mij gedurende
de stage dan ook veel bezig gehouden met morele dilemma’s en morele sensitiviteit.
In dit document beschrijf ik de voorbereidingen en het proces dat ik heb doorlopen in
de aanloop naar mijn critical statement. Hoofdmoot was het (verder) ontwikkelen van
morele sensitiviteit. Middels dit document wil ik inzicht geven in dit proces.
Een moreel dilemma of moreel thema is voor mij een situatie waarbij een keuze
gemaakt moet worden uit twee of meer ‘kwaden’. Alle opties hebben plus en min
punten, maar geen van allen is op het eerste gezicht overtuigend beter dan de ander.
Op de afdeling long/interne geneeskunde van het Slingeland ziekenhuis spelen
meerdere morele kwesties. Eén van deze kwesties licht ik in dit document uit.
Methodiek
In dit document zal een moreel ethische casus worden besproken en uitgewerkt
middels een methodiek. Er bestaan verschillende methodieken voor het maken van
een moreel-ethische afweging. Voorbeelden zijn het CURA-stappenplan, Socrates-
methode en Stappenplan KNMG.
Het CURA-stappenplan (VUmc, 2019) biedt ondersteuning bij morele dilemma’s in de
palliatieve zorg. Belangrijk is dat de patiënt uit de moreel-ethische kwestie (zie
Hoofdstuk ‘1. Dilemma verkennen; Casuïstiek’) in de palliatieve fase zit. Een
hulpmiddel om de palliatieve fase van een patiënt te kunnen markeren is de SPICT
tool (The University of Edinburgh, 2017). Volgens de SPICT tool voldoet de patiënt
gedeeltelijk aan de markeringen van de palliatieve fase. Zo is er sprake van
ongeplande ziekenhuisopnames, is de functionele status laag en is de patiënt
afhankelijk van zorgbehoeften. Echter vragen zowel de patiënt als de naaste niet om
palliatieve zorg en is er geen sprake van gewichtsverlies. Aangezien er ook indicatoren
zijn die aangeven dat de patiënt niet in de palliatieve fase zit, kan het CURA-
stappenplan niet worden gebruikt.
De Socrates-methode (Radius, z.d.) is, in tegen stelling tot het CURA-stappenplan,
een meer algemene methode die gebruikt kan worden voor elk type moreel dilemma.
De methode verloopt volgens het ‘zandlopermodel’ en kan gebruikt worden bij de
moreel-ethische kwestie die in het volgende hoofdstuk wordt besproken. Deze
methodiek wordt veelal gebruikt in dialoog vorm (Profcoaches, z.d.). Nadeel is echter
dat de methode niet specifiek medisch is waardoor diepgang niet is gegarandeerd. Om
die reden en het feit dat de socrates methode zich niet goed lijkt te lenen voor een
schriftelijke reflectie is niet gekozen voor de Socrates-methode.
Het stappenplan KNMG (KNMG, z.d.) is eveneens een meer algemene methode die
gebruikt kan worden voor elk type moreel dilemma. Doordat het onduidelijk is welk
‘type patiënt’ (hiermee doel ik op bijv. de palliatieve patiënt, oncologische patiënt, de
neonaat) de patiënt uit de casus is, is een algemene methode gewenst. De reden voor
het feit dat ik niet voor de Socrates-methode, welke eveneens een algemene